Matilda

Matilda

Download Dutch Subtitle

Release info

A Commentary by fred75
Subtitles especially for children from age 7:I tried to avoid long words, long sentences and difficult words.Sometimes translated very freely.Slightly based on majed470 version (thanks)

Tags

other
Published on: 2012-12-28
Downloads: 62
Hearing Impaired: Yes

Dutch subtitle preview

The first 200 lines.

Iedereen wordt geboren. Maar iedereen is anders.

De een wordt slager, of bakker.

Anderen kunnen niet zo veel.

Maar iedereen is anders.

De meeste ouders vinden hun kinderen heel mooi en lief.

- Sommigen niet. - Zonde van mijn tijd !

- 9 euro voor zeep ?!! - Ik moest toch in bad ?

5 duizend euro ? Dat betaal ik niet !

- Ik kan er hier niet uit. - Keer dan.

Harry !

Harry en Zinnia Wurmhout woonden in een hele leuke buurt.

Maar zelf waren ze niet zo leuk.

Ga weg, stomme kinderen !

Ze hadden het zo druk, dat ze hun dochter vergaten.

Als ze hadden opgelet, hadden ze gemerkt dat ze bijzonder was.

Matilda ! Kijk nou wat je doet.

Je hoort het op te eten !

Baby's ! Je kunt beter tomaten kweken !

Toen ze twee was, kon Matilda al heel veel.

Later zocht ze haar eigen kleren uit.

Matilda's broer ging naar school.

Haar vader naar zijn werk: Auto's verkopen voor veel te veel geld.

- Haar moeder ging Bingo spelen. - Soep staat in de keuken...

Matilda was alleen.

En DAT vond ze leuk.

Toen ze vier was, had ze alle boekjes in huis gelezen.

Op een avond vroeg ze iets aan haar vader.

- Een boek ? Waarom ? - Om te lezen.

Ga maar TV kijken.

- Daar leer je veel meer van. - Ga uit de weg !

Matilda wist dat ze anders was dan haar ouders.

Als ze een boek wou, moest ze het zelf halen.

Er ligt vis in de oven.

De volgende dag ging Matilda op zoek naar een boek.

BIEB

- Waar staan de kinder boeken ? - Daar.

- Zal ik er een pakken ? - Nee, dank u.

Nu ging ze elke dag naar de bieb.

Ze las heel veel boeken.

Na een tijdje had ze alle kinder boeken uit.

Mevrouw Fels wilde haar helpen.

Je kunt ook boeken lenen en mee naar huis nemen.

- Zo veel als je maar wilt ! - Dat is leuk !

Zo werd Matilda steeds slimmer.

en slimmer.

Ze vond boeken heel leuk.

Zijn er nog pakjes gekomen ?

- Hoe kom je daaraan ? - Uit de bieb.

- Je bent pas vier! - Nee, Zes.

Dan moet je naar school.

Ik wil ook naar school.

Sta op.

Hier met dat boek !

- Hoe oud is Matilda ? - Vier.

- Ik ben zes. - Je liegt !

- Ik wil naar school. - En wie neemt de pakjes dan aan ?

We kunnen ze niet op de stoep laten liggen. Ga TV kijken.

- Dat kind is niet goed. - Ik weet het.

Hé slome ! Hier, een spekkie. En nog een !

Slome !

Matilda wou dat ze een vriendje had -

Een aardig vriendje -

zoals in een boek.

Maar ze wist nog niet dat ze speciale krachten had.

Ik ben goed ! Michael, pak pen en papier !

- Heb je veel geld verdiend ? - Ja !

- Mag ik dan een nieuwe TV ? - JA !

Je kunt wat leren van je vader ! Schrijf op !

De eerste auto kostte 320 euro. Ik verkocht hem voor 1158 euro.

De tweede kostte 512. Verkocht voor 2269 !

- Je gaat te snel ! - Niet zeuren ! De derde kostte 68.

Verkocht voor 999. De vierde kostte 1100.

Verkocht voor 7839 EURO !

- Hoeveel heb ik verdiend ? - 10265 euro.

Reken maar uit.

- Je zag het antwoord. - Dat kan ik toch niet zien ?

Denk je dat je slim bent ?

- Ik zal je straf geven. - Omdat ik slim ben ?

Als iemand slecht is, krijgt hij straf.

- Iemand ? - Sta op !

Haar vader zei het verkeerd.

Hij bedoelde "kind", maar hij zei "iemand".

Dat betekent dat kinderen ook hun ouders kunnen straffen.

Als ze het verdienen.

HAAR VERF

Michael, kom hier !

- Wat ? - Wil je met me mee ?

- Weet ik niet. - Je moet er goed uitzien.

Dan verkoop je meer auto's.

Je haar moet netjes. En je kleren.

Dan geven de mensen meer geld.

- Geef de koekjes. - Hier.

Oké zoon ! Vandaag gaan we ze voor de gek houden.

