Sidney

Sidney

Dutch സബ്ടൈറ്റിൽ ഡൗൺലോഡ് ചെയ്യുക

റിലീസ് വിവരങ്ങൾ

Sidney 2022 1080p ATVP WEB-DL DDP5 1 Atmos H 264-playWEB
കമന്ററി എഴുതിയത് cvthuis
Marc de Jongh

ടാഗുകൾ

webdl
പ്രസിദ്ധീകരിച്ചത്: 2026-02-01
ഡൗൺലോഡുകൾ: 20
ശ്രവണ വൈകല്യമുള്ളവർക്ക്: No
FPS: 23.976

Dutch സബ്ടൈറ്റിൽ പ്രിവ്യൂ

ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.

Ik was erg zwak.

Ik was een zevenmaands kindje.

Toen ze zeiden dat ik het niet zou halen...

kwam m'n vader thuis...

met een schoenendoos.

Ze gingen me begraven.

Ik heb in m'n leven meer...

dan een paar prachtige, onbeschrijflijke veranderingen meegemaakt.

M'n wereld was eenvoudig.

Ik wist niet wat elektriciteit was.

Ik wist niet dat je stromend water via een buis binnenshuis kon hebben.

Ik leerde de wereld kennen door te observeren.

Ik zag schepsels. Vogels.

Ik moest zelf ontdekken wat dat waren.

Ik was het jongste kind. En ik kreeg er het meest van langs, natuurlijk.

Ik was de jongste en ik werd vaak thuisgelaten...

als m'n ouders gingen werken. Ze verbouwden tomaten.

Er was heel weinig onderwijs.

Wat ik afwist van waarden, wat goed en slecht was...

en wie ik was, qua waarden, moest van m'n ouders komen.

Ik keek altijd naar ze.

Hoe ze elkaar behandelden. Hoe ze voor elkaar zorgden.

Hoe ze deden tegen vrienden.

En tegen andere mensen in het dorp.

Ik gedroeg me zoveel mogelijk als zij omdat ik het resultaat van hun gedrag zag.

De regering van Florida had de import van tomaten uit de Bahama's verboden.

M'n vader verloor toen alles.

Hij liet m'n moeder, die mij meenam, in Nassau een betaalbaar huis vinden.

Toen we aankwamen in de haven, zag ik iets bewegen.

Alsof er een kever de straat kwam afrijden.

Ik vroeg m'n moeder: 'Wat is dat?' Ze zei: 'Dat is een auto.'

Ik zei: 'Wat is een auto?'

Ze beschreef het. Ik vond het fascinerend.

Op straat zag ik ramen van glas met allerlei mooie dingen daarachter.

Toen zag ik een vrouw.

Maar ze stond tegenover een andere vrouw die precies op haar leek.

En wat de ene vrouw deed, deed de andere ook.

Dat was natuurlijk een spiegel. Maar ik wist niet dat die bestonden.

Snap je? Ik wist niet wat een spiegel was.

Ik dacht nooit na over m'n uiterlijk. Ik zag alleen wat ik zag.

Er was een witte persoon op Cat Island.

In Nassau zag ik andere witten, maar ze waren in de minderheid.

De bevolking bestond voor 90 procent uit zwarten.

Ik ging met jongens van ongeveer m'n leeftijd om.

Binnen een paar maanden zaten drie, vier jongens in een opvoedingsgesticht.

En m'n vader dacht dat ik waarschijnlijk ook die kant opging.

Ik moest naar Miami, Florida.

Toen ik op m'n 15e uit de Bahama's wegging, wist ik wie ik was.

Ik had tienenhalf jaar op Cat Island gewoond.

En vierenhalf jaar in Nassau.

Toen ik in Miami, Florida aankwam, wist ik wie ik was.

En meteen toen ik de boot afkwam, begon Florida tegen me te zeggen:

'Je bent niet wie je denkt.'

SLECHTS VOOR KLEURLINGEN

Als je opgroeit op Cat Island, waar iedereen zwart is...

is alles wat je kent en ziet, sterk, goed en positief...

en zwart.

Maar dat speelt verder helemaal niet.

