ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Je bent er bijna, nog één klein sprongetje. Zogezegd.
Hé, jij wilde deze keer zelf mee.
Nog een stukje...
hoger.
Heihei? Hoe dan?
Hoor je iets?
Er moeten hier meer mensen zijn. Andere dorpjes.
Op een dag geeft iemand antwoord...
Mafkees.
Heihei.
Lieve, mooie kip die je bent.
Dit is te gek.
Waar wachten jullie nog op? Naar huis.
We zijn terug.
De horizon ligt achter ons ons thuis-eiland ligt voor ons...
het land komt in zicht waar de ochtend gloort...
nieuwe kusten hebben we verkend en thuis maken we dat bekend...
wij zijn één met 't land en de zee...
eindelijk weer terug...
we weten wie we zijn...
ik weet waar ik moet gaan...
ik bevaar de oceaan...
weer thuis -het dorp is groen en vol leven...
vliegers worden geweven -meer huizen voor gezinnen...
ons volk blijft maar terrein winnen -dat dak moet nog hoger
Had ik m'n schaapjes maar op 't droge.
Onze voorvaders kunnen trots zijn omdat de tradities hervonden zijn...
eindelijk weer terug...
we weten wie we zijn
Moet dat, dat zingen?
Ja, we moeten zingen
Hé, jongens.
Kom zitten, dan kun je horen...
van de beste zeevaarder ooit een levende legende...
een halfgod is haar beste vriend
Echt haar bestie.
Samen redden ze ons land en dankzij die twee zijn we vrij...
maar daar blijft 't niet bij kan 't mooier, wat zeg jij?
Stel dat Maui bevriend was met mij.
Ja, hoor. -Kijk. Daar komt ze.
Begroet haar, die Vaiana -heeft ze iets meegenomen?
De nieuwe boot, kijk 'm goed na er is altijd wel een klus aan boord...
het dorp gelooft in haar het dorp gelooft
Ik ben 't rif voorbij. Wie 't eerst aan land is?
Ach, pap, dat is nooit spannend.
Het water zit weer vol leven...
dat heeft ons weer kracht gegeven...
we eren ons zeeverleden dankzij onze dochter, ohé...
we zeilen vanaf de horizon was ik maar vast op mijn eiland...
het thuis dat ik zo miste het leven zoals het was bedoeld...
weer terug Vaiana die zal ons leiden...
ze neemt ons naar de toekomst mee wij zijn één met 't land en de zee...
o, eindelijk weer terug...
we weten wie we zijn...
we gaan te land en ook ter zee...
eindelijk weer terug...
we weten wie we zijn
Nieuw fruit. Jij gaat genieten.
Ik geniet nergens van.
Kip, ik heb je.
Een nieuwe look? -We hebben zelfs onze eigen Pua.
Hij heet Bua.
Opzij. -Kijk uit.
Nieuwe boot. Beviel die? Wees eerlijk. -Het gijpen was wat zwaar, maar...
Komt goed. -Nee...
Opzij.
Oei.
Met je haar zwiepen. Dat heb ik van die gasten.
Nou, hoe is het gegaan?
Je hebt iets gevonden. -Bij een open plek.
Gevonden dankzij Heihei, maar dit komt niet uit ons dorp.
Geen idee waar 't van gemaakt is, maar het is bewijs...
dat er andere mensen bestaan.
Geen idee waarom we ze nooit zijn tegengekomen, maar pap, dat eiland...
daar zijn ze vast te vinden.
Ik moet gewoon dat sterrenbeeld zien te vinden.
Vaiana.
Klein zusje. -Grote zus.
Klein zusje. -Grote zus.
Ik heb je te pakken. -Je was veel te lang weg.
Drie dagen maar. Maar ik miste je elke...
Wat heb je voor me meegebracht? Je zou een cadeautje voor me meenemen.
Eens even kijken.
Wat kun je ermee? -Wat kun je...
Waar gaan we heen?
Deze plek behoort onze voorvaders toe.
Hier ontdekte ik dat we zeevaarders zijn.
Hier leerde oma me wie we zijn. -Oma.
Van haar moest je Maui bij z'n oor pakken en zeggen: Ik ben Vaiana van Motunui.
Je komt aan boord van m'n boot en zet het hart van Te Fiti terug.
Niet slecht. -Hoelang deed je erover?
Een paar weken. -Weken? Dat is langer dan eeuwig.
Zeg dat wel. Maar het moest wel.
Als ik niet was gegaan, was ik nooit zeevaarder geworden.
Zoals de stamhoofden van weleer en de laatste grote navigator: Tautai Vasa.
Voordat Maui het hart van Te Fiti stal en we de zeevaart opgaven...
wilde Tautai Vasa ons eiland in contact brengen met alle volken van de oceaan.
Want samen kunnen we zoveel doen...
en zoveel bereiken, daar komt geen eind aan.
