Первые 200 строк.
Ik heb het middel meegebracht. - Ik vind het eng.
We hebben geen keus. Hoe dieper hij graaft, hoe groter het risico.
Ik heb nooit gehoord van iemand die naakt uit een gebouw sprong.
Ik ken m'n vrouw, dokter.
En het uitschot waar ze van houdt. - U zou verbaasd staan.
Vraag het aan dr. Collier. - Ik vraag het aan u.
Ik vraag u iets over een moord.
Hij was mijn hond.
Mijn hond, niet de hare.
Ik heb hem gevonden.
Hij had Margaret helemaal niet graag.
Niet echt.
Ze zei dat ze hem te eten gaf. Dat loog ze.
Ze zei dat ze voor hem zorgde, maar dat deed ze niet.
Dat deed ik.
Papa.
Papa.
Papa. - Wat is er met je papa?
Papa wist van Margaret.
Hoe ze echt was.
Ik vertelde het hem. - Waarom?
Omdat hij dan van me zou houden.
En niet van haar.
Ik kon zwemmen.
En duiken van de hoogste springplank.
Dat kon Margaret niet.
Papa keek naar mij.
Hij keek toe als ik zwom. Hij keek als ik dook.
Keek hij hoe je dook? - Ja, alleen naar mij.
Alleen naar mij. Margaret was bang van water.
Ik wou niet dat papa naar haar keek.
We hadden een zwembad.
Een prachtig zwembad.
Margaret haatte het.
Waarom?
Omdat ze niet kon zwemmen.
Dook ze in het zwembad?
Nadia?
Lieve Walter.
Mijn hond. Mijn hond.
Goed.
Ga vooruit.
1957, 1967...
Rustig, rustig.
Alles is goed. Dit is het heden. Woensdag.
Je wordt wakker.
Ik tel tot drie.
Dan word je wakker. Verkwikt.
Met een blij gevoel. Heel tevreden.
Eén...
twee...
drie...
Dat was kort.
En over hetzelfde.
Hetzelfde obstakel?
Blijf hier een tijdje tot het effect afneemt.
Ik heb je zo weinig gezien. Carl gaat vandaag de stad uit.
San Francisco. Ik dacht aan het strandhuis. Er is niemand.
Graag. - Alsjeblieft.
Je weet hoe hard ik je nodig heb.
Goed.
Maar blijf hier een tijdje.
Ik zie je straks.
Rust maar.
Dr. Collier, er zijn medicijnen verdwenen uit het lab. Barbital en xylitol.
Check het nog eens. Het moet een vergissing zijn.
Gebruik je ze voor je eigen werk? - Wat?
Ik weet dat het boek niet vlot...
maar medicijnen gebruiken om haar hypnose te verdiepen is gevaarlijk.
Ga me nou niet achteraf bekritiseren.
Je hebt het niet nodig. En ze is compleet afhankelijk van je.
Ik heb je resultaten nodig van de experimenten met de ratten.
Je verwierp m'n resultaten. - Ze waren niet juist.
De uitgever hijgt me in m'n nek. - Ik ga niks vervalsen voor jouw boek.
Dat hoeft niet, maar gebruik je verbeelding en toon meer ijver.
IJver?
Dag, schat. - Niet doen, Mark.
Kom binnen, dokter.
Sorry, hij liet me je niet bellen.
Natuurlijk. Dat zou de pret bederven.
Wat wordt het? Pistolen op tien passen?
Zwaarden? Wie kiest de wapens? - Heel leuk. Altijd je woordje klaar.
Wil je horen dat je vrouw en ik minnaars zijn?
Dat is duidelijk, maar je zegt het met zo'n trots.
Heeft ze het niet verteld?
Je bent niet de eerste.
Of zelfs de tweede.
Of zelfs de vijfde. - Moet dit nou?
Het moet.
Natuurlijk moet je dit doen.
Je vergeet dat ik na zeven maanden met Nadia alles over haar weet.
En over jou.
Normaal zet je nu een stap opzij...
in het besef dat de minnaar niet de verantwoordelijkheid voor Nadia neemt.
Ik ken mijn vrouw, dokter.
En het uitschot waar ze van houdt.
U zou verbaasd staan.
Pak je jas, Nadia.
Als je met haar vertrekt, maak ik bekend welke drugs je gebruikt.
Wat voor relatie je had met een patiënt, mijn vrouw.
Gaat het om het boek? Natuurlijk, zonder haar is er geen boek.
Hij is dood.
Kijk niet naar hem.
Je moet me helpen.
Kom hier. Ga hier zitten.
