The first 200 lines.
Ongelooflijk. We zijn zo'n eind van huis.
Dat was de bedoeling. Is er iets mis?
Het heeft pootjes. - Het is ook inktvis.
Wist ik niet. - Waarom bestelde je het dan?
Ik wil werelds worden. Anders ben je met zo'n trutje getrouwd.
Je bent anders wel mijn trutje. - Is dat een compliment?
Thee voor mevrouw. En melk voor het jochie.
Gefeliciteerd, Chuckles. - Jij ook, Nina.
Getrouwd of samenwonend?
We herdenken ons eerste telefoontje. - Vieren jullie dan alles?
Al het goede. - Alles dus.
Goed is niet goed genoeg. Het moet prima zijn. Zeg op, hoe was 't?
Het was okรฉ. - Een ramp dus.
Er waren veel mensen. - 143. En die waren er toevallig.
Op de laatste dag van de zomer heeft klompendansen geen prioriteit.
Waarom niet?
De stad is een smeltkroes. Daar moeten we trots op zijn.
Het is de Dag van de Arbeid vandaag.
We moeten ons concentreren op de klassenstrijd.
Ja, dat trekt vast publiek.
Eikel.
Echt een zalige wagen.
Je trouwde er om met mij.
Allereerst om je benen, dan je verstand, dan pas de auto.
Misschien de laatste twee andersom.
Waarom trouwde je met mij? - Je lul is bijna de grootste.
Okรฉ. En wie heeft de grootste? Al is dat een linke vraag.
Een beeld op de Piazza Signoria. - Een beeldhouwwerk.
Grappig, hoor. Dat is oneerlijk. - Hoezo?
Een beeldhouwer kan marmer kopen. Ik moet werken met wat ik heb.
Pech voor jou.
Jouw materiaal volstaat bij mij.
Ik ben bijna ontspannen. - Mooi.
Ik heb zin in champagne en kaviaar. Laten we dronken worden.
En dan in bad gaan. Dat ontspant me wel.
We moeten Lucy ophalen. - We hadden haar vorige week.
En vanavond weer eventjes.
Morgen begint haar school. Dan kook ik altijd voor haar.
Dat is traditie.
Ja, hallo? Mag ik Lucy even spreken?
Nee, je cheque is niet te laat. Hij is er morgen.
Laten we nou... Hallo, schatje.
Hoe is het met m'n kleine meid?
Dit is wel leuk.
Diego heeft een hekel aan geel.
Het past overal bij. - We hebben nog niks.
Kies maar wat je wilt. Dan ga ik nu het geld verdienen.
Zijn we te arm voor nieuwe schoenen?
Je broer droeg ze maar drie weken. Je groeit er toch zo uit.
En nieuwe schooljasjes? - Wat kosten die dan wel?
150 dollar. - Wat een koopje.
Ik geef een rondje. Voor de hond ook.
We bespreken het nog. Ik ga douchen.
Laat Fenno uit. Hij staat op knappen. - Ik ben al laat.
Dan sluit je hem toch in de kast op.
We hebben uitstekende leerlingen hier.
Met zo af en toe een probleempje. - Daarom ben ik hier.
Scheiding komt veel voor. En de kinderen lijden daar onder.
Dit is uw nieuwe kantoor. Net geverfd.
Ik ruik het. Een heerlijke geur.
Inderdaad, van een nieuw begin. - Wat u zegt.
Breng uw zaakjes maar op orde. M'n deur staat altijd open.
Ik kan niet in de toekomst kijken.
Ja, ik zat wel steeds goed.
Goed, ik verwerk de opdracht.
Ik spreek u als de beurs dicht is.
Chuck, ouwe sukkel van me, hoor eens.
Ik moet je helaas bedanken voor die tip. M'n klanten zijn tevreden.
Eerlijk zullen we alles delen. - En nou mats ik jou.
Bekijk dit maar eens. Het biedt perspectieven.
