The first 200 lines.
Dames en heren...
Om de act van vanavond in te leiden is hier uit Stars in their eyes:
Mr Matthew Kelly.
Hij bedacht de meest succesvolle Britse comedy aller tijden.
Hij is Hollywoods populairste Brit met series op drie zenders
en meer doortochten bij Letterman dan welke andere komiek ook.
Hij is houder van het wereldrecord internetdownloads.
Hij heeft wereldwijd vijf miljoen dvd's verkocht
en is de enige Britse performer
die meeschreef en schitterde in The Simpsons.
Hij won een Emmy, twee Golden Globes en zes BAFTA's.
Nu heeft hij de snelst verkopende livetournee in de geschiedenis.
Wie ga je vanavond voor ons zijn? - Vanavond ben ik Ricky Gervais.
Hier is hij dan, live en gevaarlijk, meneer Midas hemzelve,
de Podvader, het fenomeen dat is,
de koning van de comedy: Ricky Gervais.
Dank u. Bedankt.
Toch niet te, hè?
Daar zit ons hele budget in.
Ik met een microfoon, dat is het. Kijk, zelfs geen haakje.
Ongelooflijk.
Sommige comedians hebben een kruk voor hun drankje en zo.
Nee, hoor.
Een van mijn prijzen.
Niet het origineel, een veel grotere kopie.
Niet dat jullie denken dat ik een dwerg ben.
Niks mis met dwergen. Ik ben er alleen geen.
Oei, je mag niet met dwergen lachen. Jawel, hoor.
Fundamentalisten laat ik met rust,
maar wat kunnen dwergen mij maken?
Wat een ontvangst. Heerlijk, Londen.
Wat mij betreft, begint de tournee nu. Heel erg bedankt.
Bedankt.
Nu ja, na Schotland, Brighton en Birmingham en wat liefdadigheid.
Jullie denken natuurlijk:
Ricky Gervais, doe je nu nog altijd goeie werken? Zwijg.
Je doet te veel.
Echt niet, hoor.
Hoeveel ik voor kanker alleen al heb ingezameld? Dat doet er niet toe.
Plak er eens een bedrag op.
Miljoenen, echt miljoenen.
En ze mogen ze hebben.
Maar als ik zelf ooit kanker krijg, zeg ik in het ziekenhuis meteen:
Die machine heb ik betaald.
Koppel dat kale ettertje maar los.
Van kale ettertjes gesproken, ik heb voor tieners met kanker...
Wat is er?
...in Albert Hall opgetreden.
Vorig jaar was dat. Ik heb het ook in 2004 gedaan,
maar ze belden vorig jaar opnieuw. We zijn nog altijd ziek.
Jij hebt het overleefd.
Nee, het is geweldig. De patiëntjes mogen gratis binnen.
Ja... Achteraf maak je een praatje. En ik had het dus al eens gedaan
en ik herkende er eentje en dacht:
o ja, hij is in mijn kleedkamer over zijn ziekte komen praten.
Hij was toen achttien. Dus intussen is hij twintig.
Dat is toch geen tiener meer?
Snap je?
Vuile, kleine leugenaar.
Niet over zijn kanker, want hij had echt pijn als hij lachte, maar...
Ik deed mijn ding en hij maar lachen. Ik was echt razend.
Het werd me te veel. Dus ik: Hé, maat, ik herken jou.
Je was in mijn kleedkamer. Je was achttien. Dus nu ben je twintig.
Oprotten, jij.
Wegwezen. Ik haalde de security erbij.
Hij spartelde tegen, maar hij was zwak en zij waren getraind.
Al kregen ze 'm maar met moeite te pakken. Nee, echt.
Met zijn infuus stak hij iemand bijna een oog uit.
Eruit. Het publiek joelde.
Ik zei: Hoor je dat? Ze willen niet dat jij mij voor de gek houdt.
Nee, het is in Albert Hall, thuisbasis van Hitlers tweede testikel.
Hitler heeft maar één bal, de andere ligt in Albert Hall.
Ik vond hem niet en heb overal gezocht.
Ik zou 'm in de foyer leggen.
Op een voetstuk, in een glazen kastje.
In een eierdopje.
Dat zou ik willen zien.
Niet in homo-erotische zin: Heerlijk, zo'n ouwe bal.
Maar als de fysieke belichaming van het absolute kwaad: Hitlers zaad.
Hitler heeft maar één bal, de andere ligt in Albert Hall.
Zijn moeder heeft de ander. Had hij er dan drie? Wat een onzin.
En waarom zou je moeder zoiets bewaren?
Tenzij ze denkt: ik hou van mijn zoon, maar hij is wel een deugniet.
Ik weet dat. Ik wil niet dat hij fokt.
Ik hou Hitler zijn testikel achter. Mijn Adolf, zou zij zeggen.
Die naam is echt wel uitgestorven.
Niemand noemt zijn kind nog Adolf. Ik ken niemand.
Hoe heet ie? Adolf. Echt niet.
Geen kindjes op school...
Veel Robby's en Kylie's, maar dit hoor je niet meer:
Britney? Aanwezig. Justin? Aanwezig. Adolf? Aanwezig.
Een boeiend weetje over Hitler. Bij mij leer je altijd iets.
Hij heeft zijn imago van Chaplin. Dat lijkt een grap, maar het is waar.
Chaplin had dat snorretje eerst. En Hitler was gek op Chaplin.
Hij liet zijn films overvliegen. Hij zag The Great Dictator twee keer.
Ook al werd hij erin afgemaakt. Ik vroeg me altijd af
waarom er maar twee mensen zo'n snorretje hadden. Van hem dus.
