Tintin et le Mystère de la Toison d'or
The first 200 lines.
KUIFJE EN HET GEHEIM VAN HET GULDEN VLIES
Waar ga jij heen?
Duizend bommen en granaten.
- Wat is er aan de hand? - Een brief voor u.
- Moet dat met zoveel herrie? - Geen gewone brief.
Aangetekend en hij komt uit Turkije.
Uit Turkije?
- Goed nieuws, kapitein? - Een brief uit Istanbul.
Victorie!
Victorie!
De nieuwe brandstof is klaar.
Bijna klaar. Ik heb een nieuwe brandstof uitgevonden: "supertrifoniol".
- Wilt u het proberen? - Nee, dank u. Ik moet weg.
Professor Zonnebloem, de komedie heeft nu lang genoeg geduurd.
U heeft gelijk, kapitein.
De wetenschap heeft een enorme stap gezet.
Halvegare dreumes, wanneer begrijp je...
De brief, kapitein.
Duizend bommen en granaten.
Themistocles Paparanic.
Die ouwe piraat Paparanic.
Iets ernstigs?
Kapitein Paparanic is dood.
Hij was een geweldige kerel.
Paparanic.
Ik weet nog de eerste keer dat ik hem zag, bij Sumatra.
Een helse storm, metershoge golven.
Problemen met de vracht en motorstoring.
Ik nam hem op sleeptouw.
Omdat het een aardige vent leek, hoefde ik geen betaling.
We hebben elkaar zeker 30 jaar niet meer gezien.
En nu...
- Was hij erg oud? - Overleden op zijn 67ste.
Themistocles Paparanic heeft een testament nagelaten.
- En ik ben zijn enige erfgenaam. - Echt waar?
Professor.
Weet u wat er gebeurd is? Ik heb een schip geërfd.
Geweldig. Met mijn nieuwe brandstof
rijdt deze tafel 50 km per uur.
Ik heb het niet over deze tafel, maar over mijn schip. Schip.
Schepen zijn een heel ander verhaal.
Ik denk erover na.
Het heet "Het Gulden Vlies" en ligt in Istanbul.
In het testament staat dat u wanneer u de erfenis aanvaardt
alle overeenkomsten moet nakomen die liepen
toen kapitein Paparanic overleed.
- Dat heeft de notaris al verteld. - In dat geval...
Prachtig, vind je niet, Bobbie?
En die arme professor Zonnebloem zit in zijn lab opgesloten.
Hij komt naar Athene, de eerste aanlegplaats van ons schip.
Daar zien we elkaar, afhankelijk van de wind en de fantasie van de kapitein.
- Waar is mijn schip? - Daar.
- Daar ligt Het Gulden Vlies. - Wat?
Beweert u dat dat stuk schroot...
Het Gulden Vlies: Vrachtschip van 130 ton, voert de Turkse vlag.
Gebouwd in 1913.
Ingeschreven in het scheepsregister van Istanbul onder nummer 6250.
Het schip is niet echt mooi. Wat vind jij ervan?
Niet bang zijn. Kom.
Goedendag.
Alles goed?
O, vissen.
- Ben jij de nieuwe baas? - Ik ben Kuifje.
Vriend van kapitein Haddock.
Paparanic, dat was nog eens een kapitein.
Hij lustte hem wel.
Het was middernacht en hij had een liter rum achter de kiezen.
Toen viel hij zo op de brug neer.
Morsdood.
Wat een ellende.
Duizend miljoen bommen en granaten.
- Wie is dat? - Dit is kapitein Haddock.
De lading is niks waard.
Ik geef geen stuiver voor deze schuit. Naar de kajuit.
- Duizend bommen en granaten. - Zal ik het doen?
- Het is Romulus. - Nog een cadeau van Themistocles.
- Waar is de bemanning? - Weg.
De bemanning van deze drijvende grafkist is hem meteen gesmeerd.
Hoe laat vliegen we naar Parijs?
- En de lokroep van de zee dan? - Zie je me varen met dit wrak?
Nee, ik ga terug naar kasteel Molen sloot.
Helaas, vriend. Aardig dat je aan me hebt gedacht,
maar dit gaat echt te ver.
- En? - De kapitein is teleurgesteld.
Het Gulden Vlies heeft zijn beste tijd gehad.
Toch zult u het voorstel van de heer Karabine interessant vinden.
Anton Karabine.
Paparanic was een vriend van me. Ik wil het schip graag hebben.
Ik bied u 400.000 Turkse pond.
400.000 Turkse pond is een heel goed aanbod.
- 20 miljoen franc. - Zoveel?
- Als Mr van oude spullen houdt... - Wacht even.
De kapitein heeft 2 weken om de erfenis te aanvaarden.
- Dat klopt. - Dan hebben we bedenktijd, nietwaar?
Ik ben een drukbezet man. Dit schip heeft sentimentele waarde voor me.
Dit is mijn laatste bod: 600.000 pond, oftewel 30 miljoen franc.
- Het is nog niet eens de helft waard. - We hebben bedenktijd nodig.
Ik vind het moeilijk om het aan een vriend van Themistocles te verkopen.
