ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
De zomer zou moeten beginnen zodra we de klok verzetten.
Wat? - Het is acht uur en het is nog licht.
Alsof we iets hebben aan dat extra daglicht.
We moeten nog drie uur rijden. We zijn pas na middernacht thuis.
Als het je echt dwarszat, Johnny, zou je het niet doen.
Denk je dat ik m'n zondag hier wil verspillen?
Of we laten moeder hierheen verhuizen, of het graf gaat naar Pittsburgh.
Zo'n reis kan zij niet maken. - Dat valt nog te bezien.
Is er nog snoep over?
Moet je zien. 'In onze herinnering.' Niet in de mijne.
Ik weet niet eens meer hoe de man eruitziet.
Johnny, het kost je vijf minuten.
Ja, vijf minuten om de krans te leggen en zes uur om op en neer te rijden.
Moeder wil hem gedenken, dus reizen wij 300 kilometer...
en blijft zij thuis.
We zijn er nu, oké?
Test. Doet hij het weer?
Dames en heren...
we zijn weer in de lucht na een onderbreking...
vanwege een technisch probleem.
Er is niets mis met de radio. Het lag vast aan de zender.
Welke rij is het?
Er is hier niemand.
Het is ook al laat. Als je eerder was opgestaan...
Ik moest al een uur slaap missen vanwege de zomertijd.
Jij klaagt gewoon om jezelf te horen praten.
Daar is het.
Waar zou die van vorig jaar zijn?
Elk jaar geven we hier veel aan uit.
Als we hier komen, is die van vorig jaar weg.
De bloemen gaan dood.
De beheerder of iemand anders haalt ze dan weg.
Ja, en dit ding maakt hij zo schoon. Die verkoopt hij dan volgend jaar.
Hoe vaak zouden we al dezelfde gekocht hebben?
Kom op, Barb. De kerkdienst was vanmorgen.
Bidden doe je toch in de kerk? Kom op.
Ik zie jou nooit meer in de kerk.
Het heeft voor mij geen zin om naar de kerk te gaan.
Weet je nog dat we hier waren toen we klein waren?
Het was daar. Ik sprong achter die boom vandaan.
Opa werd woest en schudde z'n vuist naar me.
Hij zei: Knul, jij gaat naar de hel.
Weet je nog? Daar.
Je was hier altijd erg bang.
Je bent nog steeds angstig. - Hou op. Ik meen het.
Ze komen je halen, Barbara.
Hou op. Je doet stom.
Ze komen je halen, Barbara.
Hou op. Je gedraagt je als een kind.
Ze komen je halen.
Kijk. Daar heb je er eentje.
Hij zal je horen. - Daar komt hij. Ik ben weg.
Johnny. Help me.
Het is al goed.
Geen zorgen. Hem kan ik hebben.
Ze komen vast met meer als ze ons ontdekken.
De truck zit zonder benzine.
De pomp zit op slot. Is er een sleutel?
We kunnen wegkomen als we benzine hebben. Is er een sleutel?
Dit heb je vast al geprobeerd.
Woon je hier?
We moeten hier weg.
We moeten ergens heen waar meer mensen zijn.
Misschien moeten we eten meenemen. Ik ga op zoek naar eten.
Wat gebeurt er? - Ik ben zo terug.
Wat gebeurt er?
Het zijn er twee.
Er zijn er twee buiten. Heb je er nog meer gezien?
Die twee kan ik aan. - Ik weet het niet.
Ik weet dat je bang bent, maar... - Ik weet het niet.
Ik weet niet wat er gebeurt.
Ze weten nu dat we hier zijn.
Niet naar kijken.
Zorg voor meer licht in huis.
Kijk of je hout en planken kunt vinden.
Misschien bij de open haard, iets om alles dicht te timmeren.
Luister. Ik weet dat je bang bent. Ik ben ook bang.
Maar we moeten samen het huis dichttimmeren.
Ik ga de ramen en deuren dichttimmeren. Begrijp je dat?
We zitten hier goed.
We zitten hier goed tot iemand ons komt redden.
Maar we moeten samenwerken. Je moet me helpen.
Ga wat hout halen, zodat ik de boel kan dichttimmeren.
Begrijp je me? Oké?
Zo sterk zijn ze niet.
Hier, zoek wat spijkers uit. De grootste die je kunt vinden.
Deze kamer ziet er veilig uit.
We kunnen hierin vluchten en de deuren dichttimmeren.
Ze zullen zich later een weg naar binnen beuken.
Ze zijn nu bang.
Ik heb ontdekt dat ze bang zijn voor vuur.
Ken je die tent verderop, Beekman's? Beekman's Eetcafé?
Daar heb ik die truck gevonden die buiten staat.
Er zit een radio in.
Ik klom erin om ernaar te luisteren.
Toen kwam er een grote tankwagen over de weg scheuren.
Er zaten wel tien, vijftien van die dingen achter hem aan.
Ze klampten zich eraan vast.
Het duurde even voor ik ze zag.
Ik zag alleen dat de truck op een vreemde manier reed.
