The first 200 lines.
20 september 1980
We dachten dat jullie niet meer zouden komen.
We hadden autopech.
...de protestmars...
We hebben een van de kamers al weggegeven.
Deze nacht zullen jullie een kamer moeten delen.
De kamers zijn rechts de trap op. - Bedankt.
Je nieuwe land.
Ok. We gaan nu nog even wat eten en dan gaan we slapen.
We willen morgen vroeg beginnen.
Ja, ik mis je. Ontzettend. Hoe gaat het met jou?
Heb je nog over moeten geven?
Sorry, ik moet ophangen. We spreken elkaar morgen.
De oudste is Estrella, ze is 17. Carmen is 15 geloof ik.
Hallo?
Pardon?
Waar hebben ze ze voor het laatst gezien? - Net buiten het dorp.
Hun vader is de schipper van de pont en woont zo'n 3 km verderop
Die nacht kwamen ze lopend terug van de feria
een vrouw uit het dorp zag ze intappen in een auto.
Dat was de laatste persoon die ze heeft gezien.
Wat voor auto? - Een Citroën.
Model?
We weten niet of het een Dyane 6 of een 2CV was. Dat zei ze niet.
Hoe lang is dat geleden? - Drie dagen.
De dressing is erg lekker. Wat voor vis is het?
Serpeling. - Hmmm.
Die had ik nog nooit gegeten, ze zijn erg lekker.
Is het de eerste keer dat ze vermist worden?
Ze hebben een naam. Maar ze zijn altijd teruggekomen.
Ze zijn nog nooit zo'n lange tijd weggeweest.
Wat voor naam? - Gewoon, een naam, je weet wel.
Nee, ik heb geen idee.
Ze hadden graag plezier. - U niet?
De naam dat ze niet heel moeilijk waren.
Nog tien graag.
Het was niet het moment om moeilijk te doen tegen die militairen.
Wat die fascist zei gaat in tegen de democratie.
Ik heb alleen maar een kaart geschreven naar de krant. Dat is geen misdrijf.
Dit land is niet democratisch. Je bent er net aan gewend.
Je kan niet tegen een generaal ingaan en vervolgens een schouderklopje verwachten.
De militairen hebben nog altijd veel voor het zeggen.
Wat moeten we dan? Alles laten zoals het was?
Kijk waar je bent beland.
Ik ben niet de agent met het beste toekomstperspectief van Madrid
Voor mij is dat geen probleem. Ik hoef niet per se een held te zijn.
Jouw toekomst is het besteden van geld aan vrouwen en drank.
Wie heeft je dat wijsgemaakt? - Ik heb een goed gehoor.
Wat heb je nog meer gehoord? - Is dit nog niet genoeg?
Een fles zoete wijn en twee glazen graag.
Nee, één.
Fijne avond.
Wat drinken ze?
Jenever. - Jenever?
Geef ze nog maar een rondje. Hoeveel? - Dat is genoeg.
En een paar donuts of wat churros, zodat ze niet te misselijk worden.
En u? - Nog een biertje.
Ik kan maar beter niet te veel mixen.
Of wacht. Geef toch maar.
Hoe laat is het? - Middag.
Tijd om op te staan. Ze hebben voor ons een auto geregeld terwijl ze de onze repareren.
Vannacht is me verteld dat de meisjes weg wilden uit het dorp.
Mensen praten veel wanneer ze drinken.
Welke mensen? - De mensen uit het dorp.
Hun vader was niet erg gelukkig met ze.
Rocío.
Schenk eens een wijntje in voor deze heren.
Zeg maar stop.
Stop.
U ook? - Nee, bedankt
Het ruikt lekker, wat voor wijn is het?
'Cangrejos de río' - Kruidig?
U zegt het maar. - Wat is hun slaapkamer?
Mag ik?
Enig idee waar ze heen zijn kunnen gegaan?
Spraken ze ergens over?
Hebben jullie gemerkt dat er spullen missen?
Er mist een bankpasje van de meisjes en kleding.
Heeft u enig idee waarom ze weg zouden willen?
Mijn dochters wilden nergens heen.
Iemand die ze pijn wilde doen?
Hadden ze geld of iets van waarde? - Weten jullie waarvoor jullie hier zijn?
We zijn hier om jullie dochters te vinden.
Nee, mijn dochters kunnen jullie geen reet schelen!
Jullie zijn hier omdat zijn neef in dienst heeft gezeten met rechter Andrade.
Dus kom niet met verhalen en vind gewoon m'n dochters.
Het eten. - Ik kom.
Dit heb ik gevonden in de haard. Zeg er alsjeblieft niks over tegen m'n man.
Als hij erachter komt, maakt 'ie ze af. Hij schaamt zich al genoeg.
Waren ze met iemand? - Nee, ze waren alleen.
Heb je ze gesproken?
Ik zag ze van een afstandje.
Later waren we wel bij ze. - Waar?
Een tijdje in "los coches locos" en daarna gingen we naar huis.
Hoe laat was dat? - Om twaalf uur.
Dat weet ik omdat we moesten gaan.
