The first 200 lines.
ALLE PERSONAGES EN GEBEURTENISSEN
UIT DE FILM ZIJN ECHT
5 JANUARI 1895
Soldaten!
Wapens!
Open de ban!
In naam van het Franse volk
heeft de Eerste Krijgsraad van de Militaire Regering van Parijs
in haar zitting van 22 december 1894
met unanimiteit van stemmen de genaamde Dreyfus Alfred,
kapitein bij het 14e Artillerieregiment,
stagiair bij de generale staf van het leger,
schuldig bevonden aan de misdaad van hoogverraad,
en hij werd veroordeeld
tot de verbanning naar een ommuurde gevangenis en tot een militaire degradatie.
Alfred Dreyfus, u bent niet meer waardig de wapens te dragen.
In naam van het Franse volk degraderen wij u.
Soldaten,
er wordt een onschuldige gedegradeerd!
Er wordt een onschuldige onteerd!
Leve Frankrijk!
Dood aan de verrader! - Leve het leger!
Hoe ziet hij eruit, Picquart?
Als een joodse kleermaker die huilt omdat zijn geld in de vuilnisbak gaat.
Ik ben onschuldig!
De Romeinen gooiden de christenen voor de leeuwen. Wij geven ze joden.
Ik vermoed dat dat de vooruitgang is.
Hoe was de stemming op het einde?
Alsof je een gezond lichaam zuivert van iets verderfelijks.
En het leven ging weer verder.
Jammer dat de minister van Oorlog niet aanwezig mag zijn bij zoiets.
Werd mijn naam genoemd? - Niet dat ik weet, meneer de minister.
Hoe dan ook, u heeft goed werk verricht.
We stonden versteld van uw houding tijdens deze zaak. Niet waar, Boisdeffre?
Inderdaad, mijn beste minister.
Was kolonel Sandherr in staat de ceremonie bij te wonen?
Hij was aanwezig, generaal. - En zijn bevingen?
Hij had ze onder controle.
Ik ben bang dat zijn toestand niet verbetert.
Als het zover is, willen wij dat u hem vervangt.
Met alle respect, maar ik heb geen ervaring met de inlichtingendienst.
Begin er dan maar aan.
De les die moet getrokken worden uit de straf van Dreyfus is laten zien
wat wij doen met verraders.
Ik stuur hem naar een plek waar hij met niemand kan praten,
en nog belangrijker, waar niemand met hem kan praten.
De strafkolonie van Cayenne?
Nee, beter nog. Een verlaten rots waar hij alleen zal zijn.
Het Duivelseiland.
Zeg niet dat het weer gaat over die jood.
DREYFUS NAAR DUIVELSEILAND
Picquart,
u heeft hem gekend, niet waar?
Pardon, wie? - Dreyfus.
Hij was mijn leerling aan de Hogere Oorlogsschool.
Werd hij anders behandeld omdat hij een jood was?
Natuurlijk. Als advocaat kan ik stellen dat een katholieke officier
nooit op die manier een rechtsgeldig proces ontzegd zou worden.
Bent u het daarmee eens, Picquart?
Er werd hem een rechtsgeldig proces ontzegd
omdat de nationale veiligheid op het spel stond
en die niet tijdens een openbare zitting kon worden besproken.
De bewijslast was er.
Ik heb het nog niet gezegd.
Philippe en ik vonden een Elzassisch restaurant
in de rue Marbeuf. Het is uitstekend.
Een zeer goed adres. - Ja, en hoe heet het?
Commandant!
Kapitein.
Heb ik iets gedaan dat u heeft beledigd?
Nee.
U bent de enige van mijn professoren die mij een slecht cijfer gaf.
Misschien deel ik uw opinie niet over uw competenties.
Het is dus niet omdat ik een jood ben?
Ik doe mijn uiterste best om mijn persoonlijke gevoelens achterwege te houden.
Als u uw uiterste best moet doen, is het een mogelijke hypothese.
Als u mij vraagt of ik van joden hou,
moet ik eerlijk zijn en "nee" zeggen.
Maar als u insinueert dat ik u daardoor zou discrimineren
op professioneel vlak,
kan ik u verzekeren, dat nooit.
Georges, laat mij u helpen.
Woensdag is hij in Brussel.
Kan je komen? - Ja.
Voel jij je nooit schuldig?
Hij is niet mijn man. - Je weet wat ik bedoel.
Waarom "schuldig"?
Je was van mij lang voor hij is opgedoken.
Ik begrijp nog steeds niet waarom je met hem trouwde.
Hij heeft het mij gevraagd.
Jij niet.
Weet hij het van ons?
Nee.
Waarom niet?
Als hij het zou weten, maakt hij me af.
Weet je zeker dat hij in Brussel is? - Dat zei hij.
Wie is daar? - Een telegram.
Commandant Picquart? - Ja.
Dank u.
Van generaal Gonse.
Wie is generaal Gonse? - Hoofd van de Inlichtingendienst.
Hij wil me zien morgenvroeg. - Heb je problemen?
