The first 200 lines.
onze bruiloft
Ben, je echtgenoot
Wie ben jij? - Ik ben je echtgenoot.
Ben.
Wat?
We zijn in 1999 getrouwd.
Veertien jaar geleden.
Christine, je bent 40 jaar oud.
Je hebt een ongeluk gehad.
Een zwaar ongeluk. Je had hoofdwonden.
Je hebt moeite met je dingen herinneren. - Zoals wat?
Alles.
Je verzamelt informatie en elke ochtend is het verdwenen.
Dan ben je weer in de twintig.
Het komt wel goed.
Vertrouw me. - Ik ben bang.
Ik weet het. Het komt wel goed.
Ik hou van je.
Ik hou van je, Christine.
We zijn al veertien jaar getrouwd.
Je was bijna afgestudeerd toen ik je ontmoette.
Een paar jaar later trouwden we. Ik vond het gemeentehuis prima.
Maar jij wilde een echte bruiloft. Ik haatte elk moment.
Tot ik jou naar het altaar zag lopen. - Is elke dag zo?
Is elke dag hetzelfde?
Daar vind je alle informatie die je nodig hebt.
Aspirine, toiletartikelen, wat dingen waar je allergisch voor bent.
En een takenlijstje. Je blijft graag bezig.
Tas inpakken. - Het is onze huwelijksdag.
We gaan vanavond weg, na mijn werk.
Waarheen?
Dat is een verrassing.
Een leuke verrassing.
Je begrijpt het wel als we er zijn, beloofd.
Ik hou van je, Christine.
Christine? - Ja?
Met Dr Nasch.
Dat zegt je helemaal niks, geen zorgen.
We hebben aan je geheugen gewerkt.
We proberen het probleem te lokaliseren en een oplossing te vinden.
Daar heeft Ben niks over gezegd.
Ik weet niet zeker of Ben het wel weet.
Ik begrijp het niet.
Christine, ik wil dat je iets voor me doet.
Open de kledingkast in de slaapkamer.
Jouw kledingkast in de slaapkamer.
We zoeken iets.
Je hebt het onderin de kast verstopt, achterin, in een la.
Wat zoek ik? - We zoeken een schoenendoos.
Zie je 'm?
Nee. - De rechterkast, bij de badkamer.
Heb je de camera gevonden?
Bovenop, aan de rechterkant zit de aan-uitknop.
Ik wil dat je de camera aanzet.
Druk nu op play, achterop de camera.
Ik ben Christine Lucas. Ik ben 40 jaar oud en lijd aan geheugenverlies.
Als ik ga slapen, wordt alles wat ik vandaag weet, gewist.
Alles wat ik vandaag heb gedaan.
Ik zal morgen wakker worden...
en denken dat mijn hele leven nog voor me ligt.
Maar de waarheid is dat ik de helft van mijn leven al achter de rug heb.
Hij komt eraan.
twee weken eerder
Om eerlijk te zijn, is dit geen standaard dokter-patiënt-relatie.
Je ophalen en naar kantoor brengen. Je zien zonder dat je man het weet.
Gaat het wel?
Ik zag je zes maanden geleden toevallig in het park.
Je was naar me doorverwezen, maar ik kreeg je niet te pakken.
Ik herkende je van je foto in het dossier.
Ik zei dat ik een neuropsycholoog ben...
en dat ik atypisch dissociatief geheugenverlies bestudeerde.
En dat ik je wilde behandelen, pro bono.
Je gaf me de telefoonnummers die in je agenda stonden.
Ik belde je een paar dagen later.
Je wist niet weer wie ik was, maar wilde me wel zien.
Je zei dat je verdere behandeling met Ben had besproken.
Hij maakte duidelijk dat je al veel behandelingen had gehad.
En dat het je alleen maar overstuur maakte. Na jou.
Ik wil dat je een visueel dagboek bijhoudt.
Datum en tijd zijn ingesteld, de geheugenkaart zit erin.
Zo kun je je herinneringen bewaren.
Zelfs als de periodes voor en na de aanval niet terugkomen...
zorgt dit toch voor continuïteit. - Aanval?
Welke aanval?
Tien jaar geleden...
werd je gevonden op een industrieterrein niet ver hiervandaan.
Volgens het medisch dossier was je meerdere keren op je hoofd geslagen.
Nee, mijn man zei dat het een ongeluk was, ik weet het zeker.
Ik heb hier een kopie van het medisch dossier.
Wat artikelen, voornamelijk uit roddelbladen.
Er is weinig bekend over de aanval.
Voor dood achtergelaten.
Iemand wilde me vermoorden.
Wie? Wie probeerde me te vermoorden?
Dat weet niemand. - Wat?
Niemand behalve jij.
Het is beter als Ben niks van de camera weet.
