ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
Hoeveel deuren gaat een mens door gedurende zijn leven?
Achter hem liggen zorgen.
En voor hem liggen hoop en schoonheid.
Alles wat goed en mooi is...
draagt een onvoorwaardelijke liefde in zich mee.
En het leven zoekt een reden...
om alle onvoltooide liefdes samen te laten komen.
27 jaar geleden
Ai, twee tegelijk.
De mijne ging er meer voorbij, maar die telden jullie niet mee.
Als er eentje voorbijgaat, en een andere blijft verderop liggen, dan telt die ook.
Je kent niet eens de regels.
Geef m'n knikkers dan terug, dan ga ik wel. - Ga weg, man.
Kom, laten we ze verdelen.
Wat is er, broer?
Ali en Ahmet uit die andere wijk wilden knikkers van me lenen.
En daarna gingen ze er met mijn knikkers vandoor.
Oké, maak je geen zorgen, broertje.
Wat is hij onnozel. Hij trapt er steeds weer in.
Precies.
Ik hoorde dat jullie goed kunnen knikkeren.
Willen jullie ook tegen mij spelen?
Ja, maar jij hebt geen knikkers.
Als jullie mij ieder twee knikkers lenen...
dan geef ik er straks twee keer zoveel terug.
Hé, je raakte er twee, maar je pakt er vier.
Omdat we twee tegen een spelen, telt wat ik raak dubbel.
En dit zijn de knikkers die ik geleend had.
Ik geef jullie er twee keer zoveel terug.
We gaan door.
En deze knikkers krijgen jullie van mij te leen.
Maar als jullie verliezen, geven jullie er twee keer zoveel terug.
Als ze jou morgen niet ieder tien knikkers brengen, laat het me dan weten.
Ik was het brood helemaal vergeten.
Nou ben ik de sigaar.
Mevrouw Kasimina.
Moet je zien hoe die leraar eraan toe is.
Ik moet Cevahir van school sturen.
U moet me dat niet kwalijk nemen.
Jij laat je slaan door zo'n kleintje en dan kom je hem aanklagen?
Foei toch.
Je zoon viel me zomaar zonder reden aan.
Hé, je praat nu niet tegen een kind. Schaam je je niet voor je leugens?
Kijk, directeur. Hij lijkt precies op zijn moeder.
Ja, natuurlijk lijkt hij op zijn moeder.
Ik vraag me af op wie jij lijkt.
Jij kunt mijn zoon niet van school sturen.
Ik haal hem zelf van school.
Au.
Ma, doe dat alsjeblieft niet. - Hoe durf je je leraar te slaan?
Wat gaan de mensen nu wel denken? - Ma, hij trok de rijke kinderen voor.
Ezelsveulen. Neem jij hier het recht in eigen hand?
Alsjeblieft, niet doen, ma. Ma, het doet pijn. Toe, niet doen.
Ga maar bij je vader werken, dan leer je wel hoe het leven is.
Ma, niet doen. - Hier, pak aan. Niet huilen.
4 jaar later
Cevahir, zit niet te slapen. Blijf draaien.
Sneller draaien. Anders krijgen we dat keukengerei vandaag niet af.
Man, ik heb ook een paar truien ingepakt. In Edirne is het 's avonds fris.
Oké, maar maak het niet te zwaar voor ons.
En zeg tegen Cevahir dat hij over tien minuten klaar moet staan.
Cevahir, vlug. Je gaat met vader ketels lappen.
Adem zou toch meegaan? - Adem is ziek. Die kan niet meegaan.
Hij doet vast maar alsof.
We hebben een wedstrijd. Ik had beloofd mee te spelen.
Rot toch op met je praatjes.
Dacht je dat jij kunt gaan voetballen, terwijl je vader gaat werken?
Zorg dat je over vijf minuten klaarstaat.
Mijn flinke zoon, laat maar eens zien wat je kunt.
Wat is dat nou, Cevahir?
Ga je met je voetbalschoenen ketels lappen? - Ezelsveulen.
Hoe durf je je vader omver te duwen? Ik vermoord je, Cevahir.
Cevahir.
Schoppen.
Schop dan. Schoppen.
Schop tegen dat ding.
Ho. - Wat doe jij nou, man?
Goed gedaan.
Pass die bal.
Goed, man. Bravo.
Goed gedaan, joh.
Zo doe je dat, man.
Dat was het, man.
Moet je hen zien, man.
Wat is er, man? - Schamen jullie je?
Jullie zullen nog wel zien. De volgende keer maken we jullie in.
Dat inmaken doe je niet zo, maar zo.
Man, ik pak die hand van je... - Ho.
Let op je woorden, man. - Of anders wat?
Rot op, man.
Waar kijk je naar, man?
1 week later
Cevahir.
Ma. - Sta op.
Je vader komt morgen thuis. Er moeten boodschappen worden gedaan.
Ma.
Het spijt me.
Dit busje rijdt langs het ziekenhuis.
Ja, deze gaat naar het ziekenhuis. Naar het ziekenhuis.
Kind, je hebt 80% gezichtsverlies aan je rechteroog.
De klap op je oog heeft helaas geleid tot schade aan het netvlies, de retina.