Wordt hier samengezworen? - We verdienen geld voor u.
Ga zo door. Je boekte 't beste resultaat en werkte er hard voor.
Zonder pijn geen succes. - Bij Jeremy lijkt 't pijnloos.
Die Ferenco-zaak verliep gladjes. - Amusant geval.
Gelul. Je stak je nek uit en won.
Ik ben al laat voor m'n afspraak. Tot straks.
Chuck, Dexter is ontslagen.
Hij kreeg het werk gewoon niet voor mekaar.
Jij krijgt nu zijn klanten. - Daar krijgt u geen spijt van.
Mag ik hopen. Je ontmoet z'n grootste klant, Mullaney, vanavond.
Ik ben er klaar voor. - Dat hoor ik graag.
Voedselbonnen.
De overheid wil u helpen. Helpen.
Alstublieft.
Sociale dienst van New York
Onze bereisde Roeland. - Heerlijk dit werk.
Ik kom op exotische plekken. Zoals 142th Street, nummer 942.
Een adres dat niet meer bestaat.
Prima training. Ik loop me suf op al die trappen.
Ik hoef niet naar een sportclub. - John, je inspireert ons allemaal.
Je volgende afspraak wacht al.
Mr Romero, hoe gaat het? - Zeg jij dat maar.
En het werk als keukenhulp? - Dat gaat klote.
Ze goochelen met m'n uren. Dus kan ik niet op m'n kinderen passen.
Ik bel de manager wel weer. - Ik moet echt werk hebben.
Waar toekomst in zit. Een baan met winstdeling.
M'n kinderen hebben een huis met een tuin nodig.
Hoeft geen villa te zijn. Als het maar in een gezonde, nette buurt is.
Heeft u zulke baantjes? - Dan pikte ik het zelf in.
Ik haast me gek om op tijd terug te zijn en nu kun je niet?
Je weet dat het belangrijk is voor Lucy. - Komt die kenau ook?
Nee, ze moet werken. Daarom vraag ik het jou.
Breng me wat koppen. Nu.
En ze heet Madeleine. - En is een kenau.
Ik kom om in de krokodillen.
Moet ik alleen?
Hoi, ik ben Iris Morden. Voorzitster van de ouderraad.
Nina Bishop, schoolpsychologe. - Je ziet er zelf nog uit als een leerling.
Zo voel ik me ook. Al beheers ik m'n vak.
Zo bedoelde ik het niet. M'n zoons zitten hier in groep 7 en 8.
Interessante leeftijd dus. - Ja.
De telefoon is stuk. Waar kan ik bellen?
Op de tweede verdieping. Daarheen.
Mooi niet. Ik moest net al plassen en kwam op 't jongenstoilet terecht.
Maar ik dacht: Krijg de klere. Als je moet, dan moet je.
Absoluut. Ik ben Iris Morden, van de ouderraad.
Nina Bishop, schoolpsychologe. - Werk genoeg hier voor jou.
Ik ben Claire Laurent. - Ach, je dochter schreef je al in.
Zie ik er uit als een moeder?
Hoe zien die er uit? - M'n mans dochter zit hier op school.
In welke klas? - Geen idee. Ze is twaalf of dertien.
De hormonen slaan al toe. Net als bij ons.
Voor die hormonen hebben wij hier wel een mooi karweitje.
Hoezo? Ik val alleen even in, hoor.
Het is voor het schoolfeest. Dat staat in 't teken van de jaren 60.
Commissies: Versnaperingen, posters, versieringen...
Ja, dat doe ik wel. - Dan zit je bij mij.
Niks voor mij. Ik ben op m'n best in de bestuurskamer. En slaapkamer.
Het is traditie. En beide echtgenoten moeten meedoen.
Ik ben de stiefmoeder. - Ook goed. Daar wemelt het hier van.
Ik deel je bij ons in. Bovendien duurt het nog maanden.
