ആദ്യത്തെ 200 വരികൾ.
Er was eens een vredig koninkrijk...
geregeerd door een rechtvaardig koningspaar.
Hun allergrootste wens was een kind.
Op een winternacht raasde een storm over hun land...
en die bedolf het koninkrijk onder een laag sneeuw en ijs...
maar gaf hen ook het allermooiste geschenk.
Er werd een prinses geboren.
Ter ere van die nacht noemden ze het meisje Sneeuwwitje.
De koning en de koningin leerden Sneeuwwitje...
dat wat op het land groeit, toebehoort aan hen die ervoor zorgen...
en hoe je regeert met liefde.
Want later zou zij de leider worden.
Kijk eens naar dit land waar wij zijn opgegroeid...
met magie en licht voor jou en mij...
waar we de zaadjes planten en alles groeit en bloeit...
een koninkrijk voor wie eerlijk is en vrij...
diep onder de grond waar de wonderen zijn...
in de velden met vruchten zo zoet...
schatten van edelstenen in de mijn...
en wij delen al die overvloed...
van de hoogste berg tot onder de grond...
een gouden lucht een rijk zo gezond...
wij bewerken het land met gulle hand...
en de beloning groeit...
waar het goede bloeit...
waar het goede bloeit...
doe een wens voor wat je worden wil...
vertel eens wie je eens zal willen zien
Toe maar.
Ik zie alleen maar water...
en een dochter, moeder, vader...
en de zaadjes van een leider...
waardoor het goede bloeit...
een onbevreesd...
een onbevreesd...
en eerlijk mens...
en eerlijk mens...
moedig...
moedig...
en oprecht...
en oprecht...
doe een wens en dan zie je haar nu echt...
van de hoogste berg tot onder de grond...
een gouden lucht een rijk zo gezond...
wat wij doen is geven omdat we hier leven...
het is met ons vergroeid...
waar het goede bloeit...
waar het goede bloeit
Hoi.
Het koningspaar zag vol trots...
hoe Sneeuwwitje opgroeide tot een lieve, eerlijke prinses.
Maar toen sloeg het noodlot toe.
Sneeuwwitjes moeder werd ziek...
en de Goede Koningin stierf.
Sneeuwwitje en de koning waren ontroostbaar.
Totdat...
een betoverende vrouw van ver opdook in het paleis.
Zo beeldschoon dat ze wel over buitengewone krachten moest beschikken.
Ze trouwde met de koning, maar ze bleek anders dan ze leek.
Ze was kwaadaardig.
Ze gaf alleen om haar eigen schoonheid en de macht die haar die gaf.
Om die macht te beschermen...
gebruikte ze een toverspiegel, voor één simpele vraag.
Spiegel, spiegel aan de wand...
wie is de mooiste van het land?
U, mijn koningin...
van alle vrouwen, o zo mooi...
bent u de allermooiste ooit.
De nieuwe koningin greep meteen de macht.
Ze waarschuwde voor een groot gevaar vanuit het zuiden.
De Goede Koning zwoer zijn burgers te verdedigen.
Onbevreesd - Eerlijk - Moedig - Oprecht...
bewaar dit goed tot ik weer terug bij jou ben
Maar de koning kwam niet terug.
Angst heerste in het koninkrijk.
De koningin werd steeds machtiger.
De boeren werden soldaten, trouw alleen aan haar.
En alle rijkdommen eigende zij zich toe.
Sneeuwwitje werd een dienstmeid...
en opgesloten in het kasteel.
Maar zolang de toverspiegel zei dat de koningin de mooiste was...
was Sneeuwwitje veilig voor haar wrede jaloezie.
Van de hoogste berg...
tot onder de grond...
waar is die gouden lucht?
Was dit rijk ooit gezond?
Was 't toen echt zo fijn?
Zal het ooit weer zo zijn?
Ik was er zo mee vergroeid
De jaren verstreken en de mensen vergaten bijna...
dat er ooit een prinses Sneeuwwitje was.
Met het goede dat bloeit
En in alle eerlijkheid...
Sneeuwwitje vergat ook bijna zichzelf.
Hallo?
Pardon, kan ik u misschien helpen?
Nee hoor, ik neus even rond.
Wilt u die terugleggen?
Ach, de koningin heeft meer dan genoeg.
En dat is uw excuus om te stelen?
Wij hebben honger, dat is mijn excuus.
