ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
ONDER HET ZAND
Zullen we gaan?
Kom.
Marie, de deur?
Sta op.
Zullen we een vuurtje maken?
Wil je wijn?
Nog meer? - Een beetje.
Zo, ja.
Wil je morgen naar het strand?
Als het mooi weer is.
Naar welk strand wil je? - Dat van de Duitsers?
Ja, goed. Daar is het niet druk.
Waar heb je deze vandaan?
Een oude fles van vorig jaar.
Hoe is hij?
Hij is te drinken. - Niet echt...
Eindelijk vakantie.
Ben je moe?
Ja.
Dat is lekker.
Ga je mee zwemmen?
Nog niet.
Ik wil nog even liggen.
Pardon, heeft u mijn man gezien? Hij is tegen de zestig, vrij groot.
Nee. We zijn er net. - Weet u het zeker?
Hij heeft grijs haar, een blauwe zwembroek...
Hij is gaan zwemmen en ik zie hem niet meer.
Sorry, we hebben niemand gezien. - Bedankt...
Mijn man is verdwenen. Ik kan hem nergens vinden.
Pardon, ik heb een probleem.
Mijn man is verdwenen.
Rustig, mevrouw. Is hij gaan zwemmen?
Ik denk het. - Denkt u het of weet u het?
Ik weet het zeker. - Hij is niet gaan wandelen?
Nee, hij is het water ingegaan. - Op dit strand?
Nee, verderop. - Dat valt buiten ons gebied.
Dat weet ik, maar alstublieft snel, er moet iets gebeuren.
Hier was het.
Hij moet hier zijn gaan zwemmen.
Heeft iemand hem gezien? - Nee, maar u ziet dat hier niemand is.
We waarschuwen de politie en gaan met een helikopter zoeken.
Waren er persoonlijke redenen om te verdwijnen? Iets op z'n werk?
Nee. - Om zelfmoord te plegen?
Was hij depressief of erg moe, sprak hij over er een eind aan maken?
Nee.
Goed.
Voor het onderzoek hebben we het volgende nodig:
een precieze beschrijving van de vermiste persoon, uw echtgenoot.
In het geval u de komende dagen niets van hem hoort.
We hebben ook medische gegevens nodig.
Of hij ooit geopereerd is of iets gebroken heeft.
Jean...
Jean?
Is daar iemand?
Het gaat om longinhoud, maar daarom ben ik nog geen fossiel.
Nee, maar je bent hard op weg.
Ga met Marie mee naar fitness.
Ja, kom mee, het zal je goed doen.
Zeker op en neer springen in strakke pakjes met een stel dames?
Zie je me daar al staan, Vincent?
Nee, niet echt.
Je hebt er een verkeerd beeld van. Je hoeft echt geen maillot aan.
Een mooi short zou je niet misstaan.
En je hoeft niet in een groep. Je kunt ook met gewichten werken.
Ik moet er ook heen, ik moet echt iets aan m'n spieren doen.
Waar doe je het?
Een kleine club, vlakbij m'n huis.
Ik ga bijna elke ochtend voor m'n werk.
Mijn man zegt altijd dat hij komt, maar hij doet het nooit.
Hij lijkt op jou, Gérard, niet erg sportief.
Maar hij heeft me beloofd dat hij op zaterdag probeert te gaan.
Als jij dan ook komt, Gérard,
dan zou je niet alleen zijn. Je zou je meer op je gemak voelen.
Met al het werk dat jullie doen, is het goed om te bewegen.
Heb je altijd aan sport gedaan?
Ja, in Engeland, toen ik jong was,
deed ik aan wedstrijd zwemmen.
Toen ontmoette ik mijn man, een echte Fransman...
die van goed eten en wijn houdt.
Nog wat salade, Marie?
Lekker.
Het is heerlijk. Ik wou dat ik zo kon koken.
Maar jij hebt vast andere talenten, nietwaar?
Laat maar. Lief van je maar ik doe het wel. - Ik help je even.
Ik ben dronken, geloof ik.
Zal ik koffie zetten?
Thee graag.
Heb je trouwens die psychiater gebeld?
Nee, die heb ik niet nodig.
Sorry, ik dacht alleen...
Moet ik een taxi bellen?
Ik vraag Vincent wel om je even thuis te brengen. Hij heeft een auto.
Als hij dat niet erg vindt. - Hij is aardig, vind je niet?
Vind je hem leuk? - Waarom vraag je dat?
Zomaar.