Ik hoopte dat deze dag nooit zou komen, maar hij is hier.
Kolonel Sandherr kan zijn functie van chef van de dienst Statistiek niet behouden.
Het spijt me dat te horen.
U staat nu aan het hoofd van de Inlichtingendienst.
U wordt bevorderd tot luitenant-kolonel.
U wordt de jongste kolonel in het leger.
Gefeliciteerd. - Dank u, generaal.
Blijf me vooral op de hoogte houden, goed?
Ik hou niet van verrassingen.
Ik heb commandant Henry gevraagd u rond te leiden.
Verwachtte hij die promotie niet?
Mijn God, nee. Hij is te lomp.
Zijn schoonvader is herbergier.
Uzelf bent niet getrouwd? - Nee, generaal.
Een bijzondere reden? - Nee.
Niets waardoor u gechanteerd kunt worden?
Nee, generaal.
Ik moet u die vraag stellen, begrijpt u?
Commandant Henry, komt u binnen, alstublieft.
Generaal. - Kolonel Picquart is nu het hoofd
van de dienst Statistiek.
Heet hem welkom. - Natuurlijk, generaal.
Kolonel...
We zijn er.
Ik dacht altijd dat het leegstond. - Hier stoort niemand ons.
Dat betwijfel ik niet.
Bachir!
Dag, commandant.
Dit is kolonel Picquart. Hij neemt het bevel over.
Bachir kent al onze geheimen, niet waar? - Ja, commandant.
Mannen, wat is dat voor kabaal?
We horen jullie tot op straat.
Al goed.
Politieagenten. Tipgevers. Erg nuttig.
Kolonel Sandherr hield ze liever hier waar hij ze kon zien.
Wat ruikt hier zo? - Vertel mij wat! De riolen!
De hele buurt stinkt.
Dit is kapitein Junck. Kapitein Valdant.
Waar zijn ze mee bezig? - Met de briefwisseling.
Valdant verkiest de droge methode,
Junck die met stoom.
Zijn dat persoonlijke brieven? - Nu niet meer.
Ter plaatse rust, kapitein. - U herinnert zich kapitein Lauth nog,
van de Dreyfusaffaire?
Kolonel Picquart is onze nieuwe chef.
Wat doet u precies?
Dat moeten we bespreken.
U kent vast Gribelin nog, onze archivaris.
Kolonel Picquart vervangt kolonel Sandherr.
U hebt veel archieven.
Zeer goed. Ga door.
Hier is de telefoon.
Daar is mijn kantoor. We hebben geen secretarissen.
Kolonel Sandherr vertrouwde hen niet.
Dit is zijn kantoor.
Ik veronderstel dat het nu van mij is. - Het zal wennen zijn.
Dit zijn uw sleutels, kolonel.
De voordeur, het kantoor. De lade.
De kluis. - Dank u.
U gaat mij zeggen waaraan kapitein Lauth werkte.
Hij puzzelde aan een brief van de Duitse militaire attaché, kolonel Schwartzkoppen.
Zijn persoonlijke correspondentie? - Ja.
Weet de minister hiervan? - Absoluut.
Wij volgen graag zijn avonturen. Hij heeft al jaren een verhouding.
Is dat zo verrassend? - Zeker.
Vooral wanneer het met de Italiaanse militaire attaché is, majoor Panizzardi!
Grote goedheid!
Hoe krijgen we die brieven in handen?
Kom op, commandant Henry. Ik ben het hoofd van de sectie.
De huishoudster van de Duitse ambassade,
Marie Bastian.
Eén keer per week geeft ze ons de inhoud van zijn papiermand.
Het zijn belangrijke documenten, kolonel,
niet alleen liefdesbrieven van een flikker.
Herinnert u zich deze?
De lijst van Dreyfus, natuurlijk.
Hij was in zes stukken gescheurd toen ze ons die gaf.
Lauth lijmde ze samen, fotografeerde ze, en liet de scheuren verdwijnen
zodat niemand wist waar hij vandaan kwam.
Zonder dit hadden we hem nooit gepakt. - Opmerkelijk.
We lieten hem inlijsten voor kolonel Sandherr
op de dag dat de verrader werd gedegradeerd.
Zeer goed. Bedankt, commandant.
Ik denk dat we elkaar goed gaan begrijpen. - Dank u, kolonel.
Ik hoop het.
"Ik stuur u, meneer, nog wat interessante informatie:
een nota over de hydraulische rem,
en de manier waarop de rem functioneert.
Een nota over de dekkingstroepen.
Een nota over de wijziging in de opleiding van de artillerie.
Het ontwerp van het handboek van de veldartillerie. 14 maart 1894."
Mag ik?
We vonden dit vorige week op de Duitse ambassade.
Waar zijn alle documenten die hij vermeldt? - Nu?
Hoogstwaarschijnlijk al in Berlijn.
Wie is de spion?
Wat zegt de lijst?
Het gaat vast over een officier van de artillerie.
No comments yet. Be the first to leave one.