Door z'n beeld van de wereld en zichzelf stond hij zo in het leven.

Hij dacht altijd dat hij was wie hij was.

En soms raakte hij daardoor in de problemen, weet je wel.

Ik moest bij m'n broer intrekken, het enige familielid dat daar woonde.

Via hem ging ik bij het warenhuis Burdines in Miami aan de slag als bezorger.

En ik kreeg de naam van een vrouw en fietste naar Miami Beach.

Ik kwam aan op het adres en liep naar de voordeur...

en ik belde aan.

De vrouw des huizes kwam naar buiten en zei: 'Wat doe je bij de voordeur?'

Ik zei: 'Ik kom dit pakket bezorgen.'

Ze snauwde: 'Ga naar de achterdeur.' En ze sloeg de deur dicht in m'n gezicht.

Dat was de eerste keer dat ik de rassenkwestie in de VS meemaakte.

Ik begreep het gewoon niet. Waarom moest ik naar de achterdeur? Ze stond toch voor me?

Maar ze sloeg de deur dicht en ik wist niet wat ik moest doen.

En toen besloot ik het voor de deur te leggen.

Aan het eind van de avond ging ik naar huis, naar m'n broer.

Het was donker toen ik aankwam.

Er brandden geen lichten.

Ik vroeg me af waarom niet en liep naar de voordeur.

Z'n vrouw deed open, trok me naar binnen en gooide me op de grond...

en smeet de deur dicht.

Ze zei: 'Wat heb je gedaan? Wat heb je gedaan vandaag?'

Ik zei: 'Niets. Wat heb ik dan gedaan?'

Ze zei: 'De Klan is hier geweest. Wat heb je vandaag gedaan?'

Ik besloot dat ik die stad uit moest. Ik wilde weg uit die stad.

Ik had een paar kledingstukken naar de stomerij gebracht.

Die zat in een compleet witte buurt.

Daarna liep ik naar de bushalte, maar de bussen gingen niet meer.

Toen stopte er een auto pal voor me, die vol zat met politie.

Ze vroegen: 'Wat doe je?'

Ik zei dat ik de bus terug naar de stad wilde pakken.

'Wat doe je hier?' Ik legde het uit.

Hij trok z'n pistool...

en liet het rusten op het omlaag gedraaide autoraampje.

En toen zette hij het tegen m'n hoofd.

Daar.

En hij zei tegen de anderen:

'Wat moeten we met deze persoon doen?' Hij gebruikte eigenlijk een ander woord.

Hij zei: 'Als we je laten gaan...

kun je dan helemaal teruglopen naar waar je vandaan gekomen bent...

zonder om te kijken? Kun je dat?'

Ik zei: 'Ja, dat kan ik wel.'

Hij zei: 'Als je ook maar één keer omkijkt, schieten we.'

Iets van 50 straten lang...

keek ik bij elk raam even snel opzij...

en zag ik telkens die politieauto achter me.

En ze bleven achter me...

helemaal tot het kleine straatje...

waar m'n familie woonde.

En daarna reden ze gewoon door.

Binnen een paar maanden...

moest ik m'n kijk op het leven helemaal bijstellen.

Ik leerde wie er de macht had.

En ik zag ook dat die macht toegepast werd.

Ik wist dat ik weg moest uit die stad. Dat wist ik gewoon.

Ik wist niet of ik ooit een omgeving zou vinden die anders zou zijn dan Florida.

Ik had gehoord dat er een stad was waar we andere mogelijkheden hadden.

New York.

Ik kwam aan in New York op het Greyhound- busstation op 50th Street en 8th Avenue.

Ik liep de straat op en stond helemaal paf van die stad.

Een Afro-Amerikaanse man kwam op me af. 'Hoe gaat het?' 'Goed', zei ik.

'Waar ga je heen?' Ik zei: 'Hoe kom ik in Harlem?'

'O ja', zei hij. 'Die kant op en dan neem je de A train.'

Ik vertrouwde het niet, want hij zei: 'Ga naar beneden. Die trap omlaag.'

Ik zei: 'Oké.'

Ik ging heel voorzichtig een paar treden omlaag.

Toen hoorde ik een gerommel dat sterker werd.

