The first 200 lines.
KNOL
Vooruit.
Sneller.
Ik snap niet wat die jongens in die Alexa zien.
Ze is makkelijk te krijgen.
Wij kunnen er net zoveel krijgen.
Waarom stoppen we?
Officiële stoet.
Nog een negerkoning?
Nee, Blanken.
Nou moe.
Noël Carradine, mijn jeugdvriend.
Ja...
En de generaal is mijn broertje.
Nou, Albert koopt de Coca-Cola,
jij de sandwiches en jij de platen.
- Oké. - Ja.
- Potje voetbal? - Nee, straks.
Je bent geweldig, Alexa.
Nee. Georganiseerd.
Ik mag je om vier uur wegbrengen.
Ik ben met mijn broers cabriolet.
Dat verandert de zaak.
Wat nu? Nog steeds alleen?
- Kijk uit, juffrouw Alexa. - Ach.
Geweldig, jouw truc met de wiskundelessen.
Nu zijn we twee uur vrij.
Lekker rustig, zonder die oudjes.
Een broodje ham.
- Is er post voor me? - Ja.
"Alexa Rollo.
"In de zorgzame handen van Michel, barman van bar Joseph,
"Place Rio-de-Janeiro 7."
Bedankt, heel fijn.
Zelfde handschrift en tabaksgeur.
Dik aan, hè?
Erger. Het is ernst.
En incognito.
Hé. Je moet nog portokosten betalen.
Ja.
Alsjeblieft.
U durft.
U denkt toch niet dat we ons druk maken als we tv kijken.
Sinds u hier bent, wordt het huis slecht onderhouden.
Ik wil u nooit meer zien.
En wij u ook niet.
Stomkop.
Lieverd.
Édithje.
Wat een files.
Zo kan ik niet meer thuis lunchen.
Ook dat nog.
En, die speelgoedman?
- Hij wil mijn automaten. - Mooi.
Al een week defect.
Vijf verdiepingen is niets. Goed voor de eetlust.
En jouw winkel?
De nieuwe truien gaan goed en ik krijg provisie.
- Nijvere bij. - Slimme vos.
- Vanavond haal ik je op. - Leuk.
Het schijnt dat je etalage zo sjiek is.
- Wat een vrouw heb ik. - Ruik je niets?
Jawel. Een brandlucht.
Berthe.
Berthe toch, wat gebeurt er?
Ik ging tussendoor even wat strijken...
Lekker knapperig.
U verknalt ze altijd dus we zijn het gewend.
In plaats van opmerkingen
kan meneer beter de kapotte stofzuiger maken.
Ik ben geen klusser, maar uitvinder.
O ja, dat is ook zo.
U was degene die de aardappel had uitgevonden.
Vind je het leuk dat het personeel me uitlacht?
Berthe is een vriendin.
Ik ben geen vriend, men haat me.
Ik weet wat men zegt
en wat een belachelijke bijnaam ik heb.
- Édith. - Ja?
Heb ik een aardappelneus, denk je?
Welnee.
En op je ID-kaart staat "gewone neus".
Ambtenaren vleien je niet, hoor.
Nou dan.
Je hebt een buikje.
Op school was ik dun en daar noemden ze me "Knol".
En wie gaf mij die naam?
Die klootzak, Noël Carradine.
Carradine, de bekende financier,
ontving de Europese Industriepenning.
Lieverd.
Ik verwachtte je morgen pas.
Ik miste je.
Deze twee weken in de bergen waren zo saai.
Ben je braaf geweest?
Het bewijs.
Dacht je dat Raden van Bestuur zo leuk zijn?
Was dan naar me toegekomen.
Ja, ja.
Net toen ik je aandelen moest aflossen.
Die zijn verdubbeld.
Maak je niet zo druk om mijn geld.
We zijn al rijk genoeg.
Maar je bent toch ook gelukkig?
Heel gelukkig. Kijk, ik heb twee echtgenoten.
Kon je je maar echt dupliceren,
dan was je vaker bij me.
O, Véronique.
Ik ga u laten zien hoe je een gebraad snijdt
met mijn trapvleesmachine.
Goed gedaan, schat. Wat een wonder.
O jee.
Stop, meneer Léon.
Dat is genoeg voor een leger.
We zijn maar met zijn drieën.
Hoezo? Eet Alexa dan niet thuis?
Onze dochter heeft wiskundeles.
Dan kan ze voor haar 45e examen doen.
Dus je vertrekt met Bernard?
Het is zijn beurt.
Wanneer is het mijn beurt?
- Als je vervoer hebt. - Dat duurt nog even.
Mijn ouders geven me zelfs geen scooter.
Ach, arme jongen.
Je bent een schatje.
Wij gaan een keer met de bus.
- Ja? Wanneer? - Tja.
- Alexa. - Ja.
De grote sprong naar de warmte en de zon
zet deze verschillende waadvogels aan tot de jaarlijkse trek
zodra de lente de lucht opwarmt.
In de buikholte,
de kliermaag...
En hierna komt de spiermaag:
de maag die kan malen.
En zo trillen deze lieve beestjes
van de kuif tot aan de staart
en concluderen dat de lente onvermijdelijk daar is.
- Wat is dat? - De onvermijdelijke lente.
Juffrouw Rollo.
U bent hier de losbandige.
Als uw vader, die een krijgsmakker is,
me vraagt naar uw schoolwerk,
zal ik zeggen hoe slecht u het hier doet,
en hoe goed met de mannen.
O, vleier.
En ook nog oorlog. Mijn hele jeugd naar de knoppen.
Terug in het leven, werd alles bedisseld.
Een corrupte republiek.
Nog meer nattigheid. Ik voel het aankomen.
Ik ben het gewend.
- Meneer Rollo? - Ja.
Een telegram.
Hier.
- Het is niet waar. - Wat?
- Vijf verdiepingen. - Nou en?
Sakkerloot.
Sakkerloot.
- Wat? - De grote dag..
Ik mag naar Michalon.
"Octrooien Michalon verwacht u om 17 uur."
Wat ga je hem verkopen?
Ik ga hem alles voorleggen.
De onderwaterverrekijkers,
de weegschaal,
de walsende eend, de tandenpoetsplanner.
Pept u zich nog even op.
Haast je.
Ik ga werken. Vanavond is het feest.
Olé.
Ik stel je voor aan meneer Michalon.
Dag.
Nou, we zijn er.
Vreselijk.
Nu moet je de rit alleen nog betalen.
Goed.
Alsjeblieft.
Je speelt vals.
Sst. Mijn vader.
Heeft u geen taxi gezien?
Wij hebben een auto.
- Dag, pap. - Ik ben laat.
Ik moet om 17 uur bij Michalon zijn.
- Michalon? Van de octrooien? - Ja.
- Vreselijk. - Ja.
Het is niet naast de deur.
Wij brengen je wel.
- Als ik je daar blij mee maak. - Stap maar in.
Gaat het?
- Goed zo. - Het spijt me.
Ik betaal de benzine.
Maak je niet druk, pap. De ritprijs is mijn zaak.
Gaat het, pap?
- We zijn er. - Succes.
Ik zou je moeder ophalen in de winkel.
Ga maar zonder mij.
Mijn kist. Trouwens, bedankt jongeman.
Veel succes, meneer.
Rij even om. Naar Faubourg-Saint-Honoré.
Nu gaat de ritprijs wel omhoog.
No comments yet. Be the first to leave one.