ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Goeienavond.
Capitole, het zit vol.
De vorige keer dat ik hier speelde, zat het ook vol.
Dat wil zeggen dat er tijdens corona van mijn publiek...
niemand gestorven is.
Wat een weerstand hebben jullie.
Mijn vrouw zegt dat dikwijls: dat ik een enorme weerstand oproep.
Wat heb ik gedaan tijdens corona? Een boekje geschreven.
Het heet Speech. Rustig, blijf zitten.
Je kan het kopen na de voorstelling.
Je kan met bancontact betalen. Niet panikeren. Rustig, rustig.
Wat staat er in dat boekje? Het is een ode...
aan de mensen die mij mijn twee favoriete talen aanleerden:
het Algemeen Nederlands en het West-Vlaams. Ja.
Nee, er zitten er geen in de zaal?
Ja? En nu zo: Ja, jawel. Van waar ben je?
Van Poperinge. Is het waar?
Ben je speciaal naar hier gekomen vanuit Poperinge?
Wablief? Een inwijkeling? Maar ik hoor het nog een klein beetje.
Ja. Welkom, Poperinge. Allee jong, ongelooflijk.
En wat staat er nog in dat boekje? Taalspelletjes die ik heel graag speel,
maar waar mijn gezin van zei dat het misschien tijd werd
om ze eens te delen met een ander publiek.
Er staan klinker-klanker-klonkers in, bijvoorbeeld.
Woorden waarvan de medeklinkers dezelfde blijven,
maar je de belangrijkste klinker kunt vervangen
door minstens twee andere klinkers. Met drie klinker-klanker-klonkers samen...
moet je een logische klinkende klinker-klanker-klonkerzin kunnen maken.
Je mag een voorbeeldje geven, Poperinge.
Nee? Het zit niet klaar, heb ik de indruk.
Door het drinken van dranken word je dronken. Ben je mee, ja?
Je pest mij als je op mijn post pist. Dat is nog eentje.
Hoe dikwijls gebruik je dat soort zinnen in de werkelijkheid?
Kun je een klein beetje forceren.
Dan leg ik 's avonds een blauwe bosbes in mijn brievenbus...
om 's ochtends verwonderd te kunnen zeggen:
Er zit een bes uit het bos in de bus.
Of ik kruip op een ladder en leg een tweede laag dakpannen...
en als Marjan vraagt wat ik doe, zeg ik: Ik dek het dak te dik.
Soms wordt ze er kwaad van, als ik na een vluggertje tevreden zeg:
De snul zat snel in de snol.
Maar dan heb ik minder lol als ze me een lel geeft op mijn lul.
Hier, nog eentje. Boekje vol.
En verder was het in onze sector verplicht niet mogen werken.
En Marjan en ik hebben van de nood een deugd gemaakt...
en we hebben eens een kampeerbusje gehuurd.
Een Volkswagen California Beach kampeerbusje.
Om eens te kijken of dat iets voor ons zou kunnen zijn.
Het is iets dat we hebben bijgeleerd sinds de kindjes.
Dat je beter eerst eens uitprobeert om te kijken of het echt iets voor jou is.
We wilden dezelfde fout geen tweede keer maken.
We gingen dat kampeerbusje kunnen huren in de krokusvakantie.
Is dat nu door het woord krokus,
maar ik had me daar een enorme voorstelling van gemaakt.
Ik dacht: er gaan al bloemen bloeien.
We gaan kunnen buiten zitten tot tien uur 's avonds.
Met een pastis in onze hand kijken naar de zonsondergang.
De kindjes gaan door de wei huppelen...
terwijl ze Broeder Jacob spelen op zelf gesneden wilgenfluitjes.
Marjan gaat op het ingebouwde kookvuur verse groentjes klaarmaken,
vers geplukt van het bioveld naast ons.
Met spaghetti bij, vers gekraakt van het pastaveld aan de andere kant.
Ik ga een appel in partjes snijden, schillen
en een stukje appel op haar lippen leggen.
Mijn andere hand ga ik op haar achterwerk leggen.
Niet seksueel, maar teder.
Omdat dat is hoe seksueel bij haar wakker wordt.
Het werkt, ze wrijft zich helemaal in met appel en zegt:
Lust jij graag appel? En ik zeg: Ja.