En opeens kwam die trein...

Bij 116th Street stapte ik uit.

Ik volgde de mensen die uitstapten en liep de trap op.

En toen was ik in Harlem.

Er liepen overal zwarten. Ik zei hallo en zij zeiden het terug.

Ik vond dat geweldig.

Zwarte artiesten waren alom aanwezig in Harlem.

Je was je bewust van al dat talent.

Zoals Ellington.

Lena Horne. Billie Holiday.

De supersterren liepen overal rond.

Je wist wat een artiest toen waard was. Het was overal om je heen te zien.

Dus dat was de sfeer die er hing toen Sidney Poitier er kwam.

Je zocht roem en rijkdom.

Ik zocht iets. - Je zocht.

Maar best een lange tijd vond ik niets.

Op de hoek van 49th Street en Broadway zat een bar-restaurant.

Ze zochten een afwasser.

Ik liep binnen. 'Wanneer kun je beginnen?' 'Nu meteen', zei ik.

Hij nam me aan.

Ze betaalden me zelfs vier dollar per avond.

En ik kreeg te eten.

Na m'n eerste avond gedraaid te hebben...

liep ik naar de bushalte.

Ik ging slapen in de toiletten.

Daar moest je toen vijf cent voor betalen.

Ik deed er zo'n muntje in. Ik ging naar binnen.

Bril omlaag, voeten tegen de deur, en zo sliep ik.

Heel ongemakkelijk, natuurlijk.

Op een avond zat ik net naast de keuken een krant te lezen.

Een ober zag me daar zitten.

Ik zei: 'Ik wil beter leren lezen.'

Hij zei: 'Zal ik met je meelezen?'

Elke avond...

kwam die man, die joodse ober...

naar me toe waar ik zat te lezen...

en hielp me tot ik echt begon te leren lezen.

Dat was in feite het begin van een reis voor me.

Als je niet meer vecht, ziet niemand je.

Maar als ze zien dat je je best doet, pakt iemand je hand...

en geeft je dat zetje dat je nodig hebt. Dat gebeurt altijd.

Op 125th Street in Harlem kocht ik de krant Amsterdam News.

In die zwarte krant stonden advertenties.

En ik had daar al eerder werk gevonden. Als afwasser, als portier...

en andere baantjes die ik kon doen.

Toen zag ik: 'Acteurs gezocht.'

En ik dacht: Jeetje. Willen ze acteurs?

Wat zou ik dan moeten doen?

Dus ik ging erheen. Ik klopte op de deur.

Een man deed open.

Het was een reus van een vent. Frederick O'Neal heette hij.

Ik liep het podium op en sloeg een bladzijde open.

Hij deed een ander script open. Hij zat in de zaal.

Hij zei: 'Lees de rol van John.' Ik zag 'John' staan en zei: 'Oké.'

Hij zei: 'Waar ga je heen?'

Hij was van slag en boos en hij gooide me eruit.

'Verdoe m'n tijd niet en ga borden afwassen of zo.'

En toen werd ik acteur.

Ik zei: 'Ik word acteur.

En dan kom ik hier terug en zal ik die man eens wat laten zien.'

Je had een accent toen je in New York begon.

Kun je aangeven hoe je in het begin praatte?

Een zin zoals: 'Ik ga naar huis.'

Als kind zeiden we vroeger: 'I gwine 'ome.'

Dat moest veranderen als ik acteur wilde worden.

Dus dat deed ik. Ik kocht een radio voor 14 dollar.

En daarop zocht ik naar Norman Brokenshire.

Norman Brokenshire was nieuwslezer.

Z'n stem was heel mooi.

Hoe gaat het, dames en heren? Hoe maakt u het? Ik ben Norman Brokenshire.

Ik luisterde naar hem. En daarna deed ik hem na.

Ik zit al ruim 25 jaar voor microfoons, en echt, dit is inspannend werk.

Ik kwam van m'n accent af. Bijna helemaal.

Ik kocht boeken en slaagde er langzaam in m'n teksten te leren.

Ik ging terug en deed auditie. En ik werd aangenomen.

അഭിപ്രായങ്ങൾ

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left