Pirosmani

Pirosmani (ფიროსმანი)

Download Dutch Subtitle

Release info

Pirosmani 1969 NL
A Commentary by FMS2025

Tags

other
Published on: 2025-04-19
Downloads: 2
Hearing Impaired: No

Dutch subtitle preview

The first 200 lines.

PIROSMANI

Script:

Erlom Achvlediani Giorgi Sjengelaia

Regie Giorgi Sjengelaia

Camera K. Aprjatin

Art direction A. Varazi, B. Arabidze

Muziek V. Koechianidze

Ondertiteling Nina Targan Mouravi

Starring: Avtandil Varazi

Met:

Zoerab Kapianidze Teïmoeraz Beridze

Boris Tsipoeria Sjota Dausjvili

Maria Gvaramadze Nino Setoeridze

Rozalia Mintsjin Givi Alexandria

Alexander Rechviasjvili Amir Kakabadze

Groezia Film Studio

Toen ze Jerusalem naderden

en op de Olijfberg kwamen

stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde:

'Ga naar het dorp dat daar ligt.

Vrijwel direct zien jullie er een ezelin, die daar vastgebonden staat

met haar veulen.

Maak de dieren los en breng ze bij me.

En als iemand jullie iets vraagt,

antwoord dan:

"De Heer heeft ze nodig."

De leerlingen gingen op weg

en deden wat Jezus hun had opgedragen.

Ze brachten de ezelin en het veulen mee,

legden er mantels op

en lieten Jezus daarop plaatsnemen.

Toen hij Jeruzalem binnenging,

raakte de hele stad in rep en roer.

'Wie is die man?' wilde men weten.

Tien jaar lang groeiden we samen op.

Ik hield van hem als van mijn eigen broer.

Ik leerde hem lezen en schrijven.

En hij schreef mij een liefdesbrief.

Hij probeerde mij te kussen.

Dat doe je toch niet?

Hij wist dat het niet kon.

Waarom dan toch?

Hij heeft onze vriendschap zelf kapotgemaakt.

Je gaat dus weg, Nikala?

Inderdaad, mevrouw. Ik ben het zat om thuis te zitten.

Waar ga je heen, mijn jongen?

Ik ga naar de stad, mevrouw.

Ga liever naar het dorp, in plaats van naar de stad.

Daar woont je zuster. Je zou boer kunnen worden.

Aarde bewerken is niks voor mij, mevrouw.

Je moeder vroeg op haar sterfbed of ik voor jou wilde zorgen.

Heb je het slecht bij ons?

Ik moet naar de stad, mevrouw.

Wel, als je besluit vaststaat kun je beter gaan.

Moge Sint-Giorgi over je waken.

Dag. Wil je de waard voor me halen?

Een ogenblik.

Sjalva.

Dag.

Dag.

Kom binnen, alstublieft.

U bent lang niet bij ons geweest.

Dat is ook zo.

Gaat u zitten.

Mijn vriend hier is kunstenaar. Hij komt uit een ver land.

Zet je beste beentje voor.

Ik zal mijn best doen.

Haast je.

Op jullie dis. Moge God jullie alle goeds geven.

Wat is dit?

De giraf.

De giraf is dood.

Hij kon niet tegen het climaat in Tbilisi.

Wie heeft dit gemaakt?

Niko de schilder.

Kent u hem niet? Iedereen kent hem hier.

Een magere bonenstaak.

Hij heeft alle taveernes van Tiflis beschilderd.

- Waar is hij nu? - Ik zou het niet weten.

Ik heb hem in geen tijden gezien.

Zou hij überhaupt nog leven? Misschien is hij wel dood.

Hij had vrienden in de Zandwijk, ga daar eens langs.

Zij zullen u vertellen hoe of wat.

Niko heeft een eigen zaak gehad.

Maar een mensenleven is als een schamel bootje in de storm:

het wordt alle kanten op geslingerd.

Heb je nog meer schilderijen van hem?

Jazeker.

Dag meter.

Oh, Nikala.

Wanneer ben je aangekomen?

Ik wil mijn petekind wel eens zien.

Sona.

Net een engel. Hier kan een peetvader trots op zijn.

- Waar is Dimitri? - Die komt zo thuis.

Hij gaat vreemd, die Dimitri van je.

Hij heeft een bijvrouw. De hele stad kletst erover.

Zo gewild is hij ook weer niet. Ik ga thee zetten.

Ik maak maar een grapje, meter.

- Weet je wie ik ben? - Mijn peetvader.