Ik geloof dat hij op je valt.
Ben je al lang getrouwd?
Meer dan 25 jaar. Dat is een lange tijd, hé?
Ja.
Heb je kinderen? - Nee.
Nooit gewild?
Je wilt wel alles weten.
Ja, maar ik wil je graag beter leren kennen.
Heb je nog tijd voor een drankje?
Nee, ik geef les morgen. Een andere keer.
Slaap je nog niet?
Ik heb op je gewacht.
Was het leuk?
Het was gezellig. Gérard was weer grappig.
Heb je gegeten?
Nee.
Moet ik nog iets klaarmaken?
Nee, dat hoeft niet.
Ik heb geen honger.
Goed. Dan val je tenminste wat af.
Welterusten, lieverd.
Heb je de wekker gezet? - Ja.
Jean?
Ja?
Hou me vast.
Ik heb vandaag geen zin om te werken.
Heb je slecht geslapen? - Nee.
Wat is er dan?
Niets.
Ik heb zin om vrij te nemen.
Ik wil niets doen, bij jou blijven.
En de tijd, zei Bernard, laat zijn druppel vallen.
De druppel, gevormd tegen het dak van de ziel, valt neer.
Tegen het dak van mijn geest laat de tijd zijn druppel vallen.
Vorige week, toen ik me stond te scheren, viel de druppel.
Ik, met mijn scheermes in de hand, werd me plotseling bewust...
hoe zuiver automatisch deze handeling was. Zo vormt zich de druppel.
En ironisch feliciteerde ik mijn handen omdat ze bleven doorgaan.
Scheren, scheren, scheren, zei ik. Ga door met scheren.
De druppel viel.
Gedurende de dagelijkse bezigheden ging mijn geest naar een lege plek...
en zei: Wat is verloren? Wat is voorbij?
En mompelde "over en voorbij", mezelf met woorden troostend.
Mensen merkten hoe wezenloos mijn gezicht...
en hoe doelloos mijn gesprek was.
De laatste woorden stierven weg...
en, mijn jas dichtknopend om naar huis te gaan, zei ik, nog dramatischer:
"Ik heb mijn jeugd verloren".
Het is merkwaardig...
Het is merkwaardig... hoe...
Het is merkwaardig hoe in elke crisis...
een irrelevante frase zich steeds hulpvaardig aan je opdringt.
De prijs die je betaalt omdat je met een notitieblok...
deel uitmaakt van een oude beschaving.
Neem me niet kwalijk...
We houden 10 minuten eerder op.
Ik ga koffie drinken. - Oké, dag.
Dag, mevrouw.
Herinnert u zich mij nog? Deze zomer, in Les Landes...
Nee.
Ik liep daar stage.
We hielpen u met uw man.
U heeft de verkeerde voor. Ik ben daar nooit geweest.
Geen tijd om te lunchen zeker?
Nee, misschien later in de week.
Heeft Vincent je goed thuisgebracht?
Ik ben gek op hem, hij is zo charmant.
Hij is ook een goede uitgever.
Hij heeft genoeg van het alleen zijn...
Probeer je hem aan mij te slijten?
Helemaal niet.
Ik moet gaan.
Bel je me snel? - Doe ik.
Hij staat u erg goed.
Niet te klassiek? - Dat is juist in de mode.
Uw figuur komt er goed in uit.
Ik neem hem. - Goed.
En die twee hemden ook.
Hebt u deze in het blauw?
Welke? - Deze.
Hij is voor mijn man. Hij heeft blauwe ogen.
Alstublieft.
Uw pincode graag.
Sorry, maar uw pas wordt geweigerd.
Hoe kan dat nou? - Ik weet het niet.
Ik heb cheques bij me.
Kunt u zich identificeren? - Ik heb een paspoort.
De hemden en das toch maar niet.
Zoals u wilt.
Sorry, de das toch wel.
Hallo, Marie?
Met Vincent? Amanda gaf me je nummer?
Ik wil m'n excuses aanbieden?
Dat ik je gekust heb?
Ik wil je uitnodigen om te eten?
Misschien vanavond als je kunt? Ik wil je graag zien, als je tijd hebt?
Ik ken een leuk Chinees restaurant?
Voel je niet verplicht?
Ik weet het even niet meer? Ik wacht op je telefoontje?
Mijn nummer is 44253658?
Ik omhels je?
Nee, excuses, ik omhels je niet?
Pardon, tot gauw?
Wie is die Vincent?
No comments yet. Be the first to leave one.