ആദ്യത്തെ 82 വരികൾ.
Wat vind je ervan, coach?
Niemand is veeleisender dan een schaatscoach.
Ze kan goed schaatsen, Charlie Brown
GESCHREVEN EN BEDACHT DOOR CHARLES M. SCHULZ
Word wakker.
Ik kan m'n hoofd niet optillen. Help even.
Geef me even, juf. Ik ben er, maar m'n neus ligt in 't ziekenhuis.
Patty, weet jij het antwoord op vraag zes?
Vraag zes?
'Hoeveel liter room met 25 % melkvet...
moet je mengen met melk met 3,5 % melkvet...
om 50 liter room te krijgen met 12,5 % melkvet?'
Juf, zal ik anders 20 push-ups doen?
Patty.
Oeps. Sorry, juf. Ik was even ingedommeld.
Ik droomde dat ik een studiebeurs kreeg.
Patricia, blijf alsjeblieft wakker.
Terug naar de echte wereld.
Je ziet er vreselijk uit.
Ik kan niet wakker blijven.
Als ik in slaap sukkel, maak me dan wakker.
Patricia.
Patricia, je slaapt weer.
Ik ben wakker.
Patricia, weet je wat er aan de hand is?
Nee, juf, ik heb geen idee. Maar ik ben wel wakker.
Eet eens wat eieren bij 't ontbijt, meneer.
Zou dat helpen met wakker blijven?
Heb je ooit een kip op school zien slapen?
Grapje, meneer.
Ik heb nagedacht over je probleem.
Misschien val je in slaap tijdens de les vanwege oogproblemen.
Ja, hoor. Jij wil me zeker een bril opzetten, Marcie.
Sommigen van ons vinden dat een bril leuk staat.
Je hebt 't mis, Marcie.
De reden waarom ik in slaap val, is simpel.
Elke ochtend om half vijf ga ik oefenen met schaatsen.
Jeetje, meneer. Niemand zou om half vijf op moeten staan.
Dan slaapt zelfs het ijs nog.
Tot morgen, meneer.
Hoi, Chuck. Ik ben het.
Ik kom mijn schaatscoach wakker maken.
Ga maar weer slapen.
Oké, coach. Wakker worden.
Kom, coach.
Ik snap niet hoe jij slapend kunt lopen. Je loopt nog tegen een boom aan.
Nou, wat vind je van m'n kür, coach?
Zijn alle schaatscoaches zo kribbig?
Oké, snoes. Hoepel eens op.
Wij gaan hockeyen.
Hockeyen? Bekijk 't maar, flapdrol.
Ik was hier 't eerst.
Wil je klappen van een hockeystick, soms?
Zal ik je 'n paar beenbeschermers door je strot duwen?
Luister, mop. Ga van het ijs af met je schattige schaatsjes.
Wij willen hockeyen.
Deze tien hockeysticks willen dat je opsodemietert.
O, ja? Probeer het maar eens, dan.
Wij kunnen jullie best aan.
Dat zal ze leren.
Je wil geen ruzie met mijn coach en mij.
Goed gedaan, coach.
Zullen we even pauze nemen na die overwinning?
Ik doe het allemaal voor de aanmoedigende woorden van mijn coach.
Niet goed, dus?
Wat vind je hiervan?
Ik bewonder wel dat je zo mooi kunt schaatsen.
Waar oefen je voor, meneer?
Ik werk aan mijn derde keuringsfiguur.
Er komt een grote wedstrijd aan.
Ik doe mee aan de regionale competitie. Mijn eerste grote wedstrijd.
Hoeveel keuringen zijn er, meneer?
Acht. En ze worden steeds moeilijker.
Probeer het ook maar eens.
Ik heb zwakke enkels.
Dat bestaat niet, Marcie.
Je moet gewoon schaatsen hebben die goed passen.
Mijn coach kan je misschien lesgeven.
Hij is kribbig, maar hij is wel goed.
Ik heb nog nooit ergens zoveel voor geoefend.
Ik wil echt goed presteren bij deze wedstrijd.
Kom binnen. Er is chocolademelk en koekjes.
No comments yet. Be the first to leave one.