ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
POOLSE VRIJHEIDSSTRIJDERS DIE STREDEN TEGEN HET DERDE RIJK WERDEN NA WOII
OPNIEUW SLACHTOFFER VAN HET COMMUNISTISCHE REGIME ONDER STALIN.
ZE WERDEN OPGEPAKT EN DOODGEMARTELD. TOT DE VAL VAN HET COMMUNISME
WAS HET VERBODEN OM HEN IN HET OPENBAAR TE HERDENKEN.
DE MUREN VAN HUN CELLEN DRAGEN NOG HUN ENIGE SPOREN:
HUN BOODSCHAP VAN HOOP EN VRIJHEID.
Pardon, mevrouw? - Ja?
Heeft u ook pruimen? - Jazeker.
Ik heb kleine en grote.
Zijn ze zoet? - Ja.
Oké, doe maar twee ons. - Van deze?
Ja, die grote. - Die zijn erg lekker.
Weet u ook of hier...
een ruïne is van een kerk?
Van een kerk? - Ja.
Daar is wel een kerk.
Nee, ik bedoel een ruïne. - Er zijn hier geen ruïnes.
Een zloty en 20 cent. - Hebt u twee zloty?
Goedemorgen.
Heb je twee zloty voor me? - Dank u wel.
Uw wisselgeld.
Of drie zloty?
Dame, doe niet zo...
Doe niet zo uit de hoogte. - Pardon...
Geef haar hoed terug.
Wat moet je? - Geef haar hoed terug.
Waar bemoei je je mee? - Geef die hoed terug.
Ik maak gewoon een praatje.
Kom, geef die hoed terug.
Het spijt me. Alstublieft.
Bemoeial.
Als Baska dit hoort, zal ze je wel een lesje leren.
Bemoei je lekker met je eigen zaken.
Rot op. - Nou zeg...
Waarom deed je dat?
Ik praat tegen jou, hoer. - Laat haar met rust.
Hou op. - Wat nou?
Wat denk je wel. - Janek.
Waarom doe je zo? Hou je in, man.
Vuile stinkhoer.
Kutwijf.
Wat? - Flikker op, jij.
Dom mokkel.
Zo kan ie wel weer. - Lazer op.
Donder toch een eind op.
Heb je me niet gehoord?
Ben je nat geworden?
Het is gewoon bier. Je ruikt er niks van. - Andrzej.
Heb je tissues? - Nee.
Dat hoeft niet.
Wil je een lift?
Wij geven je wel een lift. Geen probleem. Kom.
Wat? - We geen haar een lift.
Niet echt de beste auto voor zo'n landweg, hè?
Kom je uit Warschau?
Ja, hoezo?
Wil je daarheen?
Ja, ik moet er toch vrijdag zijn om wat dingen in te slaan.
Dan zetten we je daar af. Geen probleem.
Maar... - Wij kunnen je brengen.
Naar Warschau? - Ja, naar Warschau.
Nee, laat maar.
Hoe heet je? - Anna.
Joanna. - Wat?
Ik ben Joanna. - Oké.
Ben je bang?
Bang? Waarom zou ik bang zijn?
Laat haar toch. Kom, we gaan.
Weet jij of hier een kerkruïne is?
Hier, in Czemierniki?
Nee, wij hebben geen ruïnes.
Er is wel een plek waar vroeger een kerk stond.
Is het ver?
Als je terugrijdt, die kant op, kom je langs...
Laat toch, we gaan echt niet op zoek.
Zij kan het ons laten zien, daarna geven we haar een lift.
Kom je nog of niet?
Willen jullie heel even wachten? Dan pak ik wat spullen.
Oké.
Ik zei al dat hier geen ruïnes waren.
Toch?
Ben je soms een beroemdheid?
Waarom vraag je dat?
Ik vroeg het me gewoon af.
Ja? - Ik ben heel beroemd.
Grapje.
Wat doe je dan? - Ik ben op een sabbatical.
