The first 200 lines.
De tijd van actie is voor mij voorbij. Nu begint de tijd van beschouwing.
Genève. De stad wordt in tweeën gedeeld door het Lémanmeer.
De geheim agenten van allerlei landen zijn hier...
op neutraal terrein een gevecht op leven en dood begonnen.
800 dollar.
Mijn naam is Bruno Forestier, verslaggever Franse persdienst...
op zoek naar belangrijke ontwikkelingen.
OPNIEUW TERRORISTISCHE AANSLAGEN
Het begint weer. Shit, verdomme.
Ze zijn hartstikke gek.
Genève, 13 mei 1958. Hoe was dat gedicht van Aragon ook weer?
"Mei was zonder leed, juni werd neergestoken."
HEBT ELKANDER LIEF
Alles goed, Mary-Lou? - Er heeft iemand voor je gebeld.
Heb je gezegd dat ik er ben? Je weet dat je dat niet moet doen.
De kleur van de lucht doet me aan Paul Klee denken.
"Waar kom je vandaan? Waar ben je? Waar ga je heen?"
"Da dove? Dove? Verso dove?"
En, hoe gaat het?
Bruno, wat moet je hier? - Mooi, hè, die Paul Klee.
Niet zo mooi als dat meisje van straks. Ik heb gezegd dat jij foto's maakt.
En als ik geen zin heb om haar te zien? - Natuurlijk wel, kom op.
Ik ga naar het Braziliaanse consulaat. - Dat doe je morgen maar.
Met meiden moet je altijd kletsen.
Is het die Deense die gisteren bij Michel was? Hij had het erover.
Ik wed dat je met haar gaat vrijen.
Ze heeft net zo'n mond als Leslie Caron.
Ik slaap alleen met vrouwen waar ik verliefd op ben.
Je bent binnen vijf minuten verliefd. - Om hoeveel wedden we? 50 dollar.
50 dollar dat ik niet verliefd op haar word.
De eerste keer dat ik Veronica zag...
leek ze zó uit een toneelstuk van Jean Giraudoux te komen.
Veronica.
Iemand van achteren doden, oké. Met een pistool of een mes.
Maar niet met een bom. Iemand van afstand doden, dat is beschamend.
Je weet er helemaal niks van.
Waar hebben jullie het over?
Waar hebben jullie het over? - Lachenal, leraar kunstgeschiedenis...
die gisteren vermoord is. Ze hadden een bom in zijn auto geplaatst.
De Fransen. - Hoe weet jij dat nou?
Je weet niet eens waar je het over hebt. Dat irriteert me.
Altijd hetzelfde met studenten.
Ik ken zijn dochter, ze komt vaak naar de ijsbaan.
Je hebt gelijk, het is vreselijk.
Shit, verdomme.
Wat is er aan de hand? - Ik moet naar de trein.
Ze dachten dat ik zei "ten strijde". Ik zei dat dat hetzelfde was.
Ze keek me weer indringend aan.
Nou, ik ga. Morgen om vijf uur, de foto's.
Maar waar ga je heen? - Dat is een raadsel.
Je bent echt raadselachtig. - Ik ben geheim agent.
Veronica.
Doe eens zo met je haren.
Hier heb je je 50 dollar.
Waar ga je heen? Is het belangrijk?
Je weet nooit wat belangrijk is.
Ik was nog erg dom en erg jong.
Zou het gaan regenen, of werd het mooi weer? Geen idee.
KOSMISCHE SPIEGELS
Tot nu toe is mijn verhaal simpel. Over een gozer zonder idealen.
En morgen?
Ik vroeg hem of hij vuur had.
Ik vroeg het nog een keer, of hij geen vuur had.
Ken je dat verhaal over intelligentie? - Je hebt de groten en de kleinen.
Ze voetballen al 15 jaar tegen elkaar, elke donderdag.
En al 15 jaar winnen de kleinen en verliezen de groten.
Op een dag besluit de ouderenraad van de groten dat het genoeg is.
Ze sturen iemand om uit te zoeken hoe dat zit.
