The first 200 lines.
De wind komt op! We moeten proberen te leven.
Hier is het.
Mag ik het lenen?
Het is wel in het Engels. - Ik heb een woordenboek.
Erg goed. Geef het een kans. - Dank je.
Stop daarmee! - Wat wil je?!
Je kunt beter gaan.
Jiro, wat bedoel je daarmee?!
Je moet geen jongere klasgenoten pesten.
Hoe durf je! Dit is schandalig!
Het lijkt erop dat je iets heel moedig deed.
Ik viel gewoon per ongeluk.
Vechten is nooit gerechtvaardigd. - Ik weet.
Ga maar wat eten.
Goed.
Grote broer, je bent terug!
Ik stond je op te wachten. Laten we bamboegras plukken.
Grote broer!
Ik wil bamboegras plukken.
Je hebt beloofd met me mee te gaan.
Ik heb huiswerk.
Dat is geen huiswerk.
Het is een Engels tijdschrift.
Wat een rare snor.
Hij is een beroemde Italiaanse vliegtuigontwerper.
Zijn naam is Caproni. Er staat dat hij een graaf is.
Je gezicht is bekrast. - Laat het met rust.
Ik kan er beter wat jodium op doen.
Wil je eens stil zijn?
Grote broer, wat ben je aan het doen?
Je mag hier niet komen. - Je draagt nu geen bril.
Naar de sterren kijk ik er zonder. Zo zie ik de dingen veel beter.
Moeder zal je hiervoor straffen. - Een vallende ster!
Er is er nog een.
Zij zijn mooi. Kijk? Zoals die.
Er zijn er zoveel.
Hé, wie ben jij?
Ik ben een Japanse jongen. - Een Japanse jongen?
Wat doe je hier?
Ik denk dat dit mijn droom is. - Een droom he?
Stop de motoren!
Dit is wel mijn droom! - Het is ook die van mij.
Ook jouw droom?
Luister, Japanse jongen. Denk je dat we deze droom delen?
Het is vreemd.
Jij bent graaf Caproni, of niet? Ik ben blij je te ontmoeten.
Interessant. Ja, dit is een droom. Deze wereld is een droom.
Welkom in mijn koninkrijk. - Ik ben zeer vereerd.
Kijk hun eens!
Ze zullen de vijandige stad bombarderen. De meesten van hun zullen niet terugkeren.
Maar de oorlog zal snel voorbij zijn.
Klim maar omhoog, Japanse jongen.
Dit is mijn droom. Als de oorlog voorbij is, zal ik dit gaan bouwen.
Prachtig, is het niet?
Laten we gaan vliegen.
In plaats van bommen, zal ze passagiers gaan vervoeren.
Natuurlijk kunnen we hier niet omhoog klimmen,
maar dromen zijn handig. Je kunt overal heen gaan.
Kom, doe mee. Je kunt langs de spar lopen.
Kijk eens.
Ze is mooi, niet? - Ja, ongelooflijk.
Ze zal 100 mensen over de Atlantische Oceaan vervoeren.
Meneer Caproni? Ik heb een vraag.
Denk je dat ik vliegtuigen zou kunnen ontwerpen?
Ik zal nooit een piloot worden. Ik ben te bijziend.
Luister, Japanse jongen.
Ik ben geen piloot. Ik weet niet eens hoe ik moet vliegen.
Vliegtuigen vliegen is eenvoudig.
Maar ik ben een maker van vliegtuigen. Een luchtvaartingenieur!
Ja!
Luister naar me, Japanse jongen.
Vliegtuigen zijn geen gereedschappen voor oorlog. Ze zijn niet om geld te verdienen.
Vliegtuigen zijn mooie dromen.
Ingenieurs zetten dromen in werkelijkheid om.
Ja!
Vaarwel. We zullen elkaar weer ontmoeten.
Jiro, je moet naar bed gaan.
Je liet me schrikken. Ik hoorde je met iemand praten.
Moeder, ik ga een luchtvaartingenieur worden.
Werkelijk? Dat is een prachtige droom.
Vliegtuigen zijn mooie dromen. Dat is wat hij mij heeft verteld.
Ik wil mooie vliegtuigen ontwerpen.
Mevr, ga maar zitten op mijn plaats.
Pardon, ga alsjeblieft zitten.
De wind voelt geweldig aan.
Meid, doe voorzichtig! je zult jou hoed nog verliezen.
Maak je geen zorgen, Kinu.
Kijk uit!
Gaat het?
Ja!
Goed gedaan.
Dankjewel.
"Le vent se lève".
"Il faut tenter de vivre".
"Le vent se lève. Il faut tenter de vivre".
"De wind stijgt op. We moeten proberen te leven".
Een aardbeving.
De locomotief staat op ontploffen!
Wat is er gebeurd? - Het is haar been!