Nu ik dan een zeevaarder ben, moet ik zijn werk voortzetten.
En dit... Dit is mijn eerste aanwijzing.
Laat Maui gaan, dan kun je bij mij blijven.
Maui hangt ergens de halfgod uit, maar als hij komt opdagen...
pak hem dan bij zijn oor en zeg hem dat.
Cheehoo.
Joehoe.
Ik zoek geen ruzie.
Gewoon een gespierde bonk halfgod op doorreis.
Open de poort naar het eiland, dan ben je van me af.
Waarom zou ik voor jou de regels overtreden...
als je het m'n baas al zo moeilijk hebt gemaakt?
Nalo begon. -En jij maakt er een eind aan?
Weer samenwerken met dat mensenkind van je?
Samenwerken? Met die meid met de boot en die maffe krielkip?
We werkten niet samen. Ik wilde gewoon m'n haak terug.
Nalo is een god, Maui.
Breng je 't volk van de oceaan bij elkaar, dan maakt hij je af. En haar daarna ook.
Dit gaat tussen hem en mij. Vaiana heeft er niks mee te maken.
Jij maakte haar tot een zeevaarder, Maui. Dus nu heeft ze er alles mee te maken.
Geheimzinnig eiland? Cool. -Laat mij eens proberen.
Vaiana gaat op zoek naar mensen
Tast toe. Anders wordt het varkensvlees koud.
Dat moet ik echt afleren. -Vaiana...
Dit is meer dan een feestmaal.
Lang geleden werd er een eretitel gegeven aan de laatste grote zeevaarder...
die zo groots droomde als jij.
Een geheiligde titel, hoger dan stamhoofd.
Een Tautai.
Een leider die de zeeën verbindt.
Liefje, doe je ons de eer om die titel vanavond te aanvaarden?
Onze eerste Tautai in duizend jaar.
En laat ons zien hoe ver we gaan.
We drinken vanavond uit de kom van de voorvaders...
net zoals Tautai Vasa dat ooit deed, om je deze titel toe te kennen.
Om een band te scheppen met ons verleden, ons heden...
en wat ons in de toekomst wacht.
Mogen de voorvaders ons blijven leiden.
Grote zus.
Het is me een eer om ons volk te dienen.
Mogen de voorvaders ons blijven leiden.
Tautai Vasa.
Motufetū moet onder de sterren liggen.
Wat?
Bind het zeil op. Riem omhoog.
Nee.
Waar is mijn volk?
Tautai Vaiana.
Dit is je toekomst als je geen anderen kunt vinden.
In afzondering loopt jullie verhaal zo ten einde.
Ik begrijp het niet.
Te Fiti's hart terugzetten was maar een begin.
Je moet de storm trotseren, onze volken opnieuw verbinden...
en Motufetū vinden.
Ik weet niet hoe ik daar kan komen. -Vuur aan de hemel zal je gids zijn.
Wacht, ik weet niet hoe ver het is.
Verder dan ik heb kunnen gaan.
Vind Motufetū. Verbind ons allen eens te meer.
Nee.
Vaiana.
Motufetū.
Ik zoek het eiland Motufetū.
Oké.
Het was even zoeken, maar...
Motufetū.
Een oeroud eiland waar de oceaanstromen ooit samenkwamen...
en alle volken van de hele zee met elkaar verbonden.
Tot het verloren ging. Door een vloek.
Een vloek? -Een vreselijke storm...
van de machtsbeluste god Nalo...
die dacht sterker te worden door de volken van de oceaan te scheiden...
om ons te verzwakken en ons verhaal te beëindigen.
Onze voorvaders geloofden dat Motufetū bereiken...
Nalo's vloek zou verbreken en de zeestromen zou herstellen.
Alleen zo komen onze volken weer bij elkaar.
Anders eindigt ons verhaal.
Roep een raad bijeen... -Stamhoofd.
Vuur aan de hemel.
Hij wil dat ik dat volg. -Naar nieuwe sterren.
Dat kan een leven lang duren. Tautai Vasa kwam nooit meer terug.
Het is de wil van de voorvaders, Tui. -Als we haar nooit terugzien...
Wat bedoel je, nooit terugzien?
Simea, nee, dat is...
Ik wil niet dat je gaat.
Simea.
Mam, dit...
Dit gaat zo snel. En als...
Je bent nu Tautai, Vaiana.
Voor sommige dingen...
voel je je nooit klaar.
Ik ken deze sterren boven de oceaan...
nu roept een nieuwe lucht me aan...
en opeens moet ik hier nu vandaan...
ik zie heel goed waar ik moet gaan...
maar er staat nu veel meer op het spel...
de wind gedraaid, het tij gaat uit de kust uit zicht in een tel...
wat staat me te wachten...
voorgoed naar het onbekende...
weg van alles...
en van ieder die ik heb gekend?
Wat vind ik in de verten?
No comments yet. Be the first to leave one.