Wat is er ?

- Waar is mijn eten ? - Hier. Aaaah !

Jemig. Wat is er met je haar?

Wat ?

Geef hier ! Ga de auto in !

Schiet op !

Als je gestolen spullen koopt..

..komt de politie.

- 9 uur 17. Ze gaan. - Het is 9 uur 18.

NEE, 9 uur 17 is goed.

- Eens is dit van jou. - Dit ?

Zie je die oude auto ?

Hij valt bijna uit elkaar.

Maar ik verkoop het !

Eigenlijk moet dit goed vast.

Maar ik gebruik super lijm.

- Zet maar vast. - Valt het er niet af ?

- Is dat niet gevaarlijk ? - Nou en ?

Met zaagsel maakt hij geen lawaai meer.

- Papa, dat mag niet ! - Nou en ? Ik word rijk !

We gaan de teller terug draaien.

Kijk hoe ik dat doe.

Met een boor machine. Kijk !

Slim !

- Papa, je bent een boef. - Wat ?

- Dit mag niet ! - Hier, doe jij het.

- Verdien jij geld ? - Nee, maar mensen willen goede auto's.

Kun je niet eerlijk zijn ?

Ik ben slim, jij bent dom. Ik heb gelijk en jij niet !

En hou nu je mond !

Ik heb gewonnen ! Met bingo !

Kom mee naar het café !

Laat eens zien !

Moet je je haren zien !

- Je hoed, papa. - In de auto, jij !

- Hoe veel geld ? - Gaat je niks aan.

- Jij neemt ons nooit mee. - Wel ! Naar café "Flipper".

- Toen lag er een kam in je soep. - Oh ja ! Dat was leuk.

Harry, doe je hoed af.

- Het gaat niet. - Doe nou af !

- Het gaat niet ! - Niemand let op je haar.

Het gaat niet.

Ik zal hem er af krijgen.

Je hoofd is zeker dikker.

- Dat doet zeer ! - Stel je niet aan!

- Hij zit helemaal vast ! - Welnee !

Ik vind dit niet grappig !

Waarom heb je hem vast gelijmd ?

Heb ik niet gedaan !

Het gaat zo wel.

Oh, jemig !

Voortaan luisteren jullie naar mij!

Hier, je hoed.

We gaan nu eten. Bij de TV.

Licht uit !

- Hoi, pap. - Hoor je bij ons ?

HALLO ? Hoor je bij ons ?

Ga TV kijken ! Wat lees je voor troep ?

Het is leuk. Het gaat over een walvis.

Walvis ? Het is troep !

- Dat is van de bieb ! - Stop met lezen !

Gedraag je ! Ga TV kijken!

- Ik deed dat niet. - Natuurlijk niet, stom kind !

- Die TV was niet goed. Dat zei ik toch ? - Nou en ? Eerlijk gestolen.

Doe het licht aan !

Was het magie ? Of niet ?

Matilda wist het niet.

Maar ze zou het snel weten.

- Ik heb een auto nodig. - Dat kan.

- Ik ben Harry Wurmhout. - Agatha Bulstronk, school hoofd.

Ik wil een mooie auto.

Ik ben heel erg streng voor kinderen.

Heeft u kinderen ?

- Ja, een zoon. En een stom meisje. - Alle kinderen zijn stom.

- Blij dat ik zelf nooit kind geweest ben. - Ik heb wel een mooie auto voor u.

Mooi !

Veel plezier ermee.

Hé, jij ! Je gaat naar school. Echt waar ?

Dan word je wat braver.

Matilda wilde zo graag.

Hoe zou de school er uit zien ?

Met mooie bomen en bloemen ?

Beetje saai, maar veel kinderen.

De school was niet mooi, maar ze vond het leuk.

Beter dan thuis zitten, toch ?

Jij ! Straf !

Jij bent te klein ! Groei !

kin omhoog !

- Sorry. - Hier is het veilig.

- Is dat mijn juf ? - Nee, het school hoofd.

Kom terug. Anders krijg je straf.

- Ik heet Matilda. - Lavendel.

- Ik heet Hortensia. - Slaat ze echt kinderen ?

Nee. Veel erger. Zoals gisteren, in groep 4...

...Dan komt ze de klas binnen.

- Julius at net twee M&M's. - Zag ze dat ?

Ja !

- Gaat het goed met hem ? - Nee, maar hij leeft nog.

Ze deed vroeger veel aan sport.

Doet ze dit altijd ?

- Het is beter dan het 'Stik hok'. - Wat is dat ?

Een gat in de muur, met een deur. Je past er maar net in.

Met scherpe spijkers.

Naar binnen, rot kind !

Ik ben er twee keer in geweest.

- Heb je het verteld aan je ouders ? - Die geloven dat niet.

Jullie allemaal ! strafregels !

More Dutch subtitles for Matilda

Comments

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left