Las primeras 200 líneas.
BÈÈÈÈH: HET MYSTERIE VAN DE WEI
Lieve Rebecca,
ik weet dat je veel vragen hebt.
Ik ook.
Tenslotte is het leven een groot mysterie.
Het antwoord op de raadsels van het universum,
het geheim voor geluk,
is volgens mij gewoon dit:
schapen.
Nee, serieus.
Het is echt schapen.
Ik kom eraan.
Je vroeg me
of één van mijn schapen speciaal was.
Ze zijn allemaal speciaal.
Daarom gaf ik ze allemaal een naam.
Bijvoorbeeld:
die luidruchtige tweelingrammen
noemde ik Ronnie en Reggie.
Dit is de zeer trotse en waardige
Mijnheer Rijkveld.
Wolk, de donzigste.
Beetje een diva, die.
Zora, de meest nieuwsgierige.
Moppel, de meeste geduldige.
En Wol-Oog…
Omdat ik geen betere naam kon bedenken.
Oké, ik weet dat ze allemaal speciaal zijn,
maar ik moet toegeven
dat twee van mijn schapen
extra speciaal zijn.
Sebastiaan is de grootste ram.
Hij is zoals ik, een eenzaat.
Vroeg of laat gaat hij ervandoor.
En vroeg of laat komt hij terug.
En tot slot, Lily.
Mijn slimste schaap.
Zij weet altijd
wat er omgaat in mijn hoofd
of in mijn hart.
Nog meer dan de anderen
geeft ze me het soort rust
dat alleen herders kennen.
De rust die je krijgt
door zorg te dragen voor
de liefste wezens op aarde.
We beginnen elke dag met hun gezondheid.
VOEDING VOOR SCHAPEN
Ik houd ze goed gevoed…
goed getrimd.
Ik doe mijn best om ze bezig te houden.
En ze krijgen hun medicijnen,
waarvan ze zouden zeggen te genieten,
mochten ze kunnen praten.
Tijd voor je medicijnen. Ziezo.
En als mijn taken erop zitten
en de zon begint onder te gaan,
kies ik een boek om voor te lezen.
Detectiveverhalen, mysteries,
al mijn favorieten.
"Rodney Hollingshead werd vermoord,
en ik weet wie de moordenaar was."
Ik maak mezelf wijs dat ze kunnen volgen.
Maar in mijn hart weet ik,
ook al zijn ze speciaal, dat het toch…
schapen blijven.
Nee, genoeg.
Vooruit allemaal.
Ik lees het einde morgen.
Waarom stopt hij nu juist daar ?
Hij ging zeggen wie de moordenaar was !
Dat is marteling ! Het was de meid, hè ?
Natuurlijk is het de meid.
Nee, nee, nee, het was de tuinman.
De hele tijd gras maaien en er niet van eten ?
Ja. Verdacht.
Zijn jullie zot ? De dokter deed het.
Nee. Het was de akelige tante.
De tante, dat was drie verhalen geleden.
Zijn wij van dezelfde ouders ?
Hier gaan we. - Juist.
Ze zijn weer bezig.
Jullie zijn allemaal fout.
Ik had het twee hoofdstukken geleden al door.
De meid, hè ? - Nee.
De neef, Bertie Hollingshead.
Lily, de rechercheur heeft bewezen
dat alle bewijzen tegen Bertie
vervalst waren door de moordenaar.
Heel juist. Snap je het niet ?
Om niet veroordeeld te worden,
vervalste hij het bewijsmateriaal.
Bertie Hollingshead was de echte moordenaar.
Waarom deed je dat ?
George maakt het verhaal af morgen.
Jullie zullen wel zien.
Volgens mij is het toch de meid.
"Bertie wist alles over de wet.
Je kan niet twee keer vervolgd worden
voor hetzelfde misdrijf.
En dus, om niet veroordeeld te worden,
vervalste hij het bewijsmateriaal zelf.
Bertie Hollingshead was
de echte moordenaar."
De meeste schapen spenderen hun dag al etend,
of al denkend aan eten.
Maar ik heb drie tomeloze lammetjes
met tomeloze energie.
Vrolijke, zorgeloze wezens
geboren in de lente.
Eigenlijk worden bijna alle
lammetjes geboren in de lente.
En dan is er mijn enige lam
dat werd geboren in de winter.
Hallo.
Ik ben Daisy. - Oliver.
Pickles. - Hoe heet jij ?
Ik heb geen naam.
Wil je spelen met ons ?
Nee ! Weg !
Speel niet met dat winterlam.
Het hoort niet thuis in deze kudde.
Om redenen die logisch klinken voor
een schaap wordt
een winterlam dikwijls verstoten.
Het is oké.
Alleen omdat een winterlam…
anders is.
Het is al goed. Oké.
Ik heb een vraag.
Waarom is George altijd zo lief voor dat lam ?
George is geen schaap.
Niemand leerde hem iets over winterlammeren.
En als je ingaat op mijn uitnodiging,
moet je weten dat ik in de buurt woon
van een stadje genaamd Denbrook.
Met zijn eigen bijzondere figuren.
Bijvoorbeeld…
Goedemorgen, Caleb. - Caleb, ook een herder.
Dames. - Ik vind hem maar niets.
Ham, de slager.
Vind ik echt maar niets.
Beth, de herbergierster. Vindt mij maar niets.
Ik kan die man vermoorden.
Tim, de politieagent.
Een idioot. En pastoor Hillcoate,
die een soort herder van mensen is.
We hebben een ingewikkelde relatie.
Vandaag lezen we
de parabel van het verloren schaap.
George, kom je ons vervoegen ?
Iedereen is welkom in het huis van de Heer.
Zelfs slagers, hè ?
Ik kom jullie niet vervoegen.
Ik kom een schuld vereffenen.
Onze George.
Onze George.
Maar genoeg over de mensen.
Ik wil dat je mijn kudde ontmoet.
Ze verlangen ernaar je te zien.
En ik ook.
Alsjeblieft, kom snel.
Liefs, George.
Wolk ? Ik heb een vraag.
Maken paardenbloemen mijn wimpers schoon ?
Nee, ze doen niets voor de wimpers.
Maar ze zijn geweldig voor de wol.
Kijk maar naar Wol-Oog.
Die eet niets dan paardenbloemen.
Is het dat wat dat zijn ? Oké.
We moeten er bewaren voor Sebastiaan.
Hij is al dagen weg. - En dan ?
Sinds George hem hierheen haalde,
glipt hij steeds weer weg naar dat dorp.
Laat hem honger lijden.
Het is niet omdat hij niets om ons geeft,
dat wij niets moeten geven om hen.
Sebastiaan is een deel van onze kudde.
Kijk ! Het is Caleb !
Hondjes !
Hondjes, hondjes, hondjes !
Caleb ! Hier !
Ik hou van hoe hij ruikt.
Het zijn zijn wollen truien.
Ze zijn zo schoon geverfd.
Mag ik binnen ? - Ga weg !
Ik kom binnen.
Hij is zo nieuw,
en mooi en glanzend.
Denk jij wat ik denk ?
Ik wil hem rammen ! - Zo hard !
Reggie ! Ronnie !
We hebben dit al besproken.
We rammen geen dingen tenzij… ?
Tenzij er een goede reden is.
Zo is het.
Dit is het 3e bezoek van Caleb deze maand.
Ik zie maar één verklaring.
Kuddes samenvoegen.
Ja ! - Nieuwe schapen.
No comments yet. Be the first to leave one.