Die gast komt daar aan en zegt dat hij door de ouderenraad gestuurd is.
Hij zegt: "We spelen al 15 jaar tegen jullie en jullie winnen altijd.
Hebben jullie een geheim?"
Zegt die ander: "Ja, wij hebben intelligentie."
Weet je wat dat is, intelligentie?
Heel simpel. Breng eens een moker en een aambeeld."
De kleine legt zijn hand erop en zegt: "Sla er eens op met de moker."
Hij haalt zijn hand weg. Dat is intelligentie.
De grote wil snel terug, omdat hij bang is dat hij het vergeet.
Maar ze zeggen: "Nee, je bent onze gast, blijf nog even."
Als hij terugkomt roept hij de ouderenraad bijeen.
Een van de leiders van de groten komt. Zegt-ie: "Ze hebben intelligentie."
"Wat is intelligentie?" - "Breng eens een aambeeld."
Zeggen ze: "We hebben geen aambeeld."
"Hebben we een moker?" Ze brengen een moker.
"Neem de moker", zegt-ie tegen de baas. "Sla hier eens."
En hij haalt zijn hand weg.
De eikel en de pompoen. Gedicht van Jean de la Fontaine.
De eikel en de pompoen. Gedicht van Jean de la Fontaine.
De eikel en de pompoen.
Soms denk ik dat ik mijn tijd slecht gebruikt heb.
Had Veronica Velázquez-grijze of Renoir-grijze ogen?
Meestal komt Alfred Latouche of zijn broer me halen.
Maar ze zijn opgepakt. En ik?
Hallo, Jacques. - Hallo, Bruno.
Kom, stap in.
Mijn antiterreur-commando werd gefinancierd door een oud-putschist.
Ooit was hij een held onder Vichy.
Ken je Jacques?
De andere kende ik niet. - Hij zit in de 403, daarachter.
Wie is dat? - Als iemand je vraagt, weet je het niet.
Tussenpersonen, bankiers, autodealers, parachutisten...
de stille oorlog bracht ze allen samen, in een steeds bloediger ritme.
Zijn we te vroeg? - Valt mee, 10 voor vijf.
Als zijn auto er is, stop je bij de fontein, Popaul.
Het is een Nash-57, cabriolet.
En, beste Bruno? Waar denk je aan?
Ik weet niet. - Je kunt het beter wel weten.
Wat wou je zeggen? Kom op, zeg het.
Ik ben van gedachten veranderd. Wat is dat voor boek?
Thomas, de leugenaar. - Van Jean Cocteau.
Het einde is fantastisch.
"Guillaume vloog, steeg op, daalde af, als een haas.
Hij hoorde geen geweervuur meer, stopte, draaide zich om, buiten adem.
Toen voelde hij een vreselijk mokerslag op zijn borst. Hij viel.
Hij hoorde niets meer, zag niets meer.
'Een kogel,' zei hij bij zichzelf. 'Ik ben verloren...
als ik niet doe alsof ik dood ben.'
Maar droom en werkelijkheid liepen door elkaar.
Guillaume Thomas was dood."
Mooi.
Zo zou ik graag dood gaan.
Maak je geen zorgen. Het duurt misschien niet meer zo lang.
Wat heb jij nou? Hoezo?
Omdat je een lastpak bent, slimmerik.
We volgen je al sinds zaterdag. Wat had je in Annecy te zoeken?
Het mooiste zou zijn als Veronica meeging naar Brazilië.
Ik ga een galerie openen. Ik heb drie Modigliani's gekocht.
Ik zal maar niet vragen met welk geld.
Ja, ja, je krijgt het wel terug. - Ja, we zijn er.
Oh, bloeimaand, maand van metamorfoses...
Waarom was dat gedicht zo'n obsessie?
Kan die radio iets zachter, Popaul?
Ken je die gozer van dit programma? - Arthur Palivoda, toch?
Daar is hij.
Ik had het snel door. Ze dachten dat ik een dubbelspion was.
Kom, we gaan.
Zo'n uitzending "neutraal" noemen, je moet maar durven.
Had je Palivoda al eens gezien? Bruno?