Laat mij eens kijken.
Het doet pijn.
Kinu, wees dapper.
Het is gekneust. Ze kan zo niet lopen.
Meid, je kan beter snel gaan lopen, voordat de trein ontploft!
Dat is onzin.
De trein zal niet ontploffen.
Geef me mijn koffer.
Probeer nu maar te ontspannen.
Ze kan zo niet lopen. Waar woon je?
In Ueno. - Ik zal je er heen brengen.
Brand! - Laten we gaan.
Hoe zit het met je bagage? - Het is niet belangrijk.
Het spijt me heel erg. - Wacht eens even!
Laten we gaan.
Nou, mijn nieuw hemd heeft het niet lang uit gehouden!
Je moet dorst hebben.
De put is bijna droog. En nu jij?
Dank je.
Het vuur heeft Ueno nog niet bereikt.
Ik ga naar de universiteit. En jij dan?
Ik ga wel iemand halen van thuis.
Ik zal wel met je mee gaan.
Pas hier op, Kinu. - Zal ik doen.
We zullen snel terug zijn. Maak je geen zorgen.
Goed. - Pas goed op mijn koffer.
Dankjewel. - Ik zal haar aan jou overlaten.
Maar wat is uw naam?
Hij is echt een goede kerel, Kinu?
Jiro! Je hebt een geweldige dag gekozen om terug te komen.
Hoe erg is het, Honjo?
De hele oostkant brandt.
Dat is alles wat we konden dragen.
Heb je een sigaret?
Een vliegende deur? Dat is gewoon geweldig. Ze zullen het vuur nooit stoppen.
Tokio is klaar.
Hij heeft het echt gebouwd. Caproni heeft gigantische dromen.
Stop de camera!
De wind draait zich. Het komt deze kant op.
Gaat de wind nog steeds omhoog, Japanse jongen?
Ja, het is een storm.
Dan moet je leven. "Le vent se lève".
"II faut tenter de vivre".
Hé Jiro. Klaar?
Alle nieuwe gebouwen zijn ouderwets.
De straten zijn breder.
Zelfs de vliegtuigen zijn niet veranderd.
Welkom!
Jiro, alweer makreel? - Omdat ik het erg lekker vind.
Elke dag is hetzelfde. Dezelfde lunch, dezelfde lezingen.
Xiaojun, kan ik nog een ei krijgen? - Goed!
De westerse machten bouwen volledig metalen vliegtuigen.
Probeer eens wat varkensvlees.
We liggen al meer dan 10 jaar achter.
Wat is?
Prachtig, is het niet?
Kijk eens naar die prachtige bocht.
Eet jij je makreel, om naar de botten te kijken?
Kom op, eet het op. We gaan koffie drinken.
Jiro werkt zeker hard.
Visgraten.
Is meneer Horikoshi terug van de lunch?
Jiro!
Honjo, kijk hier eens naar.
De NACA heeft een standaard bocht, net als dit bot.
Eten Amerikanen ook makreel? - Jiro, pakket voor jou.
Een dame heeft dit voor u gebracht, mijnheer.
Je was weg, dus liet ze het bij mij.
Ik snap het. Dank je.
Een cadeau je van jou geliefde?
Heb je een sigaret? Geef me er een.
Jiro! - Laat hem gaan.
Hallo, meneer Horikoshi. - Ik ben terug van school.
Je hebt een gast die op jou wacht. Een jonge dame.
Goed, dank je.
Eerlijk waar, waar bleef je?
Kayo, het spijt me.
Ik was het helemaal vergeten. - Werkelijk!
Waar is je moeder? - Bij oom thuis.
Blijft ze daar? - Slechts voor een nacht.
Je bent gegroeid, Kayo. En ook erg mooi geworden.
Je bent zo gemeen. Je komt nooit thuis.
Het is al zo laat.
Ik zal je vergezellen, en ik bied je mijn excuses aan om je zolang bij me te houden.
We nemen een veerboot.
Weet je wat er gebeurde is met het meisje dat je hielp?
Ik weet het niet, het is al 2 jaar geleden.
Ben je ooit bij haar thuis langsgegaan?
Natuurlijk. Ik ben een keer teruggegaan.
Het vuur brandde het hele huis plat.
Kijk, we zijn er al!
Heb je het koud?
Nee, het gaat wel.
Ik had nooit gedacht dat Tokio zich zo snel zou herstellen.
Kan ik bij je blijven, Jiro?
Vader zal me hier niet alleen laten wonen.
Ik zal waarschijnlijk in Nagoya zijn tegen de tijd dat je komt.
Met een vliegtuigbedrijf? - Ja.
Mannen hebben het zo goed.
Ik wil medicijnen studeren in Tokio.
Een dokter? Ik denk dat je een goede bent.
No comments yet. Be the first to leave one.