Waar zijn jullie gesplitst?
Bij de weg. Net buiten het dorp.
Hadden ze een vriend? - No.
Weten jullie zeker dat ze uit het dorp weg wilden?
Wie wil dat niet? - Ik niet.
Jij spoort niet. - En jij bent jaloers.
Hebben ze jullie ooit verteld waarheen?
Elke plek is beter dan hier.
Kennen jullie iemand met een witte Citroën?
No.
'El Quini'
Wat is er aan de hand? - Haar vriendje is er.
Kunnen we gaan? - Ja, jullie kunnen gaan.
Is dat uw zoon? - Ja, die kleine, hij woont in Duitsland.
Hij is daar nu twee jaar aan het werk. Ik heb er nog twee in Barcelona.
En zij woont in Frankrijk. - Kunt u mij vertellen wat u heeft gezien?
In de bocht, daar stopte hij.
Heeft u gezien hoeveel mensen er in de auto zaten?
Nee. - Werden ze gedwongen in te stappen?
Ik denk dat ze elkaar kenden.
Ze lachten allemaal, ziet u.
Ik heb hier een tekening.
Deze hier is een 2CV, met de ronde, uitstekende koplampen.
En deze is een Dyane 6 en heeft de koplampen in de motorkap.
Ik denk dat deze er het meest op lijkt.
De Dyane 6.
Wie zijn dat?
Dat zijn arbeiders. Ze komen voor de oogst.
Hij komt uit het dorp. Ze kennen hem.
Of het kan een seizoensarbeider zijn die elk jaar terugkomt.
Of iemand die op de feria werkt.
De vader heeft een Dyane 6. Een gele. Hij stond geparkeerd achter het huis.
's Nachts lijkt geel veel op wit.
En op grijs. Het is een erg populaire auto.
Hé jullie. Er is iemand die met jullie wil praten
Angelita is een ziener, ze ziet dingen.
Wanneer ze slaapt, spreekt ze met de doden.
Ze vraagt ze wat ze wilt weten en de doden antwoorden haar.
Ga zitten.
De afgelopen twee nachten heb ik gesproken met m'n overleden moeder.
en ze vertelde me...
...dat ze de meisjes in de boerderij 'Las Lunas' heeft gezien.
Is er iets? - Nee, niks.
Pedro!
Kom eens hier!
Wat is er?
Ik loop naar de auto.
Ik ga kijken of ik er bij kan.
Ik kan het water bijna raken.
Voorzichtig, voorzichtig!
Alles goed?
Ik heb het! Trek me omhoog!
Estrella droeg een panty als deze.
Estrella! Estrella!
Estrella!
Estrella!
Estrella!
Stop!
Sta stil!
Waarom ren je weg?
Ik heb geen vergunning. - Wat is dat?
Een hertenjong? - Reeënjong.
Waar kom je vandaan? - Uit het dorp.
Kom op, sta op.
Hoe het je? - Jesús.
Hebben wij elkaar niet ontmoet op de feria?
M'n hoofd doet nog steeds pijn van de jenever.
Hoe ben je hier? - Lopend.
Is dat niet erg ver? - Als je de paden kent, niet zo.
Heb je iemand hier de boerderij in of uit zien gaan?
Ik hou niet zo van deze plek. Er is hier niks anders dan spoken.
Kan ik gaan?
Hoeveel krijg je voor Bambi? - 250 pesetas per kilo.
Dan kun je het beter niet verkopen.
Misschien kun je beter iemand zoeken die hem kan klaarmaken.
Wel godverdomme!
Wegwezen hier! Voordat ik je kop eraf schiet.
Is er al iets gevonden? - Nee, niks.
En in de put?
Alleen maar troep.
Doe jij alvast de eenden, ik ga even pissen.
Dit is een mooie. Ja, ja, ja.
Ik bind je eventjes vast. - Gerardo, kom eens hier!
Carmen...
Estrella.
Loop maar even naar de auto, ik geloof dat ik m'n boekje heb laten liggen.
Waar heb je dat vandaan? - Daar.
En als het daar lag, waarom leg je het dan hier neer?
Hier liggen de rest van de spullen. - Welke spullen?
Deze hele berg, hier verzameld zodat het niet kwijtraakt.
Maar als je wilt leg ik het terug hoor. - Nee laat maar liggen, niet meer aankomen.
Noteer dit alsjeblieft.
Naast de wond in de borst, zijn er verschillende sneeën...
... waarschijnlijk steekwonden.
Eerstegraads brandwonden aan de linkerhand.
Laten we naar het andere lichaam kijken.
Ze heeft sneeën verspreid tussen haar nek, buik en borst.
Er missen ook drie vingerkootjes uit haar linkerhand.
Ze vertoont sporen van geweld in de vagina.
Waarschijnlijk is ze aangerand, net als haar zus.
Kun je even helpen haar om te draaien?
Ze hebben haar ook van achter belaagd.
Aan de zwelling van het lichaam te zien...
... heeft ze ongeveer twee dagen in het water gelegen.
No comments yet. Be the first to leave one.