Dag Nikala.

Dag Dimitri.

Blijf je lang?

Ik kom iets met je bespreken. Ik wil je mening horen.

- Wil je soms gaan trouwen? - Wie zou ik zo gek krijgen?

Wat wil je dan bespreken?

Ik ben al drie jaar onderweg.

Het gedender van de trein komt m'n neus uit.

Treinfluit klinkt beter uit de verte.

Ik heb wat spaargeld.

Jullie Sona is mijn petekind. We zijn verwant.

Niemand staat me in deze stad nader dan jullie.

We openen een zaak en gaan handel drijven.

Jullie gaan erop vooruit.

Ik krijg ook meer aanzien.

- Hoe komen wij aan het geld? - Geld heb ik.

Straks worden we rijk,

dan bouw ik een houten huis,

op een berg, met uitzicht op de hele stad.

Ik koop een grote samovar.

Jullie komen bij mij op visite.

We gaan theedrinken en aan deze tijd terugdenken.

Meer heeft een mens niet nodig.

Wat moeten we hiermee?

Wat bedoel je? Wie anders geeft ons kaas, melk en boter?

Men zal zeggen: bij Niko en Dimitri hangen plaatjes van koeien.

Dat trekt klanten aan.

- Heb jij dit geschilderd? - Ja, ik.

Ik schilder een keer herten voor je, met prachtige grote geweien.

Daar is onze eerste klant.

Een bol kaas, boter, yoghurt en raathoning.

Dat is dan tachtig kopeke.

Het beste, tot ziens.

- Weet je wie deze man is? - Nee.

Hij is de kok van vorst Magasjvili.

Je morst melk, Niko.

Momentje.

Hela! Halt!

Van wie is dit gras?

Verkoop het aan mij.

Wat wil je daarmee?

Ik ben al zo lang weg uit het dorp.

Ik spreid het uit op de grond en ga daarop liggen.

Daar gaat onze winst.

Je moet me niet opjutten, vriend. Ik doe het op mijn manier.

Wat moet je? Weer op de pof zeker?

Niko, jij hebt een goed hart.

Morgen komt mijn zoon. Hij zal met jullie afrekenen.

Dan moet je morgen komen. De zaak is open.

Wakker worden, Nikala. Sta op.

Wie slaapt er nu op de grond?

Sta op, Nikala, je zuster is hier.

Hoe hebben jullie mij gevonden?

We hebben rondgevraagd. Ze stuurden ons hiernaartoe.

Ze weten dus waar mijn winkel is.

Nou en of. Iedereen in de stad weet wie je bent.

Ik heb jullie lang niet gezien. Hoe is het met jullie?

Gaat het goed met de kinderen?

Tot nu toe wel, God zij dank.

Wij leven in onwetenheid en nood, dragen ons juk.

Ben je niet blij ons te zien?

Hoe kun je dat vragen?

Ik heb mijn eigen wijn meegebracht.

Anders niets, het spijt me. De korenoogst is mislukt.

Wacht, ik ben zo terug.

Mijn broer is blijkbaar rijk geworden. Heb je zijn zaak gezien?

Nou.

Vraag of je broer

hier meel voor ons wil kopen.

Ik verkoop het in het dorp.

Wij verdienen eraan en je broer ook.

Wij zaten over jou te praten.

Je bent een echte man geworden. Je weet van aanpakken.

Wat had jij dan gedacht?

Vraag je niet waarom wij bij jou op bezoek komen?

Arm of rijk, je bent mijn broer.

Ik ben je zuster, jouw vlees en bloed.

Wat jou aangaat gaat ook mij aan.

Dat is zo.

Geld alleen maakt niet gelukkig, jij moet iets achterlaten op aarde.

Ik begrijp niet waar je naartoe wilt.

Het leven is zo kort als de staart van een ezel. Het is tijd.

Wat voor tijd?

Tijd voor jou om te trouwen.

Een man als jij kan elke vrouw krijgen.

Maar je moet niet met een stads wicht in zee gaan.

Een vrouw moet bescheiden en respectvol zijn.

Liefst uit je eigen streek.

Wij hebben zo'n meisje op het oog.

Haar raak je in bed niet kwijt.

Ze komen eraan!

Met de bruid!

Goedendag.

Goedendag.

Welkom.

Gaat u zitten.

Dit glas heffen we op de duivin

die koerend in een boom zit.

En het tweede glas heffen we op de doffer,

die rond- en rondvliegt en naast de duivin neerstrijkt.

Comments

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left