ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Pa, wil je snoep?
Bedankt. Ben je niet moe?
Nee. - We zijn er bijna.
Mei, verstop je.
Het was geen politieagent.
Hallo.
Hallo. Zijn je ouders er?
Bedankt.
Ik ben Kusakabe. We zijn net aangekomen.
Leuk je te ontmoeten.
Welkom.
Bedankt.
We zijn er.
Wacht.
Mei, daar is een brug. - Een brug?
Zie je dat? Er zijn ook vissen.
Vinden jullie het hier leuk?
Pa, het is fantastisch.
Kijk, een tunnel van bomen.
Is dat ons huis?
Kom op.
Het is een bouwval.
Bouwval.
Het lijkt op een spookhuis. - Spoken?
En het is helemaal verrot.
Het gaat instorten.
Instorten.
Kijk, Mei.
Zie je?
Hij is enorm.
Pa, er is een enorme boom.
Dat is een kamferboom.
Kamferboom. - Kamferboom.
Oeps.
Een eikeltje.
Laat zien.
Nog een.
Die is van mij.
Aan de kant. Ik krijg de schermen niet open.
Eikeltjes.
Er liggen eikeltjes in het huis.
Ze komen daaruit gevallen.
Misschien zijn er eekhoorns.
Eekhoorns, echt?
Of ratten, die houden ook van eikeltjes.
Ik heb liever eekhoorns.
Waar zal ik dit zetten?
Hier, ik doe de deur wel open. Satsuki, doe de keukendeur open.
Oké. - Het is om de hoek.
Mei, kom op.
Wacht op mij.
Schiet op.
Klaar?
Badkuipen.
Hier is niets.
Dat is de badkamer.
Pa. Er zit hier iets. - Een eekhoorn?
Ik weet niet. Wat zwarte dingen, maar geen kakkerlakken of muizen.
Echt?
Zie je ze?
Ik denk dat het stofkonijntjes waren.
Stofkonijntjes? Zoals in mijn plaatjesboek?
Precies. Spoken komen niet tevoorschijn op een dag als vandaag.
Als je van buiten een donkere kamer inkomt...
moeten je ogen wennen en zie je stofkonijntjes.
Ik snap het.
Kom hier, stofkonijntjes.
Kom tevoorschijn, waar jullie ook zijn.
Laten we aan de slag gaan. Eens zien of je boven kunt komen.
Doe boven alle ramen maar open.
Oké.
Ik kom ook.
Toilet.
Niet hier.
Niet hier. - Niet hier.
Niet hier. - Niet hier.
Niet hier.
Hier is niets.
Niets.
Mei, het is hier.
Het is pikzwart.
Stofkonijntjes...
Nog een eikeltje.
Kom tevoorschijn, stofkonijntjes.
Ben je daar, Mr Stofkonijn?
Eén, twee...
Eén, twee...
Pa, er is hier echt iets.
Dat is spannend.
Ik wilde altijd al in een spookhuis wonen.
O, nee.
Ik kom.
Ik heb hem, Satsuki.
Mei.
Je zit vol energie.
Dit is Nanny. Zij komt op het huis passen.
Ik ben Satsuki en dit is mijn zusje, Mei.
Leuk jullie te ontmoeten.
Ik had opgeruimd...
als ik wist dat u er zo snel zou zijn.
Nee, u hebt genoeg gedaan.
Ik heb het zo druk gehad in de rijstvelden...
ik heb alleen wat afgestoft...
Wat heb je met je handen gedaan?
Het stofkonijn is ontsnapt.
Je voeten ook.
Die van mij zijn ook zwart.
Nou, nou, nou.
Dat zijn vast roetverspreiders.
Die kleine, zwarte...
wollige dingen die vliegen?
Dat klopt. Ze broeden in lege, oude huizen...
en bedekken ze vol roet en stof.
Ik kon ze zien toen ik klein was.
Jullie zien ze ook, hè?
Zijn ze net als trollen?
Nee, niet zo eng.
Als je blijft lachen zullen ze snel uit het huis vertrekken.
Ze denken nu vast na waar ze hierna naartoe gaan.
Mei, ze gaan weg. - Dat is niet leuk.
Wat gebeurt er als er een hele grote tevoorschijn komt?
Ik zou niet bang zijn.
Dan loop ik 's nachts niet met je mee naar de wc.
Schoonmaaktijd. Kun je wat water uit de beek halen?
Uit de beek? - Ik kom ook.
Mei, wacht daar.
Heb je een vis gevangen?
Nanny, het komt eruit.
Goed, blijf pompen tot het water koud is.
Oké.
Kan ik je helpen?
Hè... mijn moeder... voor oma.
Ja?
Wacht, wat is er?
Ben jij dat, Kanta?
Je woont in een spookhuis.
Kanta, hou op.
Ik deed hetzelfde op zijn leeftijd.
Ik haat jongens. Maar ik hou van Nanny's rijstkoekjes.
Eet zoveel je wilt.
Bedankt.
Enorm bedankt voor uw hulp.
Dag.
Pa, het huis zal instorten.
Ik hoop van niet, we wonen er nog maar net.
Kom op, laten we lachen om de boeman weg te houden.
Ik ben niet bang.
Ik meen het. Ik ben niet bang.
Eén, twee...
Kom op, ga zo door.
Oké, wassen, klaar.
Daar gaan we.
Nanny.
Hallo.
Hard aan het werk?
Waar gaan jullie heen?
Op bezoek bij mama in het ziekenhuis.
Dat is leuk. Doe haar de groetjes.
Oké.
Deze kant op.
Hallo. - Hallo.
Mama. - Wat fijn dat je er bent, lieverd.
Papa nam de verkeerde weg.
Echt? Hallo, Satsuki.
We zijn vandaag vrij van school.
Wat leuk.
Papa praat met de dokter.
Wat fijn om jullie te zien.
Zijn jullie al gewend in het nieuwe huis?
Een spookhuis?
Ma, hou je van spoken?
Natuurlijk. Ik kan niet wachten om ze te zien.
Ik zei het toch, Mei.
Mei was bang dat je spoken niet leuk zou vinden.
En jullie twee?
Ik vind ze geweldig. - Ik ben niet bang voor ze.
Doe jij Mei's haar, Satsuki?
Het is erg mooi. Mei heeft geluk.
Maar ze wordt altijd boos op me.
Omdat je nooit stil blijft zitten.
Kom hier, Satsuki.
Is jouw haar niet te kort?
Nee, ik vind het mooi zo.
Doe mijn haar, mama. - Op je beurt wachten.
Golvend haar, net als ik toen ik zo oud als jij was.
Wordt het net zoals dat van jou wanneer ik ouder word?
Waarschijnlijk. Je lijkt op je moeder.
Ma zag er goed uit.
Je hebt gelijk. De dokter zei dat ze snel naar huis mag.
Snel? Zoals morgen?
Dat zeg je altijd.
Morgen is nog iets te vroeg.
Ma zei dat ze bij mij in bed komt slapen.
Zei je niet dat je groot genoeg was om alleen te slapen?
Ma is speciaal.
Pa, tijd om op te staan.
Wakker worden.
Sorry, ik heb me weer verslapen.
Ik moet vandaag lunch mee naar school nemen.
Helemaal vergeten.
No comments yet. Be the first to leave one.