Kijk niet rond.
We moeten de politie bellen. Wat vertellen we ze?
Zeggen we dat Carl me niet met z'n vrouw wilde laten weggaan?
Dat geloven ze niet. Ik moet iets anders verzinnen.
Heeft iemand je de flat zien verlaten?
Denk na, Nadia.
Niemand?
De portier.
Niemand anders? Zeker weten?
Absoluut zeker? Goed.
Je bent hier met Carl gekomen om alleen te zijn.
Het was half zes. Om 7 uur kwamen er twee mannen aan de deur.
Ze drongen binnen en wilden...
Ze wilden juwelen. Ze wilden juwelen en geld.
Carl liet ze niet binnen. Hij verzette zich.
Je probeerde hem te waarschuwen, maar hij luisterde niet.
Ik ben bang. - Natuurlijk ben je bang.
Twee mannen hebben je man vermoord. Perfect.
We zullen ze te slim af zijn. Om half zes kwam je hier met Carl.
Half zes.
Om 7 uur kwamen er twee mannen binnen.
Ze drongen binnen. Er ontstond een gevecht.
Wat is er gebeurd?
Alles goed?
Ga jij nooit naar huis? - Ik breng wat gegevens in verband.
Zoals je wilde.
Ik was vandaag niet m'n charmante zelf.
Je meent het. - Laten we koffie gaan drinken en praten.
Over Nadia zeker? - Nadia.
We hebben niets te bepraten.
Niets.
Wat voor maskers droegen ze? - Ze droegen kousen over hun gezicht.
Het was lelijk en griezelig.
Misschien kan dit morgen. - Dat hoeft niet.
Hoe meer we nu weten, hoe meer kans dat we ze vinden.
Carl en ik zaten hier te ontspannen.
We dronken iets en luisterden naar muziek.
Er werd op de deur geklopt.
Carl ging kijken. We hoorden een mannenstem.
Hij zei dat hij autopech had en wilde bellen.
Zodra Carl de deur opendeed, stormden ze binnen.
Twee mannen, met wapens.
Ze eisten geld en...
Carl zei dat hij niets had.
Een van hen, de grote, ging naar boven naar de slaapkamer.
Carl nam de pook bij de haard.
Ze vochten en die man nam Carl de pook af.
En hij sloeg hem ermee. - Dat volstaat, Nadia.
Rustig maar, mevrouw.
Toen ze beseften wat ze gedaan hadden...
namen ze z'n portefeuille en z'n horloge.
En ze pakten mijn juwelen.
En toen renden ze de deur uit en reden ze weg.
Stond de auto voor de deur?
Ik hoorde ze wegrijden.
Maar je hoorde ze niet aankomen?
We zaten naar muziek te luisteren.
Sorry, maar ze kan nu geen vragen meer beantwoorden.
Dat begrijp ik. Heel erg bedankt.
De technische recherche komt eraan. Signalementen?
Vaag. Twee mannen met kousen over hun hoofd.
Kun je m'n handschrift lezen? Verlies m'n boekje niet.
Dat is mogelijk.
Wat is dat?
Hoe is het met haar? - Dr. Collier had hier al moeten zijn.
Wie is dr. Collier?
Nadia Donner loopt al jaren van de ene psychiater naar de andere.
In deze toestand heeft ze dr. Collier nodig.
Is er iets?
Maak foto's van het lichaam. Eddy, jij gaat mee met mij.
Kwam je net de oprit op? - Dat is de enige weg.
Dat is inderdaad een karige beschrijving.
Ze heeft de auto niet gezien, hé?
Dat zei ze.
Sorry dat ik stoor. Nog één vraag.
U zei dat u iets dronk. Wat precies?
Droge vermout. Waarom?
Ik moet de details kennen. Sorry voor het storen.
Heb je genoeg foto's? - Nog een paar.
Wat een stof. - Ze gebruiken dit huis niet veel.
Ze kozen een goeie avond om terug te komen.
Vast niks te vinden. - Doe eens wat moeite.
Misschien hebben we geluk. - Reken daar maar niet op.
Inspecteur?
Inspecteur?
We weten misschien wat voor auto het was. Kom naar buiten.
Vertel eens. Wat is dit?
Wat?
Een stukje metaal? - Ik vond het op de grond daar.
Deze kant op. - Wat heb je gevonden?
Ik weet het niet zeker. Ziet u die linkerpaal?
Er is een stuk uit. Ik weet niet of het iets betekent, maar...
Ziet u iets?
Wacht even.
Heb je een papiertje? - Een papiertje?
No comments yet. Be the first to leave one.