Hij laat dat die dag zo doen en gaat naar zijn generaals.
Goebbels, Göring, Himmler.
En hij zegt: Hallo.
Wat is er? Ik heb ze wat laten bijscheren.
Waarom? Om op Charlie Chaplin te lijken.
De komiek? Ja.
Wou u zich aan humor wagen? Eigenlijk wel.
Echt waar? Ja, waarom niet?
Tja, wij vinden u niet grappig.
Pas op, jij.
Proost.
Vorig jaar deed ik een gratis optreden voor autisme.
En mijn enige ervaring met autisme was Dustin Hoffman in Rain Man.
Maar ik heb een nieuw huis en de buren kwamen meteen snuffelen.
We hebben een vergunning nodig, dus zijn we even aardig.
Daarna rotten ze maar op.
Een hoog hek. Opgerot.
Eén gezin heeft een autistische zoon. De moeder zei: Douglas is zeventien.
Hij heeft geen vrienden en komt nooit buiten. Dus ik zeg:
Ik neem hem wel mee. Ja, hoor. En zij zegt: Hij is dol op de dierentuin.
En die is vlakbij. Dus ik loop met Douglas over straat.
En hij blijft naar zijn moeder kijken. De hele tijd doet hij zo.
De hele weg.
En zij zwaait vanuit de deur terug en staat te huilen.
Uiteindelijk doet ze de deur dicht. Ik roep 'n taxi en zeg: Naar het casino.
Je moet er gebruik van maken.
Ik ga geen hele dag tijd verliezen.
Ik mag één iemand meenemen. Hij krijgt zo'n pakje aan. Te gek.
Meteen naar de 21-tafel. Daar zijn ze volgens mij het beste in.
Ik ben geen dokter, maar... Daar zijn ze dol op.
Ik zeg: Oké, Dougie, je weet hoe het gaat.
Twee voor goed, één voor slecht. Geweldig.
In een halfuur was ik duizend pond armer.
Ik zeg: Dougie, doe je ding. Tel de kaarten en onthou ze allemaal.
Doe je ding, oké? Twee voor goed, één voor slecht. Ja, is goed.
Weer duizend pond armer. Ik dacht: wat voor een autist...
Ik vraag hoeveel tandenstokers er liggen. Weet ik niet. Zeven.
Zelfs ik kan dat van hier zien.
Een ramp. Ik heb hem thuisgebracht en gezegd: Het was een vergissing.
Hij loopt als Rain Man, maar slim is ie echt niet.
We bouwen een zwembad. Aanvaard dat maar.
Als ze die vergunning niet geven, verhuur ik het huis
voor een pond per week aan crackjunks. Wil je die als buren?
Als je beroemd bent, kun je iets voor de goede zaak doen.
Maar de ene zaak is al beter dan de andere.
Alle gekheid op een stokje, kanker is een goeie zaak, autisme is dat ook.
Maar pas ben ik gevraagd om obesitaspatiënten te steunen. Wat?
Obesitaspatiënten, zei ze. En ik zei:
Je bedoelt dikke mensen?
Ze zei: Nee, obesitas. Eigenlijk deed ze zo:
Nee, obesitas... Ze was natuurlijk aan het eten.
Ze had trek tussen twee snacks door.
Ze zei: Obesitas is een ziekte.
Nee, hoor.
Jij eet gewoon graag, nietwaar?
Nee, het is geen ziekte, hoor.
Hoezo, een ziekte? O, wat ben ik toch ziek.
Ik ben toch zo ziek. Ik ben echt ziek.
Ik vroeg: Wat zijn de symptomen? En zij: Alles smaakt lekker.
Alles? Salades niet. Jakkes.
Ik kan niet tegen salades.
Het is echt geen ziekte. Lepra, dat is een ziekte.
Stel je Jezus in de tempel voor. Mensen in lappen smeken:
Jezus, mijn gezicht komt los.
Nu even niet, er zit een dikzak in rij drie.
Ze eten te veel. Dat is de reden. Pure wetenschap.
Maar dikke mensen klagen altijd over hun toestand.
Zo van...
Wat ben ik toch dik.
Vliegtuigstoelen.
Ze zijn niet breed genoeg voor mij.
Nee, klopt.
Want dan kunnen er maar twaalf mensen mee.
Ongelooflijk.
Het is niet eerlijk. Jawel, dat krijg je dan.
Van eerlijk en vliegtuigen gesproken.
Waarom mag ik maar evenveel meenemen
als een vent die 250 kilo weegt? Waarom is dat zo?
We mogen allebei 32 kilo meenemen.
Nee, zijn 32 kilo zitten al in zijn tieten.
Het is geen ziekte.
Ik zag een documentaire over een vrouw die 180 kilo woog
omdat ze elke dag tien pasteitjes met frieten at.
Dat is wel genoeg.
Tien porties, niks anders. Tien keer per dag naar de frituur.
Met de taxi.
Zelfs dat deed ze niet te voet.
En dus zetten ze haar kaken vast.
Sindsdien maakt ze de frieten vloeibaar.
Voortaan drinkt ze frietsmoothies.
Ze kauwt zelfs niet meer, wat nog vijf calorieën opleverde.
Ze wordt steeds dikker en moet naar het ziekenhuis voor een maagring.
Ze zit daar depressief te wezen.
Want je mag niet eten voor een operatie.
En ze zegt:
Het is een gevaarlijke ingreep, maar het is de enige mogelijkheid.
Ten eerste: joggen?
Je stapt zelfs niet.
Salades?
Je weet niet hoe die smaken.
Negen pasteitjes met friet per dag?
Het is een begin.
Een voorafje, ja.
No comments yet. Be the first to leave one.