ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
In.
Toen we pas in Naomi woonden, hadden de dominee en ik elkaar.
Maar soms, of eigenlijk meestal, had ik het gevoel dat ik alles alleen moest doen.
Tot hij me op een dag naar de winkel stuurde...
voor een pak macaroni met kaas, witte rijst en twee tomaten.
Vanaf dat moment werd alles anders.
Maar ik loop op de zaak vooruit. Het is een mooi verhaal, laat ik het goed vertellen.
Fijn dat u er bent. Gaat u maar vast zitten.
Voor mij, hoop ik? - Jazeker.
NAOMI WENST U EEN FIJNE ZOMER
Ik voel me gezegend dat ik hier in Naomi Gods werk mag komen doen.
Al moet ik er wel even aan wennen dat zijn huis in een supermarkt is.
Eigenlijk is dat wel super.
Ik heb op heel wat rare plekken diensten verzorgd.
Niet dat dit een rare plek is, hoor.
Opal.
Kom binnen. Ga zitten.
Toe.
Dat zou tijd worden.
Dit is m'n dochter, India Opal.
We wonen hier net, dus we kennen de weg nog niet zo goed.
Misschien kan een van jullie Opal de kortste weg naar de kerk wijzen.
Niet?
Laat ons bidden.
Onze Vader die in de hemel zijt...
Ik ben het, God. Als het niet te veel moeite is, wil ik graag een paar vriendjes.
Ik ken alleen de kinderen die naar de kerk gaan en dat zijn er niet veel.
Amanda Wilkinson met haar zuurpruimengezicht...
alsof ze iets vies ruikt.
Sweetie Pie Thomas, maar die is pas vijf.
Ze zit altijd te duimen, net een baby'tje.
Dunlap en Stevie Dewberry.
Ik weet dat ze er niks aan kunnen doen dat ze kaal zijn, God.
Dat heeft hun mama gedaan, omdat Dunlap vlooien had, van hun kat.
Maar zelfs die twee willen geen vriendjes met me zijn.
En dan nog iets, God. Ik mis m'n mama.
Alstublieft. Ik wil m'n mama zo graag weer zien.
Amen.
CARAVANPARK
Kom op, Opal. Eerst opruimen en dan pas TV kijken.
Ze hebben vast al een nieuwe werper. - We gaan niet terug naar Watley.
Het is niet leuk, maar verhuizen hoort nu eenmaal bij m'n werk.
Opstaan, papa. Ik heb sinaasappels geperst.
Pap, sinaasappelsap.
Kun jij macaroni met kaas, rijst en twee tomaten halen?
Daar gaat ie. Die kant op.
Hier jij. - Ik zal hem pakken. Opzij.
Bowie Lee.
Meld je bij de groente-afdeling.
Wat gebeurt er toch allemaal?
Bowie, naar de groente-afdeling. - Daar sta ik al.
Wat is het probleem? - Er loopt een hond los.
Honden kunnen we bij de Winn-Dixie niet gebruiken.
Hou hem weg bij de eieren.
Daar gaat ie. Hou hem tegen.
Hij loopt eromheen. Pak hem dan.
Tracy, grijp die hond.
Snij hem de pas af.
Kan iemand die hond vangen?
Grijp dat beest nou.
Haal hem van me af. Ik ben bang voor honden.
Hij doet niks, meneer. Hij wil u alleen maar even likken.
Hij vindt het hier leuk.
Bel het asiel, Mike.
Wacht. U hoeft niet te bellen. Die hond is van mij.
Ik wist meteen dat ik iets gedaan had wat grote gevolgen zou hebben.
Misschien was het dom van me.
Maar ik kon hem niet in het asiel laten belanden.
Kom hier, jochie.
Kom dan.
Winn-Dixie, hier.
Wie noemt z'n hond nou Winn-Dixie? - Ik. Zo heet hij, echt.
Je neemt een hond niet mee naar de supermarkt.
Het spijt me heel erg. Het zal nooit meer gebeuren.
Ga je mee?
Wat kijken jullie nou?
Dat beest vrat me zowat op.
Zit.
Blijf daar. Ik ben zo terug.
Soms deed de dominee me denken aan een in zichzelf gekeerde schildpad.
Hij dacht na over de dingen zonder ooit z'n hoofd naar buiten te steken.
Papa?
Wat is er, Opal?
Ik heb een hond gevonden die ik wil houden.
Een hond? Daar hebben we het al eens over gehad. Jij kunt best zonder hond.
Dat weet ik ook wel, maar deze hond heeft me nodig.
Ach, welnee. - Echt waar.
Niet zeuren. - Maar het is zo. Winn-Dixie, kom hier.
Als we iets niet kunnen gebruiken, is het...
Dit is geen hond, maar een paard. - Hij is dakloos.
En hij stinkt behoorlijk. - Ik weet het.
Zie je nu wel dat hij hulp nodig heeft?
Het is mijn plicht.
Kijk, hij lacht tegen je.
Hij heeft nog gevoel voor humor ook.
Kun jij het pincet even pakken? Hij heeft iets in z'n poot.
Hij is lief, hè?
Vind je hem niet leuk?
Je kunt hem niet houden. - Toe nou.
Moet je kijken hoe dun hij is. Hij moet gevoerd worden, en gewassen.
Ik heb nee gezegd.
Alsjeblieft.
Hij mag blijven tot je iemand vindt die hem wil hebben.
