ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Die is van mij.
Hebbes.
Kom terug met mijn bal.
Wat is zij lelijk.
Heb je haar gezicht gezien?
Lelijk.
Lelijke meid.
Hou op. Ik zeg het.
Hou op.
Tweelingen.
Die tweelingen vlammen.
Ze hebben in vlam gestaan.
Daar hadden ze niks over te zeggen.
Het bleef branden.
Ze hebben hun maniertjes.
Eten, slapen en dromen alles alleen samen.
En ze staan de hele tijd in vlam.
Die vlammende tweeling staat altijd buiten en kijkt naar binnen.
Je laat wat vallen.
Als één problemen heeft...
Voelt de ander dat en komt zo snel mogelijk.
Dankjewel.
Racine is de stoere, die er nog redelijk uitziet.
'Cine.
Zoals zij eruitziet, kan Anaia niet stoer doen.
Racine wel.
Waar kijk je naar, knapperd?
Zij is stoer voor beiden.
Hij zou ons toch wel ontslaan.
Hij is zielig.
Echt zielig.
Met een micropenisje.
Hij is een zielenpoot die uit zijn bek stinkt.
Wat is dat?
Geen idee.
En ineens lijkt alles...
dat je mist terug te komen.
Hoi, meisjes.
Mama.
Zo mooi.
Shit.
Hebben we een moeder?
Dat staat hier.
Ik dacht dat ze verbrand was.
Dat is ze niet.
Woont ze in het Zuiden?
Ja.
Diep in het Zuiden?
Ja.
Tweeling?
Wat? - Ik weet wat je wilt zeggen.
We moeten naar haar toe.
Ik wist dat je wat doms zou zeggen.
Hoezo dom?
Ze kent ons niet en wij haar niet.
Ze kent onze namen.
Ze kon ons vinden. We moeten naar haar toe.
En we hebben toch geen werk meer.
Waarom is zij nooit gekomen?
Dat kunnen we vragen.
We gaan. - Nu?
Nu, want ze gaat heen.
Waar gaat ze heen?
Dood.
Dood?
Sterft ze? - Ja.
Staat in de brief.
Heeft ze jou geschreven?
En mij niet?
Alleen mijn naam staat erop.
Maar ze heeft het over jou.
Ze schrijft me niet.
Omdat jij daar zo emotioneel van wordt.
Ik?
Ja, jij.
Hoewel ze ons niet kent, voelt ze dat vast aan.
Mama's weten zulke dingen.
Ze voelt vast hoe emotioneel jij wordt.
Zo teergevoelig.
Echt niet.
Echt wel.
Niet. - Wel.
Niet.
Wel.
Je hebt gehuild om dat katje dat we niet konden redden.
Dat gestorven is.
Je hebt gehuild, weet je nog?
Zo emotioneel. - Ja.
Soms word ik inderdaad emotioneel.
Als een watje.
Als een trutje.
Nu ga je te ver. Wisselen.
Maar we moeten echt gaan, tweeling.
Ik heb dingen te doen.
Ik moet naar Ellis.
Ellis wie?
Die gast.
Hij.
We hebben afgesproken.
Daar gaan we weer over die online vent.
Waarom wil je hem zien?
De toekomst bespreken.
Je mag hem toch niet aankijken als jullie het doen?
Hij pakt me vanachter.
Als ik hem aankijk, kan ik gevoelens krijgen.
Ik wil geen gevoelens krijgen.
Tweeling...
Ze zitten niet achter me aan, zoals bij jou.
Ik moet me behelpen.
Als we nu niet gaan, krijgen we misschien geen kans meer.
Waar Racine gaat, volgt Anaia.
Ze moet wel...
Het lot tegemoet treden.
WELKOM IN VIRGINIA
WELKOM IN TENNESSEE
'Cine vraagt zich af of ze op haar moeder lijkt.
Of ze dezelfde lach of zo heeft.
Mooi.
Dank je.
Zal ze het mooi vinden?
Ben je zover?
Om God te zien?
God?
Zij heeft ons toch gemaakt?
Je wordt neergebliksemd.
WELKOM THUIS RACINE EN ANYA
Mijn naam is verkeerd gespeld.
Goedemorgen.
Alles goed.
Dat zijn mijn meisjes.
Dat is toch geen wiet?
Vast tegen de pijn.
Wat modern.
Excuses voor de rook.
Dat is tegen de pijn.
Zie je?
Leuk dat jullie er zijn.
De zuster heeft dat briefje opgehangen.
Het was echt mooi.
Ik ben lelijk, maar aardig.
Kom hier, zodat ik jullie voel.
Mijn meisjes.
Hoe gaat het, mama?
Nou...
ik sterf.
Dat zie ik.
We werken op kantoor.
'Naia heeft een vriend.
Nog wat anders ook.
Pardon?
Niks.
Ze is stil.
Hoi, mama.
Ik heb je niet geschreven, omdat je zo emotioneel wordt.
Dat was je als kind al.
Ik wilde je sparen.
Jullie moesten denken dat ik dood was.
Wie wil er een moeder...
die verbrand is en een alligatorkop heeft?
Wat is er gebeurd?
Kind.
Meid.
Meid.
Nou...
Het was gewoon...
een gewone dag.
Ik maakte eten klaar, toen...
En weer.
Ik bad.
Ik bad: 'Laat dat een tak tegen het raam zijn.'
Hoewel ik wist dat er geen takken waren.
Misschien de hond van de buren?
Er was alleen een doodmoeie vrouw.
Hij stond er gewoon.
Een gezicht zo neutraal als tarwebrood en hij zei...
Alsof hij niet net ingebroken had.
Alsof er geen dwangbevel was.
Er viel weinig te zeggen.
Ik had kunnen zeggen dat hij niet...
in de buurt mocht komen...
of dat ik aan het koken was.
Of...
ik kon me aan laten raken.
Hij heeft een tedere kant.
Je moet dat begrijpen.
Mannen zoals jullie vader hebben een tedere kant.
Hij noemde het een spelletje.
We maken mama wakker.
Die littekens zijn...
van toen jullie het vuur doofden.
'Naia het meest, omdat zij me het hardst wilde redden.
Ik ben zo misselijk.
Het komt goed.
Ze is gewoon, je weet wel...
Jij was altijd de grote meid.
Je kwam als eerste...
en schreeuwde je longen leeg.
Zo ben je geboren.
Ik moet jullie wat vragen...
maar kunnen jullie dat aan?
No comments yet. Be the first to leave one.