Wie weet doe ik dan wel wat anders.
Welnee. Vergaderen we volgende dinsdag hier?
Kom naar m'n huis. Dan kook ik. En neem de mannen mee.
Dat hoeft niet, hoor. - Leuk, tot dan.
Enig.
George Mullaney is rijker dan God. Maar o zo gierig.
Dus verknal het nou niet.
Hallo George, wat fijn dat je bent gekomen.
Ik vertelde je al over Chuck Bishop. - Aangenaam.
De nieuwe leeuwentemmer, hรจ? - U kunt me onverschrokken noemen.
Ik sprak de Jappen net. Ze zijn akkoord.
Even voorstellen: Ik ben Jeremy Brimfield, jong en wild.
George Mullaney, oud en saai.
Ik word nooit als Jeremy. De goede woordkeus, perfecte kleren.
Nou, en? Hij is een hol vat.
Maak het je niet zo moeilijk. Je hebt afleiding nodig.
Geen tijd voor.
Dinsdag om half acht geven we een etentje.
Voor wie? - Mensen die ik op school ontmoette.
Ik kan echt niet. Ik kom om in het werk. - Ik heb ze al uitgenodigd.
Ik kwam hier voor jou. Doe dat dan voor mij.
Het wordt vast leuk. - Om je gek te lachen.
Een avondje met onbekenden.
We kennen ze niet eens. - Zij is schoolpsychologe.
Die anderen zijn ouders. Hij althans.
Stropdas verplicht? - Al ga je naakt.
Doe niet zo rot. - Ik haat prietpraat.
Ik lees liever thuis een boek. - Wij gaan nooit 's ergens heen.
Ik verveel me niet.
Zeg: Dank je. En eet je bord leeg. - Dank je en eet je bord leeg.
Roereieren en toast. De pannenkoeken komen er aan.
Wat heb je met je haar gedaan? - Niks.
Dan ben je vast geschrokken, want je haren zijn je te berge gerezen.
Ik droeg ooit kralen. - Droeg hij ze maar.
Het is mijn haar.
Punkers propageren geweld. En wij zijn geweldloos.
Klinkt niet zo geweldloos. - En jouw haar dan?
Daar is niks mee mis.
Wat nou? Ga toch weg.
Ik voel me zo vaderlijk. Eten met lui van school.
Leuk voor Lucy. - En erg leuk dat ze me opgaf.
Die vrouwen zijn niet m'n types.
Wil je toch niet thuisblijven? Romantisch, wij samen.
Ach, zo erg kan het niet zijn.
Jij komt uit Iowa, hรจ? Hoe is het daar?
Leuk.
Het is erg klein en vriendelijk. En heel... En heel...
Iowaans? - Ja, inderdaad.
Veel mensen denken dat Iowa veel westelijker ligt.
Dan in werkelijkheid. - Inderdaad. Dat is zo.
Heel fijn dat we hier onze vergadering mogen houden.
Heel gezellig. - Inderdaad.
Wat doe jij, Leo? - Ik maak speelgoed.
Warm en knuffelbaar. - Net als de baas zelf.
Echt Amerikaans handwerk, gemaakt in Taiwan.
Sorry, dat er zo weinig meubels zijn. We leenden dit van de architect.
Hoe heet hij?
Heel trendy, hoor.
En hoe noem je het bij ons? - Een ratjetoe.
Claire zit ook in bankzaken. - Ja? Ik doe in aandelen en obligaties.
Voor wie werk je? - Arthur Everson.
Ken je die? - Uiteraard.
Heeft hij nog die vrouw met die lelijke gok?
En wat doe jij, John?
Ik werk bij de Sociale Dienst.
M'n kaastaartjes. Ik ga even.
Zo terug. - Pardon. Ik help haar even.
Kaastaartjes.
Wat een ramp. Bij de tandarts is het leuker.
No comments yet. Be the first to leave one.