The first 200 lines.
EEN PASSIE
Hij heet Andreas Winkelman en hij is 48.
Hij woont alleen in 'n huis op 'n eiland voor de kust.
Het dak moet gerepareerd worden. Het lekt na de zware regen in 't najaar.
Dag, Johan.
Hoe gaat 't? - Het gaat wel.
Hoe is 't met je bronchitis? - Slecht.
Ik heb wel een hoestdrankje voor je.
Waarom kom je niet eens langs?
Dan kunnen we eens babbelen.
Ik moet naar 't postkantoor.
Hopelijk tot gauw.
Ik heet Anna Fromm.
Ik moet iemand bellen, maar onze telefoon doet 't niet.
Gebruik de mijne maar. Kom binnen.
De telefoon staat daar.
Stockholm 40-09-79.
Laat u me weten hoeveel 't gesprek kost?
Elis, met Anna. Sorry dat ik je stoor.
Kun je iets voor me doen?
Andreas heeft geld gestort in Basel toen de jongen was geboren.
Dat kan ik nu goed gebruiken.
Heeft hij 't niet gedaan?
Waarom niet?
Maar jij zou hem helpen. We hebben er nog over gesproken.
Dit is geen gewone zakelijke transactie.
Het betekent veel voor me. Het gaat niet om dat geld.
Tot vanavond.
Ik heb gevraagd hoeveel 't kostte. - Dat heeft geen haast.
U kunt de telefoon gebruiken wanneer u maar wilt.
Entr'acte, Von Sydow, take vier.
Wat vind je persoonlijk als acteur van Andreas Winkelman?
Aan de ene kant is hij 'n moeilijke man,
omdat hij zich voor de wereld om zich heen wil verbergen.
Door z'n ongelukkige huwelijk en z'n juridische zorgen
is hij terechtgekomen op 'n doodlopend pad.
Hij wil z'n identiteit verbergen.
Hij probeert z'n uitdrukkingsvermogen uit te schakelen.
Zonder dat hij zich ervan bewust is,
is z'n schuilplaats een gevangenis geworden.
Het moeilijke voor mij is om die uitdrukkingsloosheid uit te drukken.
"Liefste Anna, Ik kan niet langer bij je blijven."
"Die realisatie heb ik 'n tijdlang genegeerd, omdat ik van je houd."
"Ik kan en wil niet langer met je door 't leven."
"Ik geloof niet in hernieuwde pogingen. Geen van ons beiden wil veranderen."
"Ik geef niet toe,
want dat leidt slechts tot nieuwe complicaties,
die vreselijke mentale problemen veroorzaken,
en lichamelijk en psychologisch geweld."
"...complicaties die op hun beurt
vreselijke mentale problemen veroorzaken,
en lichamelijk en psychologisch geweld."
"Daarom vraag ik je om geen contact met me op te nemen."
"Liefs, Andreas."
Is mevrouw Fromm er?
Ze ligt ziek in bed.
Ze heeft m'n telefoon gebruikt, en heeft haar tas vergeten.
Ik geef 'm wel aan haar.
Komt u niet even binnen?
Bedankt, maar ik heb nog veel te doen.
Kom 'n andere keer dan eens langs. - Graag. Bedankt.
Kom maar. Eens kijken...
Eens kijken of we iets lekkers voor je kunnen vinden.
Alsjeblieft. Drink dat maar op.
Dat is lekker, hè?
Eens kijken wat ze met je hebben gedaan.
M'n excuses. Ik vroeg me af of er iets aan de hand was.
Geeft niets. Ik vind 't niet erg.
Ik slaap 's nachts slecht, dus overdag val ik soms gewoon in slaap.
Het spijt me dat ik u wakker heb gemaakt.
Hij werd uitgenodigd om te komen eten.
Hij wist niet precies waarom, maar zei ja. Hij draagt 'n wit overhemd en 'n pak.
De sfeer is warm en openhartig.
Hij voelt plots genegenheid voor deze mensen.
Jullie hebben je speciaal omgekleed. Dat ben ik niet gewend.
Ik ben geen kluizenaar, hoor.
Ik ontmoet graag andere mensen, maar de buren zijn allemaal hetzelfde.
Ik hoop dat we je niet vervelen. - Nee, nee.
Ik weet nog dat ik bij papa op schoot 'n boek zat te lezen, het heette Licht.
Het ging over de schepping.
Er stond 'n afbeelding in van God die boven de aarde vloog.
Hij had z'n armen uitgestrekt, en droeg 'n lang gewaad.
Hij vloog heel dicht bij de aarde.
Hij zag er knap uit, met 'n baard. Zo ben ik in God gaan geloven.
M'n ouders geloofden niet in God, maar ik had 'm in een boek gezien.
Geloof je nog steeds in God?
Geloof ik in God, Elis? - Ben je je geloof in boeken verloren?
Nee, maar ik geloof wel in God.
Zou je je kinderen vertellen over God? - Ik zou ze niet leren om te geloven.
Ik zou vast niet goed met kinderen kunnen omgaan.
Nee. Het is erg moeilijk, want... Wat?
Zou je ze misschien zelf laten beslissen?
Ja, ik denk 't wel.
Ga met me mee naar Milaan. Ik moet daar hun droom verwezenlijken
van 'n cultureel centrum. Het is 'n interessante stad.
Heel groot, en vol lelijke, ordinaire, afstotelijke mensen.
Nee, dat mag ik niet zeggen.
Maar nu kunnen ze ook culturele activiteiten ontwikkelen.