Sabbatical? - Ja, ik doe van alles.
En wat doe je nu?
Bedenk gewoon iets.
Anka.
Maak een foto van me.
Ga daar staan.
Hier drukken?
Maak er maar een paar. Een serie.
Hier.
M'n schoenen staan er niet op. Iets meer naar achteren.
Je bent niet op sabbatical. Je bent vast ontwerper of model.
Hier.
Deze is mooi.
Nee, ik ben niet fotogeniek. - Kom.
Lachen.
Kom, lach even.
Wacht.
Anka, wacht. Kom.
Lach even. Iedere vrouw ziet er mooi uit als ze lacht.
Juist.
Super.
Wacht. - Nee, zo is het genoeg.
Wacht nou.
Is dit de enige plek in de buurt? - Ik zei toch...
Aska, kom je? We gaan.
Eindelijk.
Moet je in Warschau zijn?
Ja.
Per se vandaag?
Nee, maar ik heb een bar.
Een bar?
Ja, in Czemierniki. Ik moet wat dingen kopen in Warschau.
Is het een grote bar?
Nee, gewoon een klein café.
Jezus, wat veel kleren. Gaan jullie ergens naartoe?
Ga je op reis?
Ja. - Ik ga ook een reisje maken.
Marek belde. - En?
We gaan daar wat drinken, wat kletsen, gewoon gezellig.
Laten we teruggaan naar Warschau.
Kom op, Andrzej.
Andrzej, toe nou. We zijn al maanden bezig met die ruïnes.
Gun mij één gezellige avond. - En zij dan?
We nemen haar mee.
Kijk dan, Andrzej.
Film hem.
Doe niet zo gek.
Ania, pak mijn telefoon en film die man.
Ania, ken jij die kerel?
Haal hem gewoon in.
Goeiemorgen. - Hallo.
Milanów? - Waar?
Milanów. - Milano?
Milaan? Tuurlijk, rij maar achter ons aan.
Ania, weet jij waar dat Milano ligt?
Milano? - Milanów of zo?
Komen we daarlangs? - Hoe moet ik dat weten?
Ik dacht dat jij het kende. - Nee, nooit van gehoord.
Even langzaam, dan zeg ik het wel.
Afremmen.
Niet zo hard.
Aska...
Kom, hou je in.
Hij houdt me aardig bij.
Kom, niet zo hard.
Aska, niet zo hard, verdomme.
Aska, doe normaal.
Niet zo hard.
We moeten zo rechts.
Gaat het?
Heb je hem gefilmd?
Shit, Aska.
Geef me een sigaret.
Waar ga je heen?
Met iemand anders mee.
Je gaat toch niet verder liften? Ik rij wel.
Vond je het leuk?
Ben je fan van rallyrijden of spoor je gewoon niet?
Dus je vond het kicken.
Niet die.
Ja, oké.
Wacht.
Totaal niet jouw stijl.
Deze is wel goed.
Oké. - Nee, iets te cool voor jou.
Ik kan alles aan.
'Alles' is niet genoeg.
Deze past goed bij je gympen.
Marek?
Ja?
Ben je er al?
Andrzej...
dit is echt literatuur.
Luister.
Dit is het niet.
Dit is niet de ruïne die je zoekt.
Er is ook het oude Czemierniki.
Daar stond ooit die kerk waar mensen zaten opgesloten.
Ook die dichter naar wie je op zoek bent.
Hoe weet je dat we hem zoeken?
Je bent op zoek naar een beroemd iemand, toch?
Heb je m'n aantekeningen gelezen? - Dat was niet nodig.
Het is niet ver, iets van 20 kilometer.
En?
Wou je ons daar nu heen brengen?
Niet als je m'n hulp niet op prijs stelt.
Gaan we nu?
Andrzej, ik verga van de honger.
Kom.
Heb je misschien een vuurtje?
Dat was erg goed.
Dat toneelstuk. Vond je het ook goed?
O, dat. Ja.
No comments yet. Be the first to leave one.