Het is maar tijdelijk.
Je mag hem niet houden.
Denk maar niet dat je mag blijven.
Dat doen we ook niet, hè Winn-Dixie?
Maak maar wat posters zodat de mensen weten dat je een baasje voor hem zoekt.
Kom mee, Winn-Dixie. - En stop hem in bad.
Hier blijven, Winn-Dixie.
Heb je nog niet genoeg water verspild, juffie?
Ik moet hem nog afspoelen. - Van wie is die slang?
Van u geleend. Dat vindt u toch niet erg? - Zeker wel.
Neem me niet kwalijk, Mr Alfred.
Kom hier, rothond.
Wacht maar tot ik je te pakken krijg.
Uw dochter was tot daar aan toe, maar dat mormel gaat te ver.
Hebt u dat bord niet gezien? Waarom let niemand op mijn borden?
Het is maar tijdelijk.
Als hij niet snel weg is, bel ik het asiel.
Papa? - Droog die hond af, Opal.
En zelf ben je ook kletsnat.
Als mama hier was, mocht ik je vast houden.
Sinds we hier wonen, moet ik veel aan mama denken.
Die hond ligt toch niet op bed, hè? - Jawel.
Ik bedoel, nee hoor.
Ik weet niet waar ze is. Ze is weggegaan toen ik pas drie was.
Ik kan me haar amper herinneren.
Doe je het raam goed dicht? Dat het niet binnenregent.
De dominee? Daar heb ik niks aan. Hij wil niet over haar praten.
Jij weet vast ook niks over je mama.
Jij bent dus eigenlijk net als ik.
Vind je dat ik hem moet dwingen om over haar te praten?
Ik zal erover nadenken. - Lig je nu nog niet in bed?
Papa, vertel eens iets over mama.
Ik weet dat je niet graag over haar praat, maar ik weet niet eens hoe ze eruitzag.
Hoe zag ze eruit? Ik hoef niet veel te weten, een beetje is genoeg.
Ze zou zeggen dat je moet gaan slapen.
Opal? Ga je mee die posters ophangen?
Ja, ik kom eraan.
Laat hem maar thuis.
Jij moet hier blijven. Blijf.
Krijg nou wat.
God... zegene hem.
Haal hem maar naar binnen.
Kom maar, Winn-Dixie.
Die avond schreef ik in m'n dagboek dat de dominee het niet begreep.
Ik had Winn-Dixie niet gevonden, Winn-Dixie had mij gevonden.
Hij was een hond die wist wat vriendschap was.
Waar ga je naartoe?
Vind je die mooi? Met zo'n halsband om zou je echt bij iemand horen, hè?
Misschien kunnen we er een kopen.
Hallo?
Werkt u hier?
Ja, maar we zijn gesloten.
Let maar niet op hem. Zo zegt hij gedag.
Hij heet Winn-Dixie en ik ben Opal. - Ik ben Otis.
Mijn hond vindt deze halsband zo mooi, maar ik krijg niet genoeg zakgeld.
Ik zorg hier alleen voor de dieren.
Otis. Kop dicht.
Kan ik hem niet op de pof kopen?
Daar begin ik niet aan. - Ervoor werken dan?
Ik kan de vloer aanvegen, de schappen netjes houden...
de rommel aan de straat zetten.
Dat doe ik allemaal al.
Zo te zien kun je wel wat hulp gebruiken.
Ik ben heel betrouwbaar. Alleen moet ik wel m'n hond meenemen als ik kom.
Hij kan niet tegen alleen zijn. - Gertrude houdt niet van honden.
Waarom is ze dan een dierenwinkel begonnen?
Ik bedoel de papegaai.
Die heet ook Gertrude. Ze heeft de schurft aan honden.
Winn-Dixie vindt ze vast aardig, net als iedereen. En neem je me dan aan?
Dat weet ik nog niet. - Hond.
Dat weet ik ook wel. - Wat is Gertrude mooi.
Hallo, hond.
Zie je wel? Ze vindt hem aardig. Daar sta je van te kijken, hè?
Krijg nou wat.
Dat is dan geregeld. Bedankt, hè.
Wacht. Ik kan je niet zomaar aannemen.
Je krijgt er geen spijt van. Ik kan heel hard werken.
Fijn dat je even naar me luistert. Nog een prettige dag verder.
Afgetroefd door een meisje van tien. - Kop dicht, sukkel.
Kan ik u ergens mee helpen?
Die hond moet weg.
Nee, hè.
Wat heeft hij nu weer uitgespookt? - Niets, maar dat doet er niet toe.
Ik ben hier de baas en ik zeg 'geen beesten'.
Opal doet haar uiterste best. Ze zoekt iemand die hem wil hebben.
Geef me een foto, dan zet ik hem op eBay. Binnen een uur ben ik hem kwijt.
Ik denk niet dat dat nodig is.
U verblijft hier gratis omdat ik dat kan afschrijven als donatie aan een goed doel.
Maar dat monster gaat me te ver.
We waarderen het enorm dat we hier mogen wonen, dat weet u.
Bel het asiel.
We vinden wel een oplossing. Geef ons nog even de tijd.
Wilt u een dak boven uw hoofd of een hond?
Bel het asiel.
Ik dacht aan u omdat u zo'n mooi, groot huis hebt.
Hij kan vast prima overweg met uw andere honden.
Hij mag je niet zien.
No comments yet. Be the first to leave one.