Kom mee om te zien hoe 't allemaal tot stand komt.
Een indrukwekkend cultureel monument. - Ben jij daar de juiste man voor?
Natuurlijk.
Maar toch denk je zo over 't centrum? - Ja.
Hoe kun je je werk zo verachten? - Ik veracht 't niet.
M'n werk is erg belangrijk om in jouw behoeften te kunnen voorzien,
met name je financiële behoeften.
Waarom heb je de opdracht genomen? - Ik ontwerp graag gebouwen.
Ik ben 'n vooraanstaand architect. Ik voelde me gevleid door 't aanbod.
Wat houdt dat in, zo'n cultureel centrum?
Het is 'n mausoleum voor de complete zinloosheid
van 't bestaan van ons soort mensen.
Maar waarom doe je er zo laatdunkend over?
Waarom doe je niet iets waar je in gelooft, waar je achter kunt staan?
Dat is gemakzuchtig. En jij?
Ik probeer dingen te doen waarin ik geloof.
Ik probeer in m'n leven de waarheid na te streven.
Hoe weet je wat juist is?
Mensen voelen aan wat waar en juist is.
Ook al falen we altijd, toch moeten we spirituele perfectie nastreven.
Faal je vaak?
Ik heb niet gefaald in het belangrijkste:
mijn relatie met de man met wie ik was getrouwd.
Andreas.
Weet je waarom ik niet heb gefaald? Omdat we in harmonie samenleefden.
We waren eerlijk en open. We geloofden in elkaar.
Als ik m'n huwelijk had gezien zoals jij je centrum ziet,
dan had ik niet veel gelukkige herinneringen gehad.
Dan had ik niets gehad om in te geloven.
"...complicaties die op hun beurt
vreselijke mentale problemen veroorzaken,
en lichamelijk en psychologisch geweld."
Ik vertaalde constant. - Kijk eens hoe 't regent.
Je moet hier blijven slapen. Dat kan toch wel?
We gaan koffie drinken.
En morgen ontbijt je hier.
Elis. Anna heeft 'n nachtmerrie.
Verleden jaar heb ik het land aan de kust gekocht.
We worden hier niet lastiggevallen. - Dat zie ik.
Heb je vannacht iets gehoord?
Ik ben ergens wakker van geworden.
Dat was Anna. Ze heeft nog steeds nachtmerries na haar ongeluk.
Laten we naar de molen gaan.
Dit is 't dan. Kom binnen.
Ik verzamel allerlei foto's. Sommige neem ik zelf,
andere komen uit kranten, oude albums.
Het zijn altijd foto's van mensen. Dit zijn mensen die eten.
Ongelooflijk.
Mensen die slapen, of hevige emoties beleven.
Ik heb ook foto's van geweldplegingen verzameld. Ga zitten.
Ik heb ze gecatalogiseerd op gedrag.
Een irrationele classificatie. Net zo zinloos als de verzameling zelf.
Die rij bestaat uit gezichten, close-ups.
Die heb ik zelf genomen. Sommige zijn heel interessant.
Heb je er bezwaar tegen als ik 'n serie foto's van jou neem?
Nee, hoor. Ik voel me gevleid.
En ik heb alle tijd van de wereld. - Afgesproken, dan.
Deze vind je misschien interessant.
Anna Fromm, 23 jaar,
gelukkig getrouwd, zeven jaar voor de ramp.
Heb je een foto van haar man? - Natuurlijk.
Ik zou 't interessant vinden om te zien hoe hij eruitzag.
Alsjeblieft, je naamgenoot.
Wat voor iemand was deze Andreas?
Een wetenschappelijk genie, alleen had hij geen tijd om dat te bewijzen.
Een vreemde mengeling van goedaardigheid en meedogenloosheid.
Wil je iets drinken? - Ja.
Of vind je 't nog te vroeg? - Vandaag niet.
IJs? - Nee, dank je.
We waren bevriend geweest op school, maar ik kende 'm niet goed.
Voor Anna was hij 'n ramp.
Ze hield zoveel van 'm dat ze bijna gek werd.
Zoiets had ik nog nooit gezien, alleen maar van gelezen.
Ik denk dat hij ook van haar hield, op zijn manier. Proost.
Ik ben bevooroordeeld. M'n vrouw was 'n jaar lang z'n maîtresse.
Ik mag niet klagen. Ze waren er heel open over.
Op 'n dag ging ze bij 'm weg. Ik weet niet waarom.
Ik durfde 't niet te vragen.
Wat wilde ik ook alweer vragen?
O, ja. Ik kan je vertellen dat...
Ik wil zeggen dat Eva
enorme mentale reserves heeft.
Ik dacht dat je dat misschien niet zou zien.
Nee, dat had ik niet gedacht.
Zij en Anna zijn al jaren onafscheidelijk.
Zo, nu weet je hoe 't zit.
Hoor ik nou iets?
Nee, er is niets te horen.
Helemaal niets, verdomme.
Hoor je me niet?
Wel verdomme.
Ga staan. Je kunt hier niet zitten.
Sta op.
Moet ik je soms schoppen?
Ga maar zitten.
Blijf zitten. Ik ga koffie zetten.
Loop naar de hel.
Entr'acte, Liv Ullman, take zeven.
Ik heb veel sympathie voor Anna's drang naar de waarheid.
Ik realiseer me dat ze de wereld op 'n bepaalde manier wil zien.
Maar die behoefte,
die drang naar waarheid is gevaarlijk voor haar.
No comments yet. Be the first to leave one.