Ik hoop voor u en mij dat u op mijn aanbod ingaat.
Geef de heren mijn kaartje. Tot ziens.
Anton Karabine. Karexport.
30 miljoen franc voor dit wrak.
- Die man is stapelgek. - Die indruk wekt hij niet.
Hij koppelt sentiment aan cijfers en dat bevalt me niet.
Dus ik schrijf professor Zonnebloem dat we terugkomen?
Haddock, efendi.
Haddock, efendi.
Kapitein, u wordt geroepen.
- Haddock, efendi. - U slaapt, kapitein.
- Wat zei je? - U wordt geroepen.
Wat wil die basji-bozoek van me?
Er is telefoon voor u. Het is belangrijk.
Efendi, telefoon.
Ja, daar spreekt u mee.
Wat?
Is dit een grap of zo?
Duizend bommen en granaten. Meneer...
Duizend bommen.
Vergissing?
Iemand zegt dat ik het schip moet verkopen.
- Waarom? - Omdat we anders narigheid krijgen.
Het was wel een bedreiging.
Ik verkoop dat schip wanneer ik het wil. Het is toch van mij?
Als ik die Zoeloe te pakken krijg die die hogedrukpijp heeft gemaakt...
Is dit de eerste keer dat u de waterpijp rookt?
De eerste en laatste keer.
De heren zijn zeker net in Istanboel aangekomen?
Het is me een grote eer om uw gids te zijn
en om u de verborgen schatten van deze grote stad te laten zien.
- En? - Iets anders dan Het Gulden Vlies.
Graag, meneer. Kom, Bobbie.
Kapitein, pas op.
Het spijt me vreselijk.
Dat was de eerste keer dat ik bang was voor een vat.
Eén laatste inspanning, kapitein.
De bekroning van deze dag.
Vanaf deze toren heeft u het mooiste uitzicht op Istanboel.
Volgt u mij, heren.
We zijn opgesloten.
Opgesloten? Mr Malik.
- We proberen het hier. - Wat heeft dit te betekenen?
- Heeft u een lucifer? - In mijn zak.
- Toch niets gebroken? - Een kruik. Die van jou.
We moeten ze de weg versperren.
We vinden een manier om hier te ontsnappen.
Kanonniers, op uw plaatsen.
Aan bakboord... vuur.
- Ik kan het uitleggen. - Haal ons uit deze hinderlaag.
- Wat moet ik doen? - Zeggen dat de politie onderweg is.
De politie. Ontsnap via het souterrain.
Rabauwen! Analfabeten! Ectoplasma!
Vermicelli! Stinkende waterpijpen!
Ik heb ze weggestuurd. Ik heb geen kwaad in de zin.
Ik ben gids en hij bood me 10 pond om u rond te leiden.
- Wie? - Een man in een café.
En u kent vast zijn naam niet.
Alles wat ik kan zeggen staat op dit papier.
Dat is de route van onze tocht.
- Idioot! - Laat hem maar gaan.
Een boodschap, kapitein.
- 900.000 pond. Een nieuw bod. - Wat zien ze toch in dit schip?
- Misschien de lading? - Goedkope tapijten en prullaria.
- Meer niet? - Niet bang voor stof? Kom maar.
Goederen die niets waard zijn.
Ik begrijp er niets van.
Het is nu tijd om een besluit te nemen.
Moeilijk, hoor.
- Erg moeilijk. - We hebben nog 13 dagen.
Eén dag is genoeg
om ons te laten bekogelen en haasje-over te doen met tonnen.
- Dus morgen terug naar Frankrijk? - Dat zou het verstandigst zijn.
Maar straks denkt dat galgengebroed dat kapitein Haddock bang is.
- Aanvaard dan de erfenis. - Zie je mij al op dit spookschip?
Herinnert u zich die zin uit het testament?
Ik laat dit schip na aan mijn vriend zodat hij de waarde van dit juweel ontdekt.
Themistocles, je schip is geen snars waard.
Wat hebben al die aasgieren rond dit wrak te betekenen?
Jij hield er je eigen ideeën op na.
Maar ik zit intussen in de nesten.
Wat zou jij in mijn plaats doen?
Ons inschepen? Je hebt makkelijk praten.
Ik moet eerst weten waar de wind vandaan komt.
Ik weet het. Het is niet netjes om aan een vriend te twijfelen.
Goed dan.
Goed dan. Ik begrijp er niets van, maar ik vertrouw op je.
Je laatste wil wordt gerespecteerd. Morgen ga ik bemanningsleden ronselen.
Bedreigingen of niet, Het Gulden Vlies kiest het ruime sop.
Lekker koppie.
Maak het want klaar.
Wat doen jullie, slapjanussen? Wat moet ik met zo'n stelletje?
Ezels. Duizend bommen!
Draai aan die lier.
Gooi de trossen los, anders worden we op de kust geworpen.
Mr Karabine.
Uw telefoontje uit Athene.
Denk aan mijn aanwijzingen.
Het schip is net weg.
Volle kracht vooruit.
Attila.
Yëfime.
No comments yet. Be the first to leave one.