The first 200 lines.
Ik was 28 toen ik stierf.
gebaseerd op een waargebeurd verhaal
Mijn leven begon in de Fifth Wards in Houston.
Dat waren de ruigste straten van Texas.
Stap maar uit.
Niets ging vanzelf.
Elke dag was een gevecht.
Lieve hemel.
We hebben zo snel als ik kan elektriciteit.
Gloria.
Mary.
Alsjeblieft, Roy.
En George.
Bedank eerst God voor het eten.
Buig je hoofd.
Hemelse Vader, bedankt voor dit eten.
U weet precies wat deze familie nodig heeft.
De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Amen. -Amen.
Ik kan deze tafel wel opeten.
Dank je.
Mary zag altijd het goede in me.
Daarom hield ik van haar.
Luister.
Ik moet morgen de hele dag werken.
Ga morgen met Gloria naar je nieuwe school. Begrepen?
Als je weer blijft zitten, haal je het nooit meer in.
Dus beloof me dat je niet zult vechten.
Dat beloof ik.
Goedemorgen, klas. -Goedemorgen.
Ga allemaal naar pagina 16 van je boek.
Wie wil er voorlezen?
Jason, ga je gang.
'Texas heet de Lone Star State...'
Waar kijk je naar, Foreman?
Niets.
Wat is er? Kun je niet eens brood betalen?
Wat dacht je van deze vieze huid?
Wil je het?
Ga maar halen.
Hij zou z'n naam moeten veranderen in 'Arme-man'.
Het is Foreman.
Wat zeg je, Arme-man?
Wat?
Hoe heet ik, dwaas? Zeg het. Zeg m'n naam.
Woede was mijn antwoord op alles.
En ik kon niet stoppen met vechten.
Het was het enige waar ik goed in was.
Pardon, meneer.
Hé.
Nee. -Liggen.
Hou z'n handen vast.
Z'n portemonnee.
Verrassing.
Jullie zijn druk geweest, hè?
Politie. Blijf staan.
Ze moeten hier ergens zijn.
Kom, Butch.
Iemand heeft hem daar gezien.
Laat me weten wat je ziet. -Kom, vind hem.
Vind hem.
Kom op. Doe het.
Heb je iets?
Vind hem.
Goed zo. Vind hem.
We hebben je. Vind hem.
Kom. -Probeer de volgende straat.
Kom op.
We gaan. Hij kan niet ver zijn.
Als je een schoolverlater bent en tussen de 16 en 22...
zal Job Corps je leren hoe je een goede baan kunt krijgen.
Je woont in een Job Corps-centrum...
en krijgt gratis medische zorg...
schone kleren, een eigen bed en drie maaltijden per dag.
Je krijgt zelfs betaald terwijl je leert.
Geef jezelf een keer een kans.
Het heet Job Corps.
Je volgt een opleiding zodat je een baan kunt krijgen.
Ze betalen je elke maand.
En waar sturen ze je heen?
Geen idee.
Waar ze maar willen, denk ik.
Kijk me aan.
Je hebt meer in je dan je laat zien.
Dat weet ik.
Wil je bij het Job Corps?
Ja.
Doe het dan goed.
Kom niet naar huis omdat je me mist.
Maak het deze keer af.
Dat zal ik doen.
We zullen je opleiden en vaardigheden leren.
BANEN ZIJN ONZE TOEKOMST
We leren je jezelf en anderen te respecteren.
We zullen je vooruit helpen, ongeacht je verleden.
Kom.
Welkom bij Job Corps, het begin van je mooie toekomst.
Hier is je linnengoed. Heb je een naam?
Ik heb een naam.
George Foreman.
De barakken zijn in de zuidwesthoek. Licht uit om tien uur.
Niet drinken, roken, of vloeken, geen vrouwen, niet vechten.
Geven jullie ons te eten? -Drie maaltijden per dag.
Geserveerd door de enige echte Mrs Moon.
Het is maar een bed.
IK HOU VAN JE, HOU VOL MAM
Zet dat uit.
Heb je iets tegen muziek? -Misschien wel.
Ben je altijd zo boos? -Als ik wil studeren wel.
Nu weet ik waarom jij hier bent.
Ik ben hier omdat ik ongerealiseerd potentieel heb.
Dat zegt m'n vader.
Hij zei: 'Kom pas thuis als je dat beseft.'
Zullen we de C-vleugel uitdagen? Wat zeg je ervan?
Dan ga ik maar naar de eetzaal.
Alleen.
Zo mag ik het horen.
Je hebt ze vast ergens vergeten.
Nee, iemand heeft ze gestolen.
Doe even rustig.
We melden het na het eten, goed?
Je hebt die brownies aan mij te danken.
Waarom? Jij draagt geen schort.
Ze weten dat ik goed ben met cijfers.
Ik moest de bestelling van de kantine nakijken.
Ik heb iets ontdekt.
Een doos brownies kost minder dan een zak bonen.
Nou en?
Ik heb wat cijfers op de bestellijst verwisseld.
Onder m'n bezuinigingsplannen krijgen we meer brownies.
En laten we minder scheten.
Wat?
Wat doe je?
Doe open.
Doe open.
Heb je m'n schoenen gepakt? -Nee. Alsjeblieft.
Geef ze terug. Jij steelt m'n schoenen?
Die heb ik van m'n moeder gekregen. -Waar ben je mee bezig?
Laat me niet vallen. -Laat hem los. Hou op.
Ga weg.
Waar ga jij heen?
Is dat jouw werk?
Loop even mee.
Mr Broadus.
Je hebt federaal eigendom vernield.
Ik heb twee keuzes.
Je gaat of naar de gevangenis, of naar huis.
Hij stal m'n schoenen.
M'n moeder heeft er hard voor gewerkt.
Waar komt al die woede vandaan? -Ik heb geen woede.
Stap in.
In je tijd hier...
heb je drie hospikken neergeslagen...
en één onschuldige deur.
Ze respecteerden me niet. -De deur ook?
Heb je geld voor een buskaartje?
Nee.
Alsjeblieft.
Ik kan niet naar huis.
Dat kan ik niet.
Deze plek...
is alles wat ik heb.
Alsjeblieft?
Heb je ooit gebokst?
Alleen straatgevechten.
Ik heb het over boksen, niet over vechten.
Het is een sport.
Met regels.
Ik hoorde het op de radio.
Ik leer het je.
Je bent groot en lelijk genoeg.
Wil je het leren?
Ja, meneer.
Zorg dat ik er geen spijt van krijg.
George, dit is Royce.
Hij is vandaag je tegenstander.
Geen zorgen. Ik zal voorzichtig zijn.
Dat is een teken van sportiviteit voor het gevecht.
Jullie willen elkaar niet afmaken.
Jullie zijn gewoon twee atleten die willen weten wie de beste is.
En daarom...
raken boxers de handschoenen aan. Zo.
Oké? Kom op.
Toe maar. Laat maar zien wat je kunt.
Leer hem een lesje. -Als ik 'tijd' zeg, gaan jullie vechten.
Wil er iemand wedden? Wil je wedden?
Leroy Jackson?
Tijd.
Pak hem.
Sta stil.
Sla hem.
Beweeg je voeten.
Als je daar als een standbeeld staat schijt een duif op je.
Sta op.
Ga die ring uit. Er is geen reden om daar te staan.
Goed gedaan.
Hij had geluk. Meer niet.
Luister, zoon. Dat is niet...
Ik ben je zoon niet.
Dat is maar goed ook.
No comments yet. Be the first to leave one.