Hadden ze meteen ingegrepen, was jouw oog misschien nog gered.
Maar nu is er niet veel meer aan te doen.
Binnen een jaar verlies je zicht met dat oog waarschijnlijk helemaal.
In het begin kun je evenwichtsproblemen hebben en...
niet goed snappen waar objecten zich precies bevinden.
Gelukkig...
is er geen enkele schade aan de zenuwen die naar de hersenen lopen.
Dus de spieren die het oog laten bewegen, blijven normaal werken.
Daarom kan niemand aan je zien dat je problemen hebt met dat oog.
De geneeskunde ontwikkelt zich in rap tempo.
Blijf vertrouwen op God.
Als het toch niet beter wordt...
zorg ik dat niemand het te weten komt.
7 jaar later
Herinner je je Seyfi nog? - Ja.
Seyfi heeft zijn zaken uitgebreid.
Istanbul is een grote stad. Je kunt niet iedereen vertrouwen.
Hij schijnt te hebben gezegd: Laat Cevahir komen. Hij kan me helpen bij m'n werk.
Hij heeft nog steeds geen werk kunnen vinden. Hij deugt nergens voor.
Straks stellen ze vertrouwen in hem als ze iets ondernemen.
Dan komt Seyfi ook in de problemen.
Zeg dat nou niet. Istanbul is een grote stad.
Hij vindt daar vast zijn weg wel.
Laat hem maar gaan.
Binnen een maand sturen ze hem terug. Dan zeg je: Dat voorspelde hij al.
Geachte reizigers, we zijn in Istanbul aangekomen.
Deze bus gaat naar Adana.
Die blauwe koffer.
Alsjeblieft, broeder. - Bedankt.
Kom, hij vertrekt zo.
Broeder, je hebt zeker een taxi nodig.
Ja.
Ik moet naar dit adres. - Kom, broeder. Ik weet wel waar dat is.
Bedankt. - Graag gedaan.
Ben je voor het eerst in Istanbul? - Ja.
Dit is het adres waar je moest zijn, broeder.
Hoeveel ben ik je verschuldigd? - 70 lira.
70 lira? - Ja. Wat had je gedacht? Dit is Istanbul.
Alsjeblieft.
Bedankt.
Zeg het eens, broeder. - Ik zoek broeder Seyfi.
Hoezo?
Ik ben een dorpsgenoot van hem. Cevahir, de zoon van tante Kasimina.
O, welkom. - Bedankt.
Kom verder.
Jij bent aan de beurt.
Ik zet alles in.
Veel geluk.
O, beste Cevahir, kom eens hier.
Welkom. Goed dat je er bent, jongen.
Bedankt, broeder.
Cevahir is een dorpsgenoot van me.
Ik beschouw hem als een broer. Hij komt mij helpen.
Jongen, welkom. - Bedankt, broeder.
Welkom, jongen. - Bedankt.
Had toch gebeld aan het station. Dan had ik je laten ophalen.
Bedankt, broeder. De taxichauffeur kende het adres.
Maar Istanbul is echt een grote stad, broeder Seyfi.
Het duurde een uur voor we hier waren.
Het busstation is maar tien minuten rijden hiervandaan.
De taxichauffeur had vast door dat het je eerste keer Istanbul is.
Hij heeft blijkbaar een heel eind met je rondgereden.
Je bent flink afgezet als welkomstgeschenk.
Gegroet. - Gegroet.
Goedendag.
Bedankt. - Herinner je je mij nog?
Nee.
Gisteren ging ik met jouw taxi naar dit adres.
Herinner ik me niet.
Van diezelfde plek hierheen kostte me tien lira.
Jij reed gisteren om en liet me 70 lira betalen.
Ik kan je me niet herinneren. Waarom val je me lastig, zo vroeg in de ochtend?
Wat is zijn probleem? - Weet ik veel?
Al meteen zoiets op mijn dak. - Ik heb geen probleem, broer.
Deze man liet me 60 lira te veel betalen. Ik kom mijn geld terughalen.
Hij herinnert zich jou niet eens. Ga weg. Breng ons niet in de problemen.
Ik geef het niet terug, man.
Die verdraaide dorpeling staat hier een beetje stoer te doen tegen ons.
Ik geef mijn vaders zuurverdiende geld...
niet aan eikels zoals jullie...
Man.
Ik neem mijn geld terug.
Bedankt. Maar...
waarom hielp je mij?
Had ik maar moeten toekijken hoe ze met zijn vieren één man aanvielen?
Ik sta bij je in het krijt.
Jij bent me niks verschuldigd.
Ik ben Cevahir.
En ik ben Sabahattin.
Ik ken de meeste mensen in deze wijk.
Hoe heette die broer van je die een koffiehuis runt?
Seyfi Alaybey.
Seyfi Alaybey?
Waarom ben je verbaasd?
Dus ik zit hier nu met het broertje van Seyfi Alaybey?
Gokbaas Seyfi Alaybey.
Hij is niet echt mijn broer, maar we komen uit hetzelfde dorp.
Hij was mijn overbuurjongen.
No comments yet. Be the first to leave one.