The first 200 lines.
Elk stadje heeft een geheim.
Dat van ons heeft een spel.
De verliezers blijven hier waar iedereen verliezer is.
De winnaars gaan weg.
In Carp, Texas, is ver weg de enige plek waar je heen wilt.
Daarom wagen deelnemers hun leven.
Als je de nacht overleeft, heb je gewonnen.
Tijd voor het oordeel.
Maar je hoort niet dood te gaan.
En dat ga je niet.
Mits je één regel volgt.
Niet in paniek raken.
WELKOM IN CARP
PRIJS VERLAAGD
Paniek begon net als zo veel dingen hier.
Omdat het zomer was
en er verder niets te doen was.
Het spel begon na de diploma-uitreiking
en duurde de hele zomer.
Iedereen die geslaagd is, mag meedoen.
Soms zijn er 40 deelnemers.
Soms maar 20.
Maar er is maar één winnaar.
Elk jaar zijn er nieuwe deelnemers,
nieuwe uitdagingen,
nieuwe juryleden.
Maar het spel kent ook geesten.
RUST IN VREDE, JIMMY EN ABBY
We hoeven ze niet te benoemen.
Ze weten ons te vinden.
Ze weten dat we hier vastzitten.
Tenzij we meedoen.
En nu het moment waarop jullie hebben gewacht,
de geslaagden.
Natalie Williams.
Hup, Nat.
Bishop Moore.
Heather Nill.
-Je bent laat. -Rot op.
Hé, Ray.
Ik heb een cadeautje voor je, voor je diploma.
-Kom, we gaan. -Wat is dit?
Een verlaat-de-gevangenis-kaart.
Wat? Handig voor als je bij je pa op bezoek wilt.
Ja?
Was het maar een krijg-geen-herpes-kaart,
dan zou ik Tylers ma weer neuken.
Doe niet zo stom.
Gaan jullie niet naar de uitreiking?
Nee.
Kom op.
Vooruit.
-Daar is mijn schat. -Hoi, pap.
Praat met je oom.
Vader-dochterportret. Dichter bij elkaar.
Heather.
We zijn er.
Hoi.
Kijk, bloemen.
Bedankt, Lilybug.
Je bent er.
Natuurlijk ben ik er.
Ik ben trots op je.
Ik heb iets voor je.
-Kun je deze vasthouden? -Goed.
Je was dol op sneeuwbollen. Je kreeg nooit genoeg van ze.
Toen ik zeven was.
In de supermarkt
schudde je eens 100 van die dingen.
Ik dacht dat ik je nooit de winkel uit zou krijgen.
Bedankt, dat is lief.
Een kleinigheidje,
om het te vieren, of zoiets.
-Waarom kijk je zo raar? -Het is niets.
Heb je 20 dollar?
De auto is weer kapot.
Iets met de accu.
En Bo's wagen slurpt benzine...
Meer heb ik niet.
-Nee? -Nee.
En het geld dat je nog krijgt van de winkel?
Ik kan ze niet dwingen me te betalen.
Ik ben trots op je.
Kom, Lily.
Bedankt. Tot later.
Ik hou van je. Dag.
-Wees blij. We zijn vrij. -Ja.
Perfect.
Kom, we gaan.
Ik ben het hier zo zat.
-Eén... -Ja.
-Twee. -Twee.
Drie.
Bedankt.
Waar toosten we op?
Geen gymles meer.
-Geen gymbroeken meer. -Oké.
Laatste inzameling.
Hier. Geef me je geld.
Laatste inzameling.
-Daar komt hij. -Vriendelijk bedankt.
Laatste inzameling.
Het zijn de regels.
School is voorbij. Ik doe niet eens mee.
Zie het als verzekering.
Het wordt een spannende zomer.
Ja...
Kom op, man.
Ik doe niet mee.
Iedereen doet mee.
-Ray. -Hoe dan ook.
Voor een dollar krijg je een gebedje.
Ray, hou op.
Als je geld wilt, geef me dan mijn arm terug.
Ik plaag je alleen maar.
O, Bishop.
Nog een toost.
Op alles vergeten.
Nee.
Niet alles.
Ik wil wel wat onthouden.
Wat heb ik gemist?
We toosten op een toekomst zonder Ray Hall.
-Ja. -Wat een eikel.
Weet je nog?
Toen je moest overgeven op dat schoolreisje?
Hij beweerde dat Heather zwanger was.
En toen vertelde jij rond dat hij chlamydia had.
Niemand komt aan mijn meid.
Op wraak.
Op chlamydia.
-Daar toost ik niet op. -Wat?
Oké, ik heb er één.
Klaar?
Je hebt je diploma bij je.
-Natuurlijk. -Raar.
-Ja. -Natuurlijk.
-Wat doe je? -Ik rooster hem.
Natalie.
Wat? Het maakt niet uit, want...
Ik ga Paniek winnen.
Ik ben dol op dit nummer. Kom.
-Kom, Heather. -Straks.
Nee. Nu.
-Nee, kom op. -Straks. Ik...
Ik ga niet mee.
-Zet me neer. -We gaan.
-Bishop. -Ik hoor je niet.
Waarom deed je dat?
Sorry. Mijn hand schoot uit.
-Met een aansteker? -Hij schoot uit.
-Weet je... -Het punt is, Dikkop,
iedereen is nerveus over het Oordeel.
Diggins.
Diggins. Dat zei ik.
Heb je van de jury gehoord?
Nee, ik ben de presentator.
Ik wacht ook op het signaal.
Ik hoop dat het snel komt.
Je weet wat ze zeggen over ledigheid.
Des duivels oorkussen.
Vooruit, T.
Het is laat, Lilybug. Je hoort al te slapen.
Hoezo? Jij bent wakker.
Je wilt opblijven.
Ik heb mijn boek uit.
Zal ik een verhaaltje bedenken?
Er was eens
een stadje dat leek op het onze.
Alleen waren alle mensen van steen.
Net als standbeelden.
Precies.
Ze praatten met stenen tongen
en zwaaiden met stenen handen.
Zelfs hun harten waren van steen.
Maar één meisje was anders dan de rest.
Zij was van modder.
'Je stelt niets voor', zei iedereen.
'Niets.'
Wat erg.
Ze sloten haar op in een hoge toren,
zonder deuren, met maar één raam.
Was ze eenzaam? Was het er donker?
Ja.
Soms wel.
Soms praatte ze met de wind, die haar gezelschap hield.
Hoe ontsnapt ze uit de hoge toren?
Ik weet het niet. Zo ver ben ik nog niet.
Nou...
Misschien ontmoet ze een vuurvliegje.
Misschien helpt hij haar 's nachts,
zodat ze niet bang is in het donker.
Weet je wat?
Dat is precies hoe het afloopt.
Welterusten. Ik hou van je.
-Welterusten. -Trusten.
HANDBOEK VOOR SCHRIJVERS
Heather, het is 8.00 uur.
Je komt te laat op je werk.
RUST IN VREDE JIMMY + ABBY
No comments yet. Be the first to leave one.