En binnen de kortste keren liggen we te appelflappen in dat busje.
En ondanks de geilheid merken we toch nog op...
hoeveel ruimte, uimte, uimte, uimte...
er is in zo'n busje, usje, usje, usje.
Dat is hoe ik me dat had voorgesteld.
Er was al iets minder ruimte in dat busje dan we hadden gedacht.
Marjan had enorm moeten selecteren wat er in de valiezen kon.
Bij ons thuis is het Marjan die de valiezen maakt.
Ik doe dat niet graag. Dat is kleren opsluiten in een te kleine ruimte.
Marjan doet dat graag, kan dat goed, geniet van dat selecteren.
Gaat er soms zelf een beetje te ver in.
Vier jaar geleden was het de vakantie waar ze voor mij één slip meehad,
want we gingen wel kunnen wassen op de camping.
Dan voel je je raar als je de tweede dag...
al drie uur lang met een keukenhanddoek rond je gat rondloopt,
te kijken naar je slip die hangt te druppen aan de draad.
Zeven jaar geleden was het de vakantie zonder haar lenzen en zonder haar bril.
Maar dan kun je tijdens het inpakken toch ook niks zien?
Ze was in een valiestrance geraakt, zei ze, waarin ze alles scherp zag.
Ter hoogte van Metz ging die trance over en was ze weer bijziend min acht.
Vanaf daar heb ik gereden.
Het was ook ijskoud, het regende oude wijven.
Daardoor speelden de kindjes niet buiten Broeder Jacob...
op een zelf gesneden wilgenfluitje, maar binnen.
Nog tamelijk luid, zo'n zelf gesneden wilgenfluitje.
Het waren fluitjes van een luide wilg.
Ze hadden de gaatjes ook wat anders gesneden,
waardoor de Broeder Jacob van het ene fluitje een half toontje hoger was...
dan de Broeder Jacob van het andere fluitje.
Luid en vals. Moesten zij in het orkest van de Titanic gezeten hebben,
hadden de hulpverleners dat zinkende schip op tijd gevonden...
en zouden we niet elk jaar vier keer naar die vorte film moeten kijken.
Ik roep: Stilte, stilte.
Mijn kleinste zegt: Wat een raar woord om zo luid te roepen.
Ik moest een wandelingetje doen om te kalmeren.
De deur van het busje ging open,
Marjan wierp een duikbril met snorkel naar buiten.
Dat had ze dan wel mee. Ik heb hem toch aangedaan.
Binnen de kortste keren zat die pijp vol regenwater.
Ik had niet door wat er gebeurde. Ik dacht dat ik werd gewaterboard.
Ik begon van alles te bekennen dat ik niet eens had misdaan.
Ik in paniek terug naar dat busje.
Ik klop op het venster. Ik mocht niet binnen.
Ik was te nat en te vuil.
En dat busje was gehuurd.
Marjan wierp een washandje naar buiten, ik moest me eerst proper maken.
Stel je dat voor. Je bent aan het verzuipen in de Noordzee.
Je hebt in gedachten al afscheid genomen van vrienden en familie.
Plots dan toch nog de Sea King. Yes, ik ben gered.
Dat luik gaat open, die redder kijkt naar beneden.
Oei, maar jij bent nat en vuil.
Hier, een washandje. Maak je eerst maar proper, hoor.
Want ja, mijn Sea King is gehuurd.
Om eens te kijken of het misschien iets voor mij zou kunnen zijn.
Toen ik proper was, mocht ik binnen.
Jongens, dat temperatuurverschil tussen buiten en binnen.
Mijn lijf wist niet wat het eerst moest doen: niezen of dampen.
Ik zag niks meer.
Dat is nu de eerste keer in mijn leven dat mijn ogen bedampen.
En toen snapte ik dat ik natuurlijk die duikbril nog aanhad.
Er kwam stoom uit mijn snorkel.
Ik heb niet kunnen eten. Ik kan niet eten als ik kwaad ben.
Ik bijt voortdurend op mijn tong. Het was een vegetarisch gerecht,
ik wilde het niet verkloten met tonggehakt.
Dus begon ik te drinken, want zuipen kan ik wel goed als ik kwaad ben.