Voor vandaag? Nee.
Popaul, ga eens naast hem rijden. Kijk goed. Je gaat hem vermoorden.
Waarom ik alweer? - Opdracht van Parijs.
Jacques zei dat het heel eenvoudig was.
Je gaat gewoon naast hem rijden, zoals Popaul nu doet, en je schiet...
als je naast hem bent.
Doe verdomme je raampje dicht.
Weet Parijs zeker dat hij voor de rebellen werkt?
Ik vind dat vreemd, voor een Zwitser. - Het is minder gevaarlijk...
om op de radio te praten dan te vechten. Zwitsers zijn niet zo moedig.
Moet je zien hoe ze rijden. Richtingaanwijzer aan om in te halen.
Daar word ik zo pissig van. Zal ik naar het hotel gaan?
Nee, later. Naar kantoor. - Klopt het dat Latouche dood is?
Hij werd gevonden met zijn tong afgesneden en zijn oogleden afgerukt.
Overal bloed. Ben je bang?
Denk je dat ik het leuk vind mensen neer te schieten?
Je kunt de 403 lenen, als je wilt.
Die heeft geen kenteken van hier. Dan val je minder op.
Het is te gevaarlijk. Waarom ik? - Daarom.
Het zit me niet lekker, Palivoda doden. - Wat heb jij?
Ik wil niet meer. Eerst wel, nu niet. Waarom weet ik niet.
Palivoda neerschieten voelt ineens als een nederlaag.
Het maakt niet uit.
Jawel, een overwinning is beter dan een nederlaag.
De groet van de Spaanse republikeinen. Die is mooi...
omdat hij niet haatdragend is, zoals dit. Hij is trots.
Kijk, wist je dat daar Benjamin Constant en Madame de Staël woonden?
We hebben jou uitgekozen om Palivoda te doden, om te kijken of je bang bent.
Bang? Ik ben helemaal niet bang.
Ik heb er geen zin in, ik doe het niet.
We zullen je dwingen, jongeman. - Je kunt me niet dwingen.
Zelfs een soldaat kan niet gedwongen worden iemand te doden.
Je bent gek, het is makkelijk. De Zwitsers weten dat je deserteur bent.
Bij het minste probleem sturen ze je terug naar Frankrijk.
En daar kom je voor de krijgsraad.
Als je hem niet wilt doden, ben je zelf aan de beurt.
Dood me dan maar. - 26 jaar is een beetje jong, mijn prins.
Als ze me ertoe zouden dwingen, zou ik Palivoda natuurlijk doden. Anders niet.
Ik ga dan maar. Tot ziens. - Kunnen we op je rekenen?
Nee, want ik ben een lastpak.
Dat is niet leuk.
Wat doen we?
Mijn overtuiging was dat niet verslagen worden belangrijk was in het leven.
Ik vroeg het Braziliaanse consulaat hoelang een visa-aanvraag duurde.
Een Fransman en een Russische. Het was al dicht. Ik zou morgen weer bellen.
Daarna zwierf ik wat door de stad. Hoe de huizen afsteken tegen de hemel...
heeft iets ontroerends, hard en mysterieus tegelijk...
naar het beeld van de mens en dat wat de mens overstijgt.
Ze deed alsof ze me niet zag. Ik stopte niet, omdat ik bang was.
Ik zou haar toch morgen zien.
Ik merkte ineens dat een auto me volgde.
Ik deed mijn best om hem af te schudden.
Nu "zwijgt alles. De vijand rust uit in de schaduw."
We waren niet meer ver van de zomer. Maar voor mij voelde het als winter.
Hé Paul, wat doe jij hier?
Het was best aardig bij haar.
Ik woon hier net. - Het is best aardig.
Gisteren toen ik niet bij je was, dacht ik aan je. En nu ben ik hier...
en denk ik ergens anders aan.
Is dat alles wat je hebt?
Ik dacht dat je van alles nodig had. Lampen...
Nee, ik heb hele gevoelige film. Agfa Record.
Als je een gezicht fotografeert, kijk naar me...
No comments yet. Be the first to leave one.