Het is jouw dagboek.
Het is belangrijk dat je je niet inhoudt...
omdat je weet dat Ben je gedachten en emoties kan zien.
Hoe weet ik dat de camera bestaat als Ben het niet weet?
Je kunt 'm in je kledingkast verstoppen, achterin.
Ik bel je 's morgens om je eraan te herinneren.
Is dat een ja of een nee?
Ik wil beter worden.
Ik heet Christine Lucas, ik ben 40 jaar oud en lijd aan geheugenverlies.
Als ik ga slapen, zal ik alles vergeten wat ik weet, alles wat ik vandaag deed.
En morgen word ik wakker...
Maar de helft van mijn leven ligt al achter me.
Hij komt eraan.
We zijn al veertien jaar getrouwd.
Ik ontmoette je toen je afstudeerde, een paar jaar later trouwden we.
Ik geef nog les, op een school om de hoek.
Ik leid de scheikunde-afdeling.
Wat doe ik?
Je blijft thuis.
Doe ik helemaal niks?
Studeer ik niet? Werk ik niet vanuit huis? Doe ik de hele dag niks?
Je verzamelt elke dag informatie.
Als je de volgende dag wakker wordt, is alles weg.
Dan denk je dat je in de twintig bent.
Als ik ga slapen, wordt alles wat ik weet, gewist.
Alles wat ik vandaag deed.
En dan word ik wakker zoals vanmorgen...
en denk dat mijn hele leven nog voor me ligt.
Zonder dit zou ik alles geloven wat hij zegt. Alles.
Dat het een auto-ongeluk was?
Ik vraag me af waarover hij nog meer liegt.
Als we dit geheim willen houden, kan ik niet naar de vaste lijn blijven bellen.
Waarom verzwijgt hij de aanval?
Misschien vindt hij dat makkelijker.
Ik wou dat ik niet steeds zo bang was.
Is dit echt een goed idee?
Teruggaan naar de plek waar het trauma plaatsvond gebeurt vaker.
Het is eigenlijk zelden effectief.
Waarom doen we het dan?
Om je vertrouwen te winnen.
Meneer Nancarrow? - Ja.
Ik ben Dr Nasch, ik heb gebeld.
Dr Nasch, juist. Ik bel je zo terug.
Kijk uit.
Ik schrok behoorlijk toen ik je vond.
Daar was het.
Daar vond ik je.
Zou je kunnen omschrijven wat je zag? - Het is lang geleden.
Vertel maar wat je nog weet. - Ik was klaar met werken...
en Miss Lucas was naakt. - Naakt?
Je was afgedekt. - Met een laken of met dekzeil?
Een laken, geen dekzeil. - Waar kwam ik vandaan?
Dat wist je niet meer.
Je was erg in de war.
Er was bloed.
Mijn bloed?
Waar?
Overal.
Wat deed ik bij het vliegveld?
Er zijn hotels in de buurt.
Heel veel hotels.
Hotels?
Dat zou het laken verklaren.
Waarom zou ik in een hotel verblijven in mijn woonplaats?
Er kunnen zoveel redenen zijn.
Het medisch onderzoek toonde recente seksuele activiteit aan.
Er was geen sperma waarmee de man kon worden geïdentificeerd.
Ben ik verkracht?
Volgens het politierapport was dat niet het geval.
Ik ben getrouwd, volgens mij ben ik niet iemand die vreemdgaat.
Hoe weet je dat?
Wat er ook is gebeurd die nacht...
wat ik ook heb gedaan...
ik moet het me herinneren.
Dat weet ik zeker.
Dat moet, voor ons.
Voor ons.
Christine, kun je je ogen opendoen?
Ik laat je foto's zien, probeer te bedenken wat of wie je ziet.
Ga je gang.
Gaat het wel?
Sommige foto's waren willekeurig, anderen kwamen uit je dossier.
Deze veroorzaakte een opvallende respons.
Wie is ze?
Had ik een vriendin?
Je had veel vrienden, je was geliefd.
Met rood haar?
Niet dat ik weet. - Ze heet Claire.
Claire? Dat zegt me niks, hoezo?
Weet je het zeker? - Het zou kunnen, je had veel vrienden.
Ik dacht me iets te herinneren.
Herinnerde je je iets?
Nou, min of meer, denk ik.
Dat is geweldig. Wat was het?
Claire. Ze had rood haar en was een vriendin.
Een goede vriendin, denk ik.
Dat zou kunnen, jaren geleden.
Claire. Het zou kunnen dat er een Claire was.
Een vriendin van de universiteit.
Je had een goede vriendin, misschien heette ze Claire.
Wat is er met haar gebeurd?
Wat?
Dit is niet de eerste keer dat je je haar herinnert.
No comments yet. Be the first to leave one.