Op wilskracht, want er zit een alcoholslot op zo'n vaatje wijn.
Je moet in staat zijn om die twee tsjoepkes...
aan de zijkant van dat kraantje tegelijk omhoog te trekken.
En hoe zatter je bent, hoe moeilijker dat is.
Op den duur heb ik met een keukenmes dat vaatje lek geprikt...
en die witte wijn uit dat wakke karton gezogen.
Ik had geluk: het was karton van een goed jaar.
Na het eten moest dan nog even dat dak omhoog.
Niet moeilijk als je weet hoe dat moet.
Toch een halfuurtje mee bezig geweest. Tot de kleinste in het boekje keek...
en zei dat het dak maar aan één kant omhoog kon.
Dus dat ik mocht stoppen met duwen aan de andere kant.
Onder dat dak zit er dan een Lattoflex van een 1m40 breed.
Goed in het begin dat je getrouwd bent.
Wij doen er elk jaar tien centimeter bij.
We zitten nu aan 3m80 en ik vind het nog altijd krap.
Heel de nacht wakker gelegen onder dat scheve dak,
bang dat die staalplaat op mijn muil ging kletsen.
Dat ik voor de rest van mijn leven een pannenkoekenkop heb...
en iedere keer als ik aan iets wil ruiken mijn neusgaten eruit moet trekken...
om ze weer driedimensionaal te maken.
En dan hadden wij nog geluk. Voor de kindjes was het maar 1m20.
We hadden ze kop-voet gelegd voor de veiligheid.
Tegen 's ochtends hadden ze vier keer op elkaars muil geschopt.
Bij de kleinste waren al zijn melktanden er in één keer uit.
En bij de oudste gaan we een prothese moeten laten steken.
Het regende niet alleen keihard, het was ook koud.
Zo'n busje is gelukkig goed geïsoleerd.
Dat stuk boven op het busje, waar wij sliepen,
is helaas niet goed geïsoleerd. Er zit chauffage in zo'n busje, hè.
Ja, je kunt dat programmeren.
Enfin, mensen die kunnen programmeren kunnen dat programmeren.
Dat is het drama van domme mensen: dat ze meestal trouwen met elkaar.
En samen nog dommere kinderen krijgen.
Ik zie nu een paar mensen dit doen bij elkaar.
Als je het nog weet van jezelf, ça va nog wel.
Het is weer de kleinste die vond hoe je de chauffage kon programmeren,
waarna ik Marjan twee uur heb verdacht van overspel met een chauffagist.
Het was dan beneden veel te warm en boven veel te koud.
Dat is raar, hoor. Dat je zelf in Antarctica ligt...
en dat je van beneden hoort roepen: Mag de chauffage af?
Marjan en ik zijn elk zes keer naar beneden geweest.
Ik zeg nu 'naar beneden geweest'.
Alsof we konden afdalen langs een brede trap met een rode loper.
Maar eigenlijk probeer je jezelf uit die mummieslaapzak te krijgen.
Je snapt ook waarom dat mummieslaapzak heet,
omdat er een grote kans is dat je dood bent tegen dat je eruit bent.
Je krijgt dat ding met je vingers niet naar beneden,
dus je moet dat met je tenen doen.
Je voelt je een banaan die zichzelf aan het pellen is.
Iedere millimeter die vrijkomt, verandert direct in de roze calippo.
Er is een nauw gat tussen boven en beneden waar je door moet.
Het moment dat ik me daar door aan het wurmen was,
was het moment dat ik dacht: hoe praktisch zou het niet zijn...
moest elk lichaamsdeel bestaan uit zwellichaampjes?
Dat leg ik straks uit.
Als je daardoor floept, had ik het gevoel dat ik opnieuw geboren was.
Ik was verwonderd dat er geen gynaecoloog stond...
om op mijn poepje te slaan.
Weet je wat het verschil is met een geboorte?
Voor zo'n baby is eruit eruit.
Ik wist dat ik over een halve minuut terug naar boven moest.
Stel je dat voor. Zo'n baby die eruit floept,
de chauffage dichtdoet en hup, die foef weer in.
Moet je dan een geboortekaartje sturen? Ik weet het ook niet.
Het heeft de hele nacht geregend.
No comments yet. Be the first to leave one.