En die dingen haalden hem in.
De truck kwam op de andere weghelft.
Ik trapte vol op de rem om hem niet zelf te raken.
Hij vloog dwars door de vangrail.
Ik denk...
Ik denk dat de chauffeur van de weg raakte...
bij dat benzinestation bij Beekman's Eetcafé.
Hij reed zo door het reclamebord heen.
Hij ramde een benzinepomp en bleef maar doorgaan.
Het was nu een rijdende vuurbal.
Ik wist niet of de truck zou ontploffen.
Ik kan die man nog horen schreeuwen.
Dat ding stapte gewoon achteruit.
Ik keek naar het eetcafé om te zien...
of daar iemand was die me kon helpen.
Toen zag ik...
dat het hele pand omsingeld was.
Er was geen teken van leven meer, behalve dan...
Er werd nu niet meer geschreeuwd.
Het drong tot me door...
dat ik alleen was met vijftig à zestig van die dingen.
Ze stonden me daar gewoon maar wat aan te staren.
Ik begon te rijden. Ik reed dwars door ze heen.
Ze bewogen niet. Ze vluchtten niet, of...
Ze stonden me gewoon aan te staren.
Ik wilde ze vermorzelen.
Ze...
vlogen door de lucht, als insecten.
We reden op het kerkhof. Johnny en ik.
Johnny.
We kwamen een krans leggen op het graf van m'n vader.
Johnny en...
Hij zei: Mag ik wat snoep, Barbara?
Maar dat hadden we niet.
En...
Het is hier warm. Heel warm.
Hij zei: Het is al zo laat. Waarom gingen we zo laat weg?
En ik zei: Johnny, als je eerder was opgestaan...
waren we niet zo laat geweest.
Johnny vroeg me of ik bang was.
En ik zei: Ik ben niet bang, Johnny.
En toen kwam er een man aangelopen.
Hij liep langzaam. Johnny plaagde me en zei:
Hij komt je halen, Barbara.
Ik lachte hem uit en zei: Johnny, hou op.
En toen rende Johnny weg.
Ik ging naar die man toe om m'n excuses aan te bieden.
Blijf maar gewoon rustig.
Ik keek op en zei: Goedenavond.
En hij greep me vast.
Hij greep me vast en rukte aan me.
Hij hield me vast en rukte aan m'n kleren.
Ik denk dat je moet kalmeren.
Ik schreeuwde: Johnny. Johnny, help me. Help me.
Hij liet me niet los. Hij rukte...
En toen kwam Johnny aangerend, en hij vocht met die man.
Ik werd zo bang dat ik wegrende.
Ik rende weg.
Maar Johnny kwam niet.
We moeten op Johnny wachten.
Misschien moeten we hem gaan halen.
We moeten Johnny gaan halen. Hij is daar ergens.
Hoor je me niet? We moeten hem gaan halen.
Alsjeblieft. We moeten Johnny gaan halen.
Help me, alsjeblieft. Alsjeblieft.
Snap je niet wat er gaande is? Dit is geen zondagse picknick.
Snap je het dan niet? M'n broer is alleen.
Je broer is dood. - Nee. M'n broer is niet dood.
Vanwege het gevaar voor talloze burgers en de crisis die zich nu voltrekt...
zal dit radiostation dag en nacht in de lucht blijven.
Dit station en honderden andere radio- en tv-stations...
in dit deel van het land, bundelen hun krachten...
om u via een noodverbinding van alles op de hoogte te houden.
Ik zal de feiten herhalen die tot dusver bekend zijn:
Er is een epidemie van massamoord...
gepleegd door een leger van onbekende moordenaars.
Er wordt gemoord in dorpen, steden, op het platteland en in buitenwijken.
De moorden hebben geen duidelijk patroon of motief.
Het lijkt een plotselinge explosie van massamoord.
Er zijn enkele beschrijvingen van de moordenaars.
Volgens ooggetuigen zien ze er normaal uit.
Sommigen zeggen dat ze in trance lijken te zijn.
Anderen beschrijven ze als...
Op dit moment kunnen we met geen mogelijkheid zeggen...
waar u op moet letten of zich tegen moet beschermen.
Misvormde monsters.
De reactie van wetshandhavers is er een van totale verbijstering.
We hebben nog niet vastgesteld...
dat er een georganiseerd onderzoek gaande is.
De politie, sheriffs en ambulances worden overspoeld met noodoproepen.
Het juiste woord voor de situatie is chaos.
De burgemeesters van Pittsburgh, Philadelphia en Miami...
samen met de gouverneurs van staten in het oosten en middenwesten...
zeggen dat de Nationale Garde elk moment ingezet kan worden...
maar dat is nog niet gebeurd.
Het enige advies dat onze verslaggevers van officiële bronnen kregen...
is dat burgers binnen moeten blijven met de deuren op slot.
Ga onder geen beding naar buiten tot de aard van deze crisis bekend is...
en we kunnen adviseren welke actie u moet ondernemen.
Blijf luisteren naar radio en tv voor speciale instructies...
No comments yet. Be the first to leave one.