Ik zal 't tegen de koningin zeggen.
Denk je dat zij met ons willen delen? - De prinses wel. Sneeuwwitje.
Die is al jarenlang onzichtbaar. Die gaat niemand helpen.
Ze denkt altijd aan haar volk.
Nou, zeg dan maar dat ze moet stoppen met denken...
en dingen moet doen.
Een indringer, deuren dicht.
Pak ook maar wat.
En deel de rest met je prinses.
Misschien weet ze het niet.
Als de koningin wist van die honger, gaat ze heus wel delen.
Ik ga het proberen.
Al is het maar een wens.
Sneeuwwitje, heb je je taken gedaan?
Jawel, Majesteit. - Iedereen moet z'n deel doen.
Daar wilde ik het over hebben. Delen.
Vertel, wat zei je nou?
Nou...
Majesteit, de mensen lijden...
en mijn ouders en ik plukten vroeger altijd appels.
Dan bakten we taarten voor het dorp. - Taarten?
We gaan ze geen luxe dingen geven, dan raken ze in de war.
Maar soms kan iets kleins, iets liefs...
je het gevoel geven dat er meer is dan alleen bestaan.
Ik kan me niet herinneren dat jij een mening was toegedaan.
Mijn excuses, maar...
Ze willen iets vriendelijks zien.
Onbevreesd, eerlijk, moedig, oprecht.
Hoe ouderwets.
Eens zul je begrijpen hoe zinloos die woorden zijn.
Maar ik zal je nu alvast...
wat laten zien.
Kijk goed.
Prachtig, toch? - Jawel, Majesteit.
De een is zwak, nutteloos, fragiel.
De ander is hard, onverzettelijk...
eeuwigdurend en vlekkeloos...
mooi.
Mijn onderdanen willen geen bloem, maar een diamant.
Hoogheid... - Laat me los.
Deze schurk zat aan de koninklijke voorraden.
Niet waar.
Ben jij een van die bandieten die stelen uit naam van de koning?
Nee, Majesteit. Niet een van die bandieten, maar de baas.
Trouw aan de ware koning.
Ga naar zijn huis en steek het in brand.
Nou, ik heb geen huis.
Breng hem naar de kerker. Dan kan hij daar jammeren.
Majesteit...
Ik geloof in het belang van recht, maar dit is niet eerlijk.
Wat zeg je?
De straf mag niet zwaarder zijn dan het misdrijf...
en mijn vader zou... - Je vader?
Je vader?
Mijn vader zou genade tonen.
Sorry, je hebt gelijk.
Deze dief heeft van mij gestolen, dus dan steel ik iets van hem.
Trek zijn jas en laarzen uit en bind hem aan de poort.
Kan ik nog de kerker in? - Voer hem af.
Dat wordt zijn dood. Majesteit. - Sneeuwwitje.
Hier...
kijk naar jezelf.
Dit is toch wat je wil?
Toe maar, spreek je volk toe.
Ze wachten op je.
Op je taarten en je wijze woorden.
Wat ga je zeggen?
Dat je een toetje voor ze hebt?
Je leeft in een wereld van wensen. Ga terug naar je put, Sneeuwwitje.
Klein meisje bij een eenzame put...
met steeds datzelfde verhaal...
gevangen binnen de muren...
vast in het verhaal dat ze hoorde...
weer een dag dat ze meer vervaagt...
doet alles wat men van haar vraagt...
dromend, heel alleen...
deelt ze geheimen met een steen...
mijn vader vertelde, lang gelee...
ik doorstond een storm van sneeuw...
zal ik dat meisje ooit weer zien?
Wachtend op een wens...
onder de hoogste boomtop...
en als de zilveren lucht stopt...
fluister ik iets tot het water...
wachtend op een wens...
op die ene dag...
dat het dan gebeuren mag...
en dat ik word zoals mijn vader...
ik sluit mijn ogen en dan verschijnt...
het meisje dat ik moet zijn...
is zij een deel van mij dat ik nog moet vinden?
Zal ze ooit verschijnen?
Of blijf ik voor altijd hier?
Wachtend op een wens?
Klein meisje in een duister woud...
ze wil zo graag een goed mens zijn...
maar in dit duistere koninkrijk is het goede reeds vergeten...
staat ze op of buigt ze haar hoofd?
Wordt ze de leider of uitgedoofd